Kinderopvanggebruik in het eerste kwartaal van 2025 licht gestegen
De eerste kwartaalrapportage van 2025 laat zien dat het gebruik van kinderopvangtoeslag opnieuw licht is toegenomen. In totaal maakten gemiddeld 922.000 kinderen gebruik van formele opvang met toeslag, dat zijn er 13.000 meer dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder (+1,4%). Vooral de buitenschoolse opvang (BSO) zag een duidelijke stijging. Alleen bij de gastouderopvang is sprake van een daling: ten opzichte van vorig jaar daalde het aantal kinderen met bijna 10%.
Het voorlopige gemiddelde uurtarief voor kinderopvang komt in dit eerste kwartaal uit op:
- € 11,17 voor kinderdagopvang
- € 10,14 voor buitenschoolse opvang
- € 8,23 (0–3 jaar) en € 8,22 (4–12 jaar) voor gastouderopvang
Let op: op basis van eerdere jaren is bekend dat dit gemiddelde uurtarief later in het jaar vaak nog wat hoger uitvalt. Dat komt doordat kinderopvangorganisaties geleidelijk steeds completer en nauwkeuriger hun tarieven aanleveren bij Dienst Toeslagen, wat in de cijfers wordt verwerkt. Zie ook het artikel Gemiddelde uurtarieven kinderopvang 2025.
De kwartaalrapportage is onderaan dit artikel te downloaden als pdf-bestand.
1. Gebruik kinderopvangtoeslag
Aantal kinderen naar kinderopvang
In het eerste kwartaal van 2025 gingen gemiddeld 922.000 kinderen met kinderopvangtoeslag naar de kinderopvang. Ten opzichte van het eerste kwartaal van 2024 is dit een stijging van 13.000 kinderen (+ 1,4%). Uitgesplitst per opvangvorm gingen er 392.000 kinderen naar de kinderdagopvang, 474.000 kinderen naar de buitenschoolse opvang (BSO) en 73.000 kinderen naar de gastouderopvang. Ook ten opzichte van het vierde kwartaal van 2024 nam het totale gebruik van kinderopvang met kinderopvangtoeslag toe in het eerste kwartaal, deze toename bedraagt 5.000 kinderen (+0,6%). Het aantal kinderen dat met kinderopvangtoeslag naar de gastouderopvang gaat nam af. Vergeleken met het eerste kwartaal van 2024 bedroeg deze daling 8.000 kinderen (- 9,9%) en vergeleken met het vierde kwartaal van 2024 2.000 kinderen (-2,4%).
Gebruik in uren
Het gemiddelde gebruik in uren per kind per maand is licht gestegen ten opzichte van zowel het eerste als het vierde kwartaal van 2024. Bij alle opvangvormen gaan kinderen in het eerste kwartaal van 2025 gemiddeld iets langer naar de kinderopvang dan in 2024.
| Tabel 1. Gemiddelde aantallen met kinderopvangtoeslag | ||||||||
| 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2024 Kw. 1 | 2024 Kw. 4 | 2025 Kw. 1 | |
| Aantal kinderen (x 1.000) | ||||||||
| Totaal | 824 | 826 | 873 | 893 | 912 | 909 | 917 | 922 |
| Kinderdagcentra | 344 | 354 | 374 | 382 | 389 | 389 | 390 | 392 |
| Buitenschoolse opvang | 399 | 396 | 428 | 445 | 463 | 458 | 469 | 474 |
| Gastouderopvang 0- t/m 3-jarigen | 60 | 58 | 57 | 55 | 51 | 53 | 49 | 48 |
| Gastouderopvang 4- t/m 11-jarigen | 42 | 38 | 34 | 30 | 27 | 28 | 25 | 25 |
| Uren per kind per maand | ||||||||
| Totaal | 61,1 | 63,8 | 65,2 | 66,4 | 65,7 | 65,6 | 65,9 | 66,0 |
