Kwartaalmonitor kinderopvang
Hoe ontwikkelen de uurtarieven, het gebruik van kinderopvang en de arbeidsparticipatie van ouders zich in Nederland? In deze kwartaalmonitor volgen we de cijfers uit de kwartaalrapportages kinderopvang van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
De monitor brengt gegevens over kinderdagopvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang samen. Je ziet onder meer de gemiddelde uurtarieven, het maximumuurtarief voor de kinderopvangtoeslag, het aantal kinderen, de gemiddelde opvanguren en de arbeidsparticipatie van vaders en moeders met jonge kinderen.
Wat laat de kwartaalmonitor kinderopvang zien?
- De gemiddelde uurtarieven voor kinderdagopvang, BSO en gastouderopvang.
- Het maximale uurtarief waarover kinderopvangtoeslag wordt berekend.
- Het verschil tussen het gemiddelde tarief en het maximum van de kinderopvangtoeslag.
- Het aantal kinderen dat met kinderopvangtoeslag gebruikmaakt van opvang.
- Het gemiddelde aantal opvanguren per kind en per maand.
- De netto-arbeidsparticipatie van vaders en moeders met jonge kinderen.
- Het gemiddelde aantal gewerkte uren van werkende vaders en moeders.
- Ontwikkelingen ten opzichte van eerdere kwartalen en jaren.
- Correcties van eerder gepubliceerde kwartaalcijfers.
Gebruik de grafieken en tabellen hieronder om de ontwikkelingen per opvangsoort en kwartaal te bekijken.
Kwartaalmonitor kinderopvang
Werkelijke tarieven, kinderopvangtoeslag en gebruik
De monitor volgt de gemiddelde uurtarieven die organisaties aan Dienst Toeslagen aanleveren, het maximumuurtarief voor de kinderopvangtoeslag en het gemiddelde gebruik per kind.
Laatste rapportage: Eerste kwartaalrapportage 2026, gepubliceerd op 14 juli 2026.
Kinderdagopvang
€ 11,62
Gemiddeld uurtarief in 2026 kwartaal 1
€ 0,39 boven maximum (3,5%)
Buitenschoolse opvang
€ 10,58
Gemiddeld uurtarief in 2026 kwartaal 1
€ 0,60 boven maximum (6,0%)
Gastouderopvang 0–3 jaar
€ 8,74
Gemiddeld uurtarief in 2026 kwartaal 1
€ 0,25 boven maximum (2,9%)
Gastouderopvang 4–12 jaar
€ 8,66
Gemiddeld uurtarief in 2026 kwartaal 1
€ 0,17 boven maximum (2,0%)
Gemiddeld tarief en maximum KOT
Bedrag per uur
Gemiddelde afname
KOT-uren per kind per maand
Onderliggende cijfers
| Periode | Gemiddeld tarief | Maximum KOT | Verschil | Kinderen x 1.000 | Uren per kind |
|---|
Werk en kinderopvang
Arbeidsparticipatie en gewerkte uren van ouders
Niet-seizoensgecorrigeerde CBS-cijfers uit de kwartaalrapportages. Moeders en vaders hebben hier een jongste kind van 0 tot en met 11 jaar.
Arbeidsparticipatie moeders
81,8%
2026 kwartaal 1
-0,3 procentpunt ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder
Arbeidsparticipatie vaders
94,3%
2026 kwartaal 1
-0,5 procentpunt ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder
Gewerkte uren moeders
28,4 uur
2026 kwartaal 1
+0,3 uur ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder
Gewerkte uren vaders
39,5 uur
2026 kwartaal 1
+0,2 uur ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder
Netto-arbeidsparticipatie
Aandeel met betaald werk, in procenten
Gemiddelde arbeidsduur
Uren per week binnen de groep met een baan van meer dan één uur
Arbeidscijfers per kwartaal
| Periode | Participatie moeders | Participatie vaders | Uren moeders | Uren vaders |
|---|
Voor Q1 2022 zijn geen actuele arbeidscijfers opgenomen wegens het herontwerp van de Enquête Beroepsbevolking. Oudere cijfers van vóór en na het herontwerp zijn niet zonder meer volledig vergelijkbaar.
Correcties in latere rapportages
Er zijn vanaf de opgeslagen beginmeting nog geen gewijzigde cijfers voor dezelfde meetperiode gevonden. Zodra een nieuwe rapportage oudere perioden aanpast, verschijnt dat hier automatisch.
