€3,4 miljard extra voor kinderopvang – maar geen extra plek voor een kind?
De nieuwe Wet financiering kinderopvang moet het voor ouders eenvoudiger maken. Maar intussen dreigt vooral één ding te gebeuren: hogere subsidies, meer administratie en stilvallende investeringen, terwijl de sector juist hard zou moeten groeien.
Op het eerste gezicht klinkt het goed: de overheid wil kinderopvang bijna gratis maken voor werkende ouders. Minder gedoe met toeslagen, minder kans op terugvorderingen en meer zekerheid over de kosten. Maar achter dat aantrekkelijke verhaal zit een lastige vraag: wat schieten ouders hier uiteindelijk echt mee op als er niet genoeg plekken zijn in de opvang?
De nieuwe Wet financiering kinderopvang kost de overheid straks ongeveer €3,4 miljard extra per jaar. Toch is het allesbehalve zeker dat daardoor ook echt meer kinderen kunnen worden opgevangen. Sterker nog: door alle onzekerheid staan investeringen in de sector nu al op pauze.
En dat maakt deze wet zo opvallend: het kan een van de duurste hervormingen in jaren worden, zonder dat ouders er uiteindelijk makkelijker een opvangplek door vinden.
Kerncijfers in het kort
- €3,4 miljard extra overheidsuitgaven per jaar
- totale overheidsuitgaven voor kinderopvang richting €9 miljard per jaar
- de overheid rekent op ongeveer 30% groei van de sector
- vooral hogere inkomens gaan er financieel sterk op vooruit
- de sector krijgt te maken met veel extra administratie en verantwoording
Waarom deze wet er moest komen
De plannen voor een nieuw systeem waren ooit vooral bedoeld om twee problemen aan te pakken: ouders moesten minder risico lopen op hoge terugvorderingen, en kinderopvang moest aantrekkelijker worden voor werkende ouders (en dus een hogere arbeidsparticipatie opleveren).
Dat klinkt logisch. Maar inmiddels is de situatie veranderd.
De grote terugvorderingen van kinderopvangtoeslag zijn de afgelopen jaren al flink afgenomen, onder meer doordat inkomens beter worden bijgehouden en voorschotten sneller worden aangepast. Juist daarom is de vraag terecht of zo’n enorme en dure stelselwijziging nu nog nodig is. En de mogelijk stijging van de arbeidsparticipatie zal minimaal zijn.
Voor veel ouders wordt het goedkoper, maar vooral voor hoge inkomens
Wat straks vooral verandert, is dat het inkomen van ouders niet meer belangrijk is, deze wordt inkomensonafhankelijk. In het huidige systeem betalen hogere inkomens veel meer zelf. In het nieuwe systeem worden de netto kosten voor ouders veel gelijker.
Dat betekent in de praktijk dat het straks niet uitmaakt of een gezin €30.000 per jaar verdient of €250.000. De rekening voor kinderopvang is in principe gelijk. Wel kans dat er grotere verschillen komen in het aanbod en de tarieven hierbij, waardoor het alsnog slechter betaalbaar is voor ouders met lagere inkomens.
Voor lagere inkomens (tot en met circa 56.000 euro) verandert er daardoor bijna niets. Voor hoge inkomens juist veel meer: daar loopt het voordeel op tot vele duizenden euro’s per jaar.
“In het nieuwe systeem maakt het straks niet uit of een ouder €30.000 of €250.000 per jaar verdient.”
Een simpel voorbeeld
Een kinderopvangplek voor vijf dagen per week kost ongeveer €30.000 per jaar. Dat is vergelijkbaar met twee kinderen die allebei 2,5 dag per week naar de opvang gaan.
Voor een ouder met een hoog inkomen ziet het verschil er dan ongeveer zo uit:
- in 2026 wordt ongeveer 36,5% van die kosten vergoed
- in het nieuwe stelsel, beoogd rond 2029, wordt dat ongeveer 96%
Dat is bijna 60 procentpunt extra vergoeding.
Bij een totale rekening van €30.000 per jaar betekent dat ongeveer €18.000 extra subsidie per jaar voor hetzelfde gezin.
Daarmee wordt kinderopvang voor hoge inkomens niet een beetje goedkoper, maar veel goedkoper (in die voorbeeld bijna 18.000 euro !!).
Maar komt er ook echt meer opvang?