| Kinderdagcentra | 84,8 | 88,0 | 90,1 | 91,6 | 91,1 | 90,9 | 91,1 | 91,5 |
| Buitenschoolse opvang | 39,2 | 40,7 | 42,0 | 43,0 | 42,7 | 42,3 | 43,2 | 43,3 |
| Gastouderopvang 0- t/m 3-jarigen | 66,5 | 67,9 | 68,7 | 71,8 | 72,0 | 72,2 | 72,1 | 72,4 |
| Gastouderopvang 4- t/m 11-jarigen | 37,1 | 37,7 | 37,8 | 39,6 | 39,6 | 39,3 | 39,6 | 39,9 |
Bron: Belastingdienst/Toeslagen, cijferbeeld mei 2025, bewerking Ministerie van SZW
2. Netto arbeidsparticipatie van ouders met jonge kinderen
De netto arbeidsparticipatie van vrouwen en mannen is weergegeven in tabel 2 (vrouwen) en tabel 3 (mannen). De netto arbeidsparticipatie van alle vrouwen tussen de 15 en 75 jaar bedroeg in het eerste kwartaal van 2025 68,9%. In dezelfde leeftijdscategorie bedroeg de netto arbeidsparticipatie onder mannen 76,8%.1
| Tabel 2. Netto arbeidsparticipatie vrouwen en moeders met jonge kinderen (in %)[1], [2] | ||||||||
| 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | Kw. 1 2024 | Kw.4 2024 | Kw.1 2025 | |
| Vrouwen 15-74 jaar | 64,2 | 66,5 | 68,1 | 68,9 | 69,2 | 68,9 | 69,2 | 68,9 |
| Vrouwen 25-34 jaar | 83,6 | 84,2 | 84,9 | 84,4 | 84,9 | 84,6 | 85,2 | 84 |
| Vrouwen 35-44 jaar | 80,4 | 79,9 | 82,3 | 83,5 | 82,4 | 82,6 | 82,3 | 82,5 |
| Moeders (lid van ouderpaar) | 80,5 | 81,4 | 82,6 | 82,8 | 83,1 | 83,8 | 83,3 | 82,9 |
| Alleenstaande moeders | 68,5 | 71,5 | 70,5 | 73,6 | 71,8 | 72,4 | 70,2 | 71,5 |
| Moeders met jongste kind 0-11 jaar | 80,1 | 79,7 | 81,5 | 81,8 | 81,9 | 81,5 | 82,5 | 82,1 |
Bron: CBS
De arbeidsparticipatie van vrouwen tussen de 15 en 74 jaar is, in vergelijking met hetzelfde kwartaal in 2024, hetzelfde gebleven. De arbeidsparticipatie steeg onder moeders met jongste kind 0 – 11 jaar (+ 0,6%). De arbeidsparticipatie daalde onder vrouwen 25 – 34 jaar (- 0,6%), moeders waarvan lid van ouderpaar ( – 0,9%), alleenstaande moeders ( – 0,9%). Onder vrouwen 35 – 44 jaar bleef de arbeidsparticipatie vrij stabiel (- 0,1%).
| Tabel 3. Netto arbeidsparticipatie mannen en vaders met jonge kinderen (in %)[1] | ||||||||
| 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | Kw. 1 2024 | Kw.4 2024 | Kw.1 2025 | |
| Mannen 15-74 jaar | 72,5 | 74,3 | 76,3 | 77,2 | 77,2 | 77,1 | 77 | 76,8 |
| Mannen 25-34 jaar | 88,2 | 89,9 | 89,9 | 90,2 | 90,2 | 89,9 | 90,3 | 90,4 |
| Mannen 35-44 jaar | 89,6 | 91,4 | 91,9 | 91,8 | 91,8 | 91,5 | 91,5 | 90,9 |
| Vaders (lid van ouderpaar) | 91,7 | 91,8 | 92,6 | 93,3 | 92,2 | 92,5 | 92,2 | 92 |
| Alleenstaande vaders | 79,8 | 83,5 | 84,4 | 83,5 | 84,5 | 81,4 | 85,2 | 84,7 |
| Vaders met jongste kind 0 – 11 jaar | 93,9 | 94,4 | 94,3 | 95,0 | 95,0 | 94,7 | 94,9 | 94,8 |
Bron: CBS
De netto arbeidsparticipatie van mannen tussen de 15 en 74 jaar is, in vergelijking met het eerste kwartaal in 2024, gedaald met 0,3%. De arbeidsparticipatie daalde in dezelfde periode ook onder, mannen 35 – 44 jaar (- 0,6%) en vaders, lid van ouderpaar (- 0,5%). De arbeidsparticipatie nam toe onder mannen 25 – 34 jaar (+ 0,5 %), vaders met jongste kind 0 – 11 jaar (+ 0,1%) en alleenstaande vaders (+ 3,3%).