Toelichting: de tarieven en opvanguren zijn gebaseerd op gegevens die bij Dienst Toeslagen zijn aangeleverd. Arbeidscijfers zijn afkomstig van het CBS en niet seizoensgecorrigeerd. Vergelijk kwartalen daarom bij voorkeur met hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Eerdere perioden kunnen later wijzigen. Gemiddelde KOT-uren zijn niet hetzelfde als contracturen of feitelijke aanwezigheid.
Wat is de kwartaalrapportage kinderopvang?
Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid publiceert periodiek een kwartaalrapportage over de kinderopvang. Deze rapportages geven inzicht in het gebruik van kinderopvangtoeslag, de gemiddelde uurtarieven, het aantal kinderen in de opvang, de gemiddelde opvanguren, de arbeidsparticipatie van ouders en het aantal geregistreerde kinderopvanglocaties.
De gegevens zijn afkomstig van onder meer Dienst Toeslagen, het Centraal Bureau voor de Statistiek en het Landelijk Register Kinderopvang. De kwartaalmonitor verwerkt een selectie van deze openbare cijfers in grafieken en tabellen.
Gemiddelde uurtarieven in de kinderopvang
De kwartaalrapportages tonen de gemiddelde uurtarieven die op basis van de beschikbare gegevens bij Dienst Toeslagen worden berekend. Het gaat om landelijke gemiddelden. Het tarief van een individuele kinderopvangorganisatie kan hiervan afwijken.
De tarieven worden afzonderlijk weergegeven voor:
- kinderdagopvang voor kinderen van 0 tot 4 jaar;
- buitenschoolse opvang voor schoolgaande kinderen;
- gastouderopvang voor kinderen van 0 tot en met 3 jaar;
- gastouderopvang voor kinderen van 4 tot en met 11 jaar.
De ontwikkeling van de uurtarieven wordt onder meer beïnvloed door loonontwikkeling, inflatie, huisvestingskosten, personele bezetting, kwaliteitseisen en andere bedrijfskosten van kinderopvangorganisaties.
Vergelijking met het maximumuurtarief van de kinderopvangtoeslag
Voor iedere opvangsoort geldt een wettelijk maximumuurtarief. Over dit bedrag kan kinderopvangtoeslag worden berekend. Rekent een kinderopvangorganisatie een hoger tarief? Dan ontvangen ouders over het gedeelte boven het maximum geen kinderopvangtoeslag. Dit verschil betalen zij volledig zelf.
De kwartaalmonitor vergelijkt het gemiddelde uurtarief met het geldende maximumuurtarief. Zo wordt zichtbaar hoe de afstand tussen de gemiddelde tarieven in de kinderopvang en de vergoeding via de kinderopvangtoeslag zich ontwikkelt.
Een gemiddeld verschil betekent niet dat iedere ouder hetzelfde bedrag zelf betaalt. De werkelijke kosten hangen onder meer af van:
- het uurtarief van de gekozen kinderopvangorganisatie;
- de soort kinderopvang;
- het aantal opvanguren;
- het gezamenlijke toetsingsinkomen;
- het toeslagpercentage van het huishouden;
- het aantal kinderen dat gebruikmaakt van kinderopvang.
Lees meer over de maximumuurtarieven voor de kinderopvangtoeslag in 2026 en bekijk onze algemene uitleg over de kinderopvangtoeslag.
Hoe ontwikkelt het gebruik van kinderopvang zich?
De monitor laat zien hoeveel kinderen gebruikmaken van kinderopvang waarvoor kinderopvangtoeslag wordt aangevraagd. Een kind kan gedurende een jaar van meerdere opvangsoorten gebruikmaken. De aantallen per opvangsoort kunnen daardoor niet zonder meer bij elkaar worden opgeteld.
De ontwikkeling verschilt per opvangvorm. Het aantal kinderen in de buitenschoolse opvang kan bijvoorbeeld stijgen, terwijl het gebruik van kinderdagopvang of gastouderopvang afneemt.
Veranderingen kunnen samenhangen met:
- de ontwikkeling van het aantal kinderen in Nederland;
- de grootte van verschillende geboortecohorten;
- de arbeidsparticipatie en arbeidsduur van ouders;
- de beschikbaarheid van kinderopvangplaatsen;
- personeelstekorten en wachtlijsten;
- de tarieven en hoogte van de kinderopvangtoeslag;
- verschuivingen tussen kinderopvang en gastouderopvang.