Dat is precies de grote twijfel.
De overheid rekent erop of wil dat de sector fors groeit, met ongeveer 30%. Alleen: die groei moet wel mogelijk zijn. En juist daar wringt het. De kinderopvang kampt al met personeelstekorten, wachtlijsten en een hoge werkdruk. Als er niet genoeg medewerkers zijn, ontstaan er ook niet vanzelf meer opvangplekken. Dan helpt extra subsidie ouders misschien op papier, maar niet in de praktijk. En dezelfde wet schrikt ook houders in de kinderopvang af.
Voor ouders is dat misschien wel de belangrijkste vraag: wordt kinderopvang met deze wet echt beter beschikbaar, of alleen anders betaald?
“Een wet die miljarden kost, maar geen extra opvangplekken oplevert, helpt ouders uiteindelijk maar beperkt.”
Investeringen staan nu al stil
Daar komt nog iets bij. Door alle onzekerheid over het nieuwe systeem wachten kinderopvangorganisaties met uitbreiden, verbouwen of investeren in nieuwe locaties.
Voor ouders klinkt dat misschien abstract, maar het gevolg is heel concreet: als organisaties niet investeren, komen er minder snel nieuwe groepen en minder snel extra opvangplekken bij.
En daardoor is niet alleen een groei van 30% onzeker, maar is zelfs een daling van het aantal beschikbare plekken niet ondenkbaar.
Meer regels, meer administratie, meer kosten
De nieuwe wet moet het voor ouders eenvoudiger maken, maar voor kinderopvangorganisaties wordt het juist ingewikkelder.
Organisaties krijgen te maken met extra regels, de wet DAEB, extra controles en uitgebreide verantwoording over hun kosten en inkomsten. Dat kost tijd, personeel en geld. Die extra administratie verdwijnt natuurlijk niet vanzelf. Die moet worden betaald. En uiteindelijk gebeurt dat met belastinggeld.
Daar komt bij dat in het nieuwe systeem de huidige rem van het maximum uurtarief verdwijnt. Als kosten stijgen en de overheid die kosten grotendeels vergoedt, neemt ook de prikkel af om kosten laag te houden.
Zo ontstaat het risico op een duur systeem waarin steeds meer geld gaat zitten in administratie en uitvoering, zonder dat ouders daar direct meer opvang voor terugzien. En met minder organisaties die actief willen zijn in de branche.
“De kans is reëel dat de overheid straks niet alleen meer opvang betaalt, maar ook veel meer administratie.”
Opvallend: deze miljarden zijn groter dan andere bezuinigingen
De extra €3,4 miljard per jaar valt nog meer op als je die vergelijkt met andere maatregelen van de overheid.
Op andere plekken wordt juist bezuinigd op regelingen en voorzieningen waar heel veel mensen mee te maken hebben. Vaak voelen vooral lagere en middeninkomens dat in hun portemonnee.
Tegen die achtergrond is het opvallend dat er tegelijkertijd miljarden extra gaan naar een kinderopvangregeling waarvan vooral hogere inkomens sterk profiteren.
De vraag die veel ouders zich terecht kunnen stellen
Waarom gaat er zoveel extra belastinggeld naar een regeling die hoge inkomens duizenden euro’s per jaar voordeel geeft, terwijl niet zeker is dat er ook echt meer opvangplekken bijkomen?
De echte vraag voor ouders
Voor ouders draait het uiteindelijk niet om systeemtermen of Haagse modellen. Het gaat om iets heel praktisch: is er straks betaalbare opvang beschikbaar als je die nodig hebt? Als het antwoord daarop onzeker blijft, dan is het logisch om kritisch te kijken naar een wet die miljarden kost.
Want goedkoper op papier is niet hetzelfde als beter in de praktijk.
Bronnen
- Buitenhek Management & Consult – Coalitieakkoord en de kinderopvang: Sinterklaas bestaat en zit daar achter de tafel
- Centraal Planbureau – analyses over kinderopvang en arbeidsparticipatie
- Ministerie van Financiën – toelichtingen op kinderopvangtoeslag en verbeteringen in het toeslagenstelsel
- Tweede Kamer – stukken over hervorming van de financiering van kinderopvang
- CBS – cijfers over gebruik van kinderopvang en ontwikkeling van de sector
- Waarborgfonds Kinderopvang – kwartaalrapportages over de kinderopvangsector