Tabel 4 toont het aantal gewerkte uren per week van vrouwen, mannen en ouders met jonge kinderen. In het eerste kwartaal van 2025 werkten vrouwen gemiddeld 27,7 uur per week en mannen 35,7. Moeders met jonge kinderen werkten gemiddeld 28,1 uur per week, vergelijkbaar met het gemiddeld aantal uren van alle vrouwen. Het aantal gewerkte uren onder moeders met jonge kinderen bleef stabiel, zowel ten opzichte van het vorige kwartaal als ten opzichte van het
1 Bron CBS: de niet-seizoensgecorrigeerde netto arbeidsparticipatie.
eerste kwartaal van 2024. Vaders met jonge kinderen werkten in het vierde kwartaal gemiddeld 39,3 uur per week, wat een lichte daling is vergeleken met het vorige kwartaal en het eerste kwartaal van 2024.
| Tabel 4. Ontwikkeling in gewerkte uren per week van vrouwen en mannen en ouders met jonge kinderen (gemiddelde binnen de groep met een baan van meer dan 1 uur, jaarcijfers) | ||||||||
| 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | Kw. 1 2024 | Kw.4 2024 | Kw.1 2025 | |
| Vrouwen 15-74 jaar | 26,2 | 27,4 | 27,9 | 27,9 | 27,9 | 27,8 | 27,8 | 27,7 |
| Moeders met jongste kind 0-11 jaar | 26,9 | 27,5 | 28,1 | 28,2 | 28,1 | 28,1 | 28,2 | 28,1 |
| Mannen 15-74 jaar | 36,3 | 36,1 | 36 | 35,9 | 35,9 | 35,8 | 35,7 | |
| Vaders met jongste kind 0-11 jaar | 40,4 | 40,1 | 40 | 39,8 | 39,9 | 39,6 | 39,3 | |
Bron: CBS
3. De ontwikkeling van de gemiddelde uurprijs
Voor de monitoring van tarieven maakt SZW gebruik van de uurtarieven die kinderopvangorganisaties aanleveren bij Dienst Toeslagen. De organisaties en gastouderbureaus zijn sinds 2022 wettelijk verplicht om maandelijks gegevens te leveren aan Dienst Toeslagen.
Dienst Toeslagen verstrekt op verzoek van SZW geanonimiseerde en geaggregeerde overzichten van deze data, zodat SZW in de kwartaalrapportages de tarieven nauwkeurig kan monitoren.2
Tabel 5 laat de gemiddelde tarieven op basis van de gegevenslevering van kinderopvangorganisaties en gastouderbureaus zien. De tabel laat ook het verschil zien tussen de gemiddelde tarieven van de verschillende opvangsoorten en de maximum uurprijs. De gemiddelde tarieven voor alle kinderopvangvormen zijn gestegen ten opzichte van het vierde kwartaal van 2024. In het eerste kwartaal van 2025 bedroegen de gemiddelde tarieven € 11,17 voor de kinderdagopvang, € 10,14 voor de buitenschoolse opvang, € 8,23 voor gastouderopvang voor 0- t/m 3-jarigen en € 8,22 voor gastouderopvang voor 4- t/m 12-jarigen. In de kinderdagopvang en de buitenschoolse opvang stegen de tarieven harder dan de maximum uurprijzen, waardoor het verschil tussen het gemiddelde tarief en de maximum uurprijs toenam. In de gastouderopvang stegen de maximum uurprijzen juist iets harder dan de gemiddelde tarieven, waardoor dit verschil iets kleiner werd. Per saldo is de betaalbaarheid van kinderopvang daarmee verminderd, maar nog wel beter dan in 2022 en 2023.