De kwartaalrapportage laat vooral zien dát er een ontwikkeling plaatsvindt. Voor conclusies over de precieze oorzaak is meestal aanvullende informatie nodig.
Gemiddeld aantal opvanguren per kind
De kwartaalmonitor toont hoeveel uren kinderopvang gemiddeld per kind en per maand worden opgegeven. Hiermee kan worden gevolgd of gezinnen gemiddeld meer of minder uren kinderdagopvang, BSO of gastouderopvang afnemen.
Het gaat om opvanguren die in verband met de kinderopvangtoeslag zijn geregistreerd. Deze uren zijn niet automatisch gelijk aan de contracturen of aan de uren waarop een kind daadwerkelijk op de kinderopvanglocatie aanwezig was.
Een stijging van het gemiddelde aantal opvanguren kan betekenen dat gezinnen meer opvang afnemen. Het gemiddelde kan echter ook veranderen doordat de samenstelling van de groep gebruikers verandert.
Kinderopvang en arbeidsparticipatie van ouders
De kwartaalrapportages bevatten ook cijfers over de netto-arbeidsparticipatie van ouders met jonge kinderen. Deze cijfers laten zien welk aandeel van de vaders en moeders met een jongste kind van 0 tot en met 11 jaar betaald werk heeft.
Daarnaast wordt het gemiddelde aantal gewerkte uren per week gevolgd. Het gaat daarbij om de gemiddelde arbeidsduur binnen de groep ouders met een baan van meer dan één uur per week.
De monitor volgt vier centrale indicatoren:
- de netto-arbeidsparticipatie van moeders met jonge kinderen;
- de netto-arbeidsparticipatie van vaders met jonge kinderen;
- het gemiddelde aantal gewerkte uren van werkende moeders;
- het gemiddelde aantal gewerkte uren van werkende vaders.
Arbeidsparticipatie en arbeidsduur zijn niet hetzelfde
Arbeidsparticipatie geeft aan welk aandeel van de ouders betaald werk heeft. De gemiddelde arbeidsduur laat zien hoeveel uren de ouders die werken gemiddeld per week werken.
Deze ontwikkelingen kunnen verschillende kanten op bewegen. Het aandeel werkende ouders kan bijvoorbeeld iets dalen, terwijl de ouders die wel werken gemiddeld meer uren maken. Daarom worden arbeidsparticipatie en arbeidsduur in de monitor afzonderlijk weergegeven.
Waarom vergelijken met hetzelfde kwartaal?
De cijfers over de netto-arbeidsparticipatie zijn niet gecorrigeerd voor seizoensinvloeden. Een vergelijking met hetzelfde kwartaal van het voorgaande jaar is daarom doorgaans informatiever dan een vergelijking met het direct voorafgaande kwartaal.
Waarom is arbeidsparticipatie belangrijk voor de WFK?
Het kabinet werkt aan de Wet financiering kinderopvang. Volgens de huidige plannen moet de kinderopvangtoeslag worden vervangen door een hoge inkomensonafhankelijke vergoeding die rechtstreeks aan kinderopvangorganisaties wordt betaald. Het nieuwe stelsel moet kinderopvang voor werkende ouders eenvoudiger en voor veel ouders goedkoper maken.
Een belangrijke verwachting is dat meer uren werken hierdoor financieel aantrekkelijker wordt. De arbeidsparticipatie en de gemiddelde arbeidsduur van ouders zijn daarom belangrijke indicatoren bij de toekomstige beoordeling van de WFK.
Daarbij is het belangrijk om onderscheid te maken tussen twee mogelijke effecten:
- meer ouders beginnen met betaald werk;
- ouders die al werken, gaan gemiddeld meer uren werken.
Omdat de voorgestelde vergoeding in beginsel bedoeld is voor werkende ouders, is het mogelijk dat een effect eerder zichtbaar wordt in het aantal gewerkte uren dan in het aandeel ouders met betaald werk.
De WFK is nog een wetsvoorstel. De Tweede en Eerste Kamer moeten zich nog over het voorstel uitspreken. Lees meer over de Wet financiering kinderopvang en de voorgestelde DAEB.
