Kabinet wil mogelijk €350 miljoen bezuinigen op kinderopvang in 2027: wat blijft er over van het ingroeipad?
Het kabinet lijkt voornemens om in 2027 fors minder geld uit te trekken voor de verhoging van de kinderopvangtoeslag. Volgens berichten naar aanleiding van de Prinsjesdagstukken zou ongeveer €350 miljoen worden bezuinigd op het eerder aangekondigde ingroeipad. Dat is opvallend, want voor 2027 was juist ruim €700 miljoen beschikbaar om de vergoedingspercentages verder te verhogen.
Als het bedrag van €350 miljoen wordt bevestigd, betekent dit dat ongeveer de helft van de geplande extra investering voor 2027 verdwijnt of wordt doorgeschoven.
De definitieve begrotingsstukken voor 2027 zijn nog niet gepubliceerd. Het is daarom nog niet duidelijk hoe de maatregel precies wordt vormgegeven en welke gevolgen deze krijgt voor de kinderopvangtoeslag in 2027.
Forse verhoging kinderopvangtoeslag 2027 was al aangekondigd
Voor 2027 lag al een forse volgende stap van het ingroeipad klaar. In het eerder gepubliceerde ontwerp voor de kinderopvangtoeslag 2027 zou de inkomensgrens waarbij ouders recht hebben op 96 procent vergoeding voor het eerste kind sterk worden verhoogd.
In 2026 ligt die grens rond €56.000 gezamenlijk toetsingsinkomen. Volgens het ontwerp voor 2027 zou deze oplopen naar €87.767.
Ook ouders met hogere inkomens zouden aanzienlijk hogere vergoedingspercentages ontvangen. Vooral bij het eerste kind kunnen de verschillen ten opzichte van 2026 groot zijn.
Lees hierover ook: Stijging vergoedingspercentages kinderopvangtoeslag 2027.
De volledige voorgenomen percentages zijn te bekijken in onze kinderopvangtoeslag tabel 2027.
Juist deze verhogingen kosten veel geld. Eerder was voor de volgende stap van het ingroeipad in 2027 ruim €700 miljoen beschikbaar. Als daarvan nu ongeveer €350 miljoen wordt geschrapt, gaat het dus niet om een kleine correctie.
Gaat er nu een streep door een deel van de verhoging?
Als daadwerkelijk €350 miljoen wordt bezuinigd, lijkt het moeilijk om het eerder gepresenteerde voorstel voor 2027 volledig ongewijzigd uit te voeren.
Er zijn verschillende mogelijkheden. De verhoging van de toeslagpercentages kan kleiner worden, de inkomensgrens voor 96 procent vergoeding kan minder sterk stijgen of een deel van de geplande verhoging kan worden doorgeschoven naar 2028.
Pas wanneer de begrotingsstukken en het definitieve Besluit kinderopvangtoeslag 2027 beschikbaar zijn, zal duidelijk worden welke keuze wordt gemaakt.
Opvallend is wel dat de definitieve toeslagtabel voor 2027 dit jaar langer op zich laat wachten dan gebruikelijk. Of dat rechtstreeks met deze begrotingskeuze te maken heeft, is nog niet bekend.
Maar wat zegt dit over de miljarden die vanaf 2029 nodig zijn?
De mogelijke bezuiniging roept een grotere vraag op.
Het kabinet wil vanaf 2029 de huidige kinderopvangtoeslag vervangen door het nieuwe stelsel uit de Wet Financiering Kinderopvang (WFK). Werkende ouders krijgen dan in principe allemaal dezelfde hoge inkomensonafhankelijke vergoeding van 96 procent tot de maximum uurprijs.
Daarmee is een zeer groot bedrag aan extra overheidsuitgaven gemoeid. Kinderopvang-Wijzer schreef eerder al over de vraag wat ouders en kinderen daadwerkelijk terugzien van deze miljardeninvestering: €3,4 miljard extra voor kinderopvang – maar geen extra plek voor een kind?
Een belangrijk deel van het extra geld komt terecht bij midden- en hogere inkomens. Ouders met lagere inkomens ontvangen binnen het huidige stelsel immers al een zeer hoog vergoedingspercentage. Voor hen is er vanuit een verhoging naar 96 procent relatief weinig extra voordeel te behalen.
Voor ouders met hogere inkomens is dat heel anders. Hun vergoeding kan in de komende jaren met tientallen procentpunten stijgen.
Daarmee ontstaat een opvallende situatie: als het kabinet in 2027 al €350 miljoen moet besparen op een geplande verhoging van ongeveer €700 miljoen, hoe logisch is het dan om enkele jaren later miljarden extra per jaar uit te trekken om de vergoeding voor kinderopvang voor hogere inkomens fors te verhogen?
Is 96 procent voor ieder inkomen noodzakelijk?
Dat is misschien wel de belangrijkste vraag achter deze ontwikkeling.
Het afschaffen van de kinderopvangtoeslag kan duidelijke voordelen hebben. Ouders lopen minder risico op grote terugvorderingen, de financiering kan eenvoudiger worden en kinderopvangkosten worden vooraf beter voorspelbaar.
Maar daarvoor is niet automatisch noodzakelijk dat een gezin met een inkomen van €50.000 hetzelfde vergoedingspercentage ontvangt als een gezin met een inkomen van €150.000, €200.000 of nog hoger.
Juist het inkomensonafhankelijk maken van de vergoeding maakt de nieuwe regeling zeer kostbaar.
Een huishouden met een lager inkomen ontvangt nu al ongeveer 96 procent vergoeding. Voor dat huishouden verandert financieel relatief weinig. Een huishouden met twee of drie keer modaal kan er daarentegen fors op vooruitgaan.