2 De interpretatie van de gegevens die kinderopvangorganisaties aanleveren kent wel een aandachtspunt. Dienst Toeslagen gebruikt deze gegevens om hoge terugvorderingen bij ouders te voorkomen. Dit doet zij door het urengebruik dat ouders doorgeven en de gegevens die zij van kinderopvangorganisaties doorkrijgt met elkaar te vergelijken. Indien Dienst Toeslagen een verschil constateert, attendeert zij ouders hierover, zodat zij het gebruik kunnen aanpassen. De Dienst heeft daarmee niet als doel om de tarieven in de kinderopvang te monitoren. Zij controleert de gegevens dan ook niet met oog op een juiste representatie van de markt.
| Tabel 5: ontwikkeling gemiddelde uurprijs (in €) | |||||
| 2022 | 2023 | 2024 | Kw. 4 2024 | Kw. 1 2025 | |
| Gemiddelde uurprijzen voor maximering | |||||
| Kinderdagopvang | 8,99 | 9,71 | 10,56 | 10,57 | 11,17 |
| Buitenschoolse opvang | 8,10 | 8,72 | 9,54 | 9,54 | 10,14 |
| 0- t/m 3-jarigen gastouderopvang | 6,79 | 7,15 | 7,66 | 7,67 | 8,23 |
| 4- tot 12-jarigen gastouderopvang | 6,85 | 7,17 | 7,69 | 7,71 | 8,22 |
| Maximum uurprijzen | |||||
| Kinderdagopvang | 8,50 | 9,12 | 10,25 | 10,25 | 10,71 |
| Buitenschoolse opvang | 7,31 | 7,85 | 9,12 | 9,12 | 9,52 |
| 0- t/m 3-jarigen gastouderopvang | 6,52 | 6,85 | 7,53 | 7,53 | 8,10 |
| 4- tot 12-jarigen gastouderopvang | 6,52 | 6,85 | 7,53 | 7,53 | 8,10 |
| Relatief verschil gemiddelde t.o.v. maximum uurprijzen | |||||
| Kinderdagopvang | 5,8% | 6,5% | 3,0% | 3,1% | 4,3% |
| Buitenschoolse opvang | 10,9% | 11,1% | 4,6% | 4,6% | 6,5% |
| 0- t/m 3-jarigen gastouderopvang | 4,2% | 4,3% | 1,7% | 1,9% | 1,6% |
| 4- tot 12-jarigen gastouderopvang | 5,1% | 4,7% | 2,2% | 2,4% | 1,5% |
Bron: Dienst Toeslagen, cijferbeeld 14 mei 2025, bewerking Ministerie van SZW
4. Aanbod kinderopvang
Tot slot geeft tabel 6 het aantal locaties weer dat kinderopvang aanbiedt. Het aantal locaties van kinderdagopvang is in het eerste kwartaal van 2025 met 11 locaties gedaald ten opzichte van het vorige kwartaal (- 0,1%). Begin april 2025 waren er 9.320 kinderdagopvanglocaties. De hoeveelheid locaties van buitenschoolse opvang is vrijwel stabiel gebleven. In het eerste kwartaal van 2025 waren er 6 locaties meer dan in het vierde kwartaal van 2024 (+ 0,1%). Hiermee komt het aantal buitenschoolse opvanglocaties in het vierde kwartaal op 8.187. De hoeveelheid gastouderopvanglocaties blijft dalen. Begin januari waren er 14.908 locaties, een daling van 178 locaties (- 1,2%) ten opzichte van een kwartaal eerder.
| Tabel 6: aantal kinderopvang- en gastouderlocaties | ||||||||
| Jan. 2020 | Jan. 2021 | Jan. 2022 | Jan. 2023 | Jan. 2024 | Okt. 2024 | Jan. 2025 | Apr. 2025 | |
| Kinderdagopvang | 9.029 | 9.066 | 9.139 | 9.183 | 9.238 | 9.315 | 9.331 | 9.320 |
| BSO | 7.384 | 7.569 | 7.655 | 7.815 | 7.965 | 8.148 | 8.181 | 8.187 |
| Gastouders | 25.237 | 22.675 | 20.578 | 18.459 | 16.723 | 15.533 | 15.086 | 14.908 |
Bron: DUO rapportage Landelijk Register Kinderopvang. De peildatum is de eerste maandag van de maand.
De gegegevens in dit artikel zijn voor het laatst bijgewerkt en gecontroleerd op 25 april 2026