Meer gebruik betekent niet automatisch meer gewerkte uren
Wanneer het gebruik van kinderopvang stijgt en ouders tegelijkertijd meer gaan werken, bewijst dit niet automatisch dat de kinderopvang de stijging heeft veroorzaakt. Ook de economie, loonontwikkeling, ouderschapsverlof, thuiswerken, demografie en veranderingen op de arbeidsmarkt kunnen invloed hebben.
Daarnaast kan goedkopere kinderopvang leiden tot een grotere vraag. Wanneer het aantal opvangplaatsen en pedagogisch professionals niet voldoende meegroeit, kunnen wachtlijsten en prijsstijgingen ontstaan. Ouders kunnen dan wel meer opvang willen gebruiken, maar niet daadwerkelijk meer opvanguren krijgen.
Voor een goede beoordeling moeten daarom meerdere ontwikkelingen naast elkaar worden gevolgd:
- de arbeidsparticipatie van ouders;
- het gemiddelde aantal gewerkte uren;
- het aantal kinderen in de kinderopvang;
- het gemiddelde aantal opvanguren;
- de ontwikkeling van de uurtarieven;
- het verschil met het maximumuurtarief;
- de ontwikkeling van het aantal locaties en beschikbare kindplaatsen;
- eventuele wachtlijsten en personeelstekorten.
Pas wanneer deze cijfers gedurende meerdere jaren naast elkaar worden gelegd, kan voorzichtig worden beoordeeld of veranderingen in het kinderopvangstelsel samengaan met meer arbeidsparticipatie of meer gewerkte uren.
Waarom kunnen eerder gepubliceerde cijfers veranderen?
De meest recente cijfers in een kwartaalrapportage zijn vaak nog voorlopig. Gegevens kunnen later worden aangevuld of gecorrigeerd, bijvoorbeeld doordat informatie met vertraging bij Dienst Toeslagen binnenkomt.
Een cijfer over hetzelfde kwartaal kan daardoor in een latere rapportage hoger of lager uitvallen. Dit kan gelden voor de aantallen kinderen, opvanguren, tarieven en arbeidscijfers.
De kwartaalmonitor bewaart daarom verschillende publicatiemomenten. Nieuwe gegevens overschrijven eerdere uitkomsten niet zonder meer. Hierdoor kan zichtbaar worden:
- welk cijfer oorspronkelijk over een kwartaal werd gepubliceerd;
- of het cijfer in een latere rapportage is aangepast;
- hoe groot de correctie is;
- op welke publicatiedatum de wijziging zichtbaar werd.
Deze werkwijze maakt duidelijk hoe voorlopige gegevens zich ontwikkelen wanneer meer complete informatie beschikbaar komt.
Ontbrekende cijfers en methodewijzigingen
Niet voor ieder kwartaal zijn alle arbeidscijfers beschikbaar. In de rapportage over het derde kwartaal van 2021 konden de tabellen over ouders niet worden bijgewerkt. Voor het eerste kwartaal van 2022 waren evenmin nieuwe arbeidscijfers beschikbaar.
De oorzaak was het herontwerp van de Enquête Beroepsbevolking van het CBS. Door wijzigingen in de onderzoeksopzet en vragenlijst zijn de cijfers vanaf 2021 niet zonder meer volledig vergelijkbaar met eerdere verslagperioden.
De kwartaalmonitor vult ontbrekende cijfers niet zelf in. Wanneer de officiële kwartaalrapportage geen waarde geeft, blijft deze periode in de monitor leeg.
Verschillen tussen de opvangsoorten
Kinderdagopvang
Kinderdagopvang betreft meestal hele opvangdagen voor kinderen van 0 tot 4 jaar. Het gemiddelde aantal uren per kind ligt hierdoor relatief hoog. De ontwikkeling van het aantal kinderen wordt onder meer beïnvloed door geboortecijfers en het aantal beschikbare opvangplaatsen.
Buitenschoolse opvang
Buitenschoolse opvang vindt plaats voor en na schooltijd, tijdens schoolvakanties en soms op studiedagen. Het gemiddelde aantal uren ligt daardoor lager dan bij kinderdagopvang. Het gebruik kan mede veranderen door demografie, schooltijden en de beschikbaarheid van BSO-plaatsen.