In euro’s kan het extra voordeel voor hogere inkomens daardoor vele malen groter zijn dan voor lagere inkomens.
Dan mag ook de vraag worden gesteld: is het verstandig om miljarden euro’s extra belastinggeld uit te geven om juist de kinderopvangrekening van midden- en hogere inkomens sterk te verlagen, zeker als er nu al moet worden bezuinigd?
En wat betekent dit uiteindelijk voor de verschillen in besteedbaar inkomen? Lagere inkomens ontvangen immers nauwelijks een hogere vergoeding, terwijl gezinnen met hogere inkomens door de nieuwe regeling honderden of zelfs duizenden euro’s per jaar extra kunnen overhouden.
Lees hierover ook onze eerdere analyse: Staat van Gezinnen 2026: waarom de nieuwe kinderopvangwet de kloof tussen gezinnen kan vergroten.
En dan is er nog de DAEB
De discussie gaat bovendien niet alleen over geld. Aan de Wet Financiering Kinderopvang wordt ook de invoering van een Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB) gekoppeld.
De DAEB moet onder meer mogelijk maken dat de overheid op grote schaal rechtstreeks geld aan kinderopvangorganisaties kan betalen zonder in conflict te komen met Europese staatssteunregels. Daar staan echter nieuwe eisen rond administratie, verantwoording, rendement en toezicht tegenover.
Over de noodzaak en uitwerking van die constructie bestaat binnen de sector veel discussie. Kinderopvang-Wijzer analyseerde eerder de totstandkoming van deze keuze in DAEB in de kinderopvang: politieke keuze eerst, onderbouwing later?.
Ook kleinere kinderopvangorganisaties kunnen relatief zwaar worden geraakt door aanvullende regels en beperkingen. Daarover schreven we eerder in DAEB beloont de grootmacht, maar straft de kleintjes af.
Voor ouders klinkt dit misschien als een technische discussie, maar de mogelijke gevolgen zijn concreet. Wanneer investeringen afnemen, kleinere organisaties stoppen of organisaties besluiten niet verder uit te breiden, kan dat gevolgen hebben voor wachtlijsten, keuzevrijheid en het aantal beschikbare opvangplaatsen.
In Nieuwe kinderopvangwet roept steeds meer vragen op voor ouders zetten we eerder uiteen waarom de discussie over WFK en DAEB uiteindelijk ook gewoon een discussie over de positie van ouders en kinderen is.
Eerst bezuinigen, daarna miljarden extra uitgeven?
De mogelijke bezuiniging van €350 miljoen maakt de discussie over de toekomst van het kinderopvangstelsel daarom breder dan alleen de kinderopvangtoeslag van volgend jaar.
Het kabinet wil een volledig nieuw financieringsstelsel optuigen, vrijwel alle werkende ouders uiteindelijk 96 procent vergoeding geven en kinderopvangorganisaties onder een nieuw DAEB-regime brengen. Daarvoor is structureel veel meer belastinggeld nodig.
Tegelijkertijd lijkt er nu onvoldoende financiële ruimte te zijn om zelfs het eerder afgesproken ingroeipad voor 2027 volledig uit te voeren.
Dat roept een fundamentele vraag op: als de overheid nu al €350 miljoen moet bezuinigen op het ingroeipad, hoe realistisch én wenselijk is het dan om vanaf 2029 ieder jaar miljarden extra uit te geven om ook ouders met hoge inkomens 96 procent vergoeding te geven?
En misschien nog belangrijker: als er miljarden beschikbaar zijn voor kinderopvang, is een sterk hogere vergoeding voor gezinnen die deze kosten zelf relatief goed kunnen dragen dan de beste besteding van dat geld?
Er zijn immers ook andere problemen. De sector kampt met personeelstekorten en wachtlijsten. Er zijn kinderen die helemaal geen toegang hebben tot kinderopvang omdat hun ouders niet aan de arbeidseis voldoen. En tegelijkertijd wordt van kinderopvangorganisaties verwacht dat zij fors uitbreiden om de extra vraag als gevolg van de hogere vergoeding op te vangen.
De discussie zou daarom niet alleen moeten gaan over hoeveel geld de overheid aan kinderopvang uitgeeft, maar ook over voor wie dat geld bedoeld is en waar iedere extra belastingeuro maatschappelijk het meeste effect heeft.
Meer over WFK en DAEB
- De Wet Financiering Kinderopvang (WFK): maatschappelijk beleid of dure herverdeling?
- €3,4 miljard extra voor kinderopvang – maar geen extra plek voor een kind?
- DAEB in de kinderopvang: politieke keuze eerst, onderbouwing later?
- DAEB beloont de grootmacht, maar straft de kleintjes af
- Wetsvoorstel financiering kinderopvang: vragen en antwoorden over de DAEB
- Nieuwe kinderopvangwet roept steeds meer vragen op voor ouders
- Staat van Gezinnen 2026: waarom de nieuwe kinderopvangwet de kloof tussen gezinnen kan vergroten
- Stijging vergoedingspercentages kinderopvangtoeslag 2027
- Kinderopvangtoeslag tabel 2027
Bronnen
- RTL Nieuws – Prinsjesdagstukken begroting 2027
- Internetconsultatie – Besluit kinderopvangtoeslag 2027
- Wetgevingskalender – Besluit kinderopvangtoeslag 2027
- Rijksoverheid – kinderopvang en nieuw financieringsstelsel
Dit artikel wordt bijgewerkt zodra de definitieve begrotingsstukken meer duidelijkheid geven over de bezuiniging en de gevolgen voor de kinderopvangtoeslag in 2027.