Gastouderopvang
Gastouderopvang kan worden gebruikt door zowel jonge als schoolgaande kinderen. De opvang is vaak kleinschaliger en flexibeler georganiseerd. Daarom worden de cijfers voor kinderen van 0 tot en met 3 jaar en kinderen van 4 tot en met 11 jaar afzonderlijk weergegeven.
Hoe betrouwbaar zijn de gemiddelde uurtarieven?
De gemiddelde uurtarieven zijn gebaseerd op de gegevens die bij Dienst Toeslagen beschikbaar zijn. Het betreft geen afzonderlijk tariefonderzoek onder alle kinderopvangorganisaties.
De cijfers geven een bruikbaar beeld van de landelijke ontwikkeling, maar zijn niet noodzakelijk representatief voor iedere organisatie, gemeente of regio. Gegevens kunnen ontbreken, met vertraging worden verwerkt of later worden gecorrigeerd.
Een stijging van het gemiddelde uurtarief kan wijzen op prijsverhogingen. De uitkomst kan ook worden beïnvloed door een verandering in de samenstelling van de organisaties en gezinnen waarvan gegevens beschikbaar zijn.
Zelf de netto kosten van kinderopvang berekenen
De gemiddelde uurtarieven uit de monitor geven geen persoonlijk kostenoverzicht. Wil je weten wat kinderopvang na aftrek van de kinderopvangtoeslag ongeveer kost? Bekijk dan onze uitleg en rekenmodellen voor het berekenen van de netto maandkosten van kinderopvang in 2026.
Veelgestelde vragen over de kwartaalmonitor
Hoe vaak verschijnt een kwartaalrapportage kinderopvang?
Het ministerie publiceert in beginsel ieder kwartaal een rapportage. De publicatie volgt enige tijd na het kwartaal waarop de cijfers betrekking hebben. Een nieuwe rapportage kan ook aangepaste cijfers over eerdere kwartalen bevatten.
Wat is het gemiddelde werkelijke uurtarief?
Dit is het gemiddelde uurtarief dat op basis van de beschikbare gegevens bij Dienst Toeslagen wordt berekend. Het is een landelijk gemiddelde en niet het tarief dat iedere kinderopvangorganisatie rekent.
Wat is het maximumuurtarief voor de kinderopvangtoeslag?
Dit is het maximale bedrag per opvanguur waarover kinderopvangtoeslag wordt berekend. Het gedeelte van het tarief boven dit maximum betalen ouders volledig zelf.
Zijn de opvanguren gelijk aan de aanwezigheid van kinderen?
Nee. Het gaat om uren die in verband met de kinderopvangtoeslag zijn geregistreerd. Deze hoeven niet gelijk te zijn aan de contracturen of de feitelijke aanwezigheid van het kind.
Wat betekent netto-arbeidsparticipatie?
De netto-arbeidsparticipatie geeft aan welk aandeel van een bepaalde bevolkingsgroep betaald werk heeft. In deze monitor kijken we vooral naar vaders en moeders met een jongste kind van 0 tot en met 11 jaar.
Waarom ontbreken enkele arbeidsgegevens?
Niet ieder kwartaal bevatte nieuwe cijfers over ouders. Rond het herontwerp van de Enquête Beroepsbevolking in 2021 en 2022 waren verschillende kwartaalgegevens niet beschikbaar. Deze perioden worden daarom niet door de monitor ingevuld.
Bewijst meer kinderopvanggebruik dat ouders meer werken?
Nee. De cijfers kunnen een samenhang laten zien, maar bewijzen geen oorzakelijk verband. Ook economische ontwikkelingen, verlofregelingen, demografie, wachtlijsten en andere omstandigheden beïnvloeden hoeveel ouders werken.
Waar komen de cijfers vandaan?
De gegevens zijn afkomstig uit de kwartaalrapportages van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Bekijk het officiële overzicht van kwartaalrapportages kinderopvang op Rijksoverheid.nl.
Meer informatie over het voorgenomen nieuwe stelsel staat op de pagina van de Rijksoverheid over de plannen voor de nieuwe financiering van kinderopvang.
Deze kwartaalmonitor is een informatieve verwerking van openbare overheidsgegevens. Cijfers kunnen na publicatie worden aangevuld of gecorrigeerd. Samenhang tussen ontwikkelingen bewijst geen oorzakelijk verband. Aan de informatie op deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend.