Maximum uurtarieven kinderopvangtoeslag 2027: nieuwe berekening op basis van MEV 2027
De verwachtingen voor de maximum uurtarieven van de kinderopvangtoeslag in 2027 zijn opnieuw veranderd. In augustus 2026 heeft het Centraal Planbureau de cijfers van de concept-Macro Economische Verkenning 2027 (cMEV 2027) gepubliceerd.
Op basis van deze nieuwe ramingen komt de berekende indexatie voor 2027 duidelijk hoger uit dan in onze eerdere berekening op basis van het Centraal Economisch Plan (CEP) 2026.
Waar we eerder uitkwamen op een mogelijke totale indexatie van 4,22%, komt de berekening met de nieuwe cMEV-cijfers uit op 5,12%, wanneer zowel de correctie over 2025 als die over 2026 wordt meegenomen.
Dat zou voor 2027 kunnen leiden tot maximum uurtarieven van ongeveer:
- Kinderdagopvang (KDV): € 11,80
- Buitenschoolse opvang (BSO): € 10,49
- Gastouderopvang: € 8,92
Deze bedragen zijn berekende verwachtingen en zijn nog niet definitief vastgesteld.
Zoals we eerder beschreven in het artikel Maximum uurtarieven kinderopvangtoeslag 2027 nog steeds niet bekend: een zeer twijfelachtig record, zijn de maximum uurtarieven voor 2027 uitzonderlijk laat bekend.
Dat maakt de nieuwe cMEV-cijfers dit jaar extra interessant. Inmiddels zijn er actuelere economische ramingen beschikbaar dan de cijfers waarop de reguliere indexeringssystematiek normaal gesproken wordt gebaseerd.
CEP voor de overheid, MEV voor de branche
Bij het beoordelen van deze cijfers is het belangrijk onderscheid te maken tussen het Centraal Economisch Plan (CEP) en de Macro Economische Verkenning (MEV).
Voor de wettelijke indexatie van de maximum uurprijzen van de kinderopvangtoeslag gebruikt de overheid in principe de cijfers uit het CEP van het Centraal Planbureau. Het CEP verschijnt in het voorjaar en vormt daarmee normaal gesproken de basis voor de indexering voor het volgende kalenderjaar.
De MEV verschijnt later in het jaar. Daardoor bevat deze publicatie actuelere ramingen van onder andere de loonontwikkeling en inflatie.
In de kinderopvangbranche wordt daarom juist veel naar de MEV gekeken bij het maken van begrotingen, kostenprognoses en het vaststellen van tarieven voor het volgende jaar. Kinderopvangorganisaties moeten immers in de tweede helft van het jaar besluiten welke tarieven zij het volgende jaar gaan hanteren.
Daarmee kunnen twee verschillende beelden ontstaan:
- de overheid baseert de indexering in principe op de eerder verschenen CEP-cijfers;
- de branche kijkt bij haar kostenprognoses naar de later beschikbare en actuelere MEV-cijfers.
Omdat de economische ramingen tussen het voorjaar en het najaar kunnen veranderen, levert dat regelmatig verschillen op. De ontwikkeling van de maximum uurprijs voor de kinderopvangtoeslag kan daardoor afwijken van de kostenontwikkeling waarmee kinderopvangorganisaties op dat moment daadwerkelijk rekening houden.
De nieuwe cMEV 2027 laat precies zien hoe groot zo’n verschil kan worden.
Hoe worden de maximum uurtarieven geïndexeerd?
Voor de jaarlijkse indexering van de maximum uurprijzen wordt gerekend met een gewogen combinatie van:
- 80% loonontwikkeling, op basis van de loonvoet bedrijven;
- 20% inflatie, op basis van de consumentenprijsindex (CPI).
Daarnaast kunnen verschillen tussen eerdere ramingen en actuelere cijfers via correcties worden verwerkt.
De berekeningen in dit artikel laten zien wat er gebeurt wanneer dezelfde 80/20-systematiek wordt toegepast op de nieuwe cijfers uit de cMEV 2027.
Het gaat daarmee nadrukkelijk om een rekenkundige actualisering. Het is niet automatisch de berekening die het ministerie uiteindelijk zal gebruiken.
Nieuwe economische cijfers MEV 2027
De cMEV 2027 bevat de volgende ramingen voor loonontwikkeling en inflatie:
| MEV 2027 | 2025 | 2026 | 2027 |
|---|---|---|---|
| Loonvoet bedrijven | 6,2% | 4,5% | 4,3% |
| CPI | 3,3% | 3,3% | 2,8% |
| Berekende indexatie | 5,62% | 4,26% | 4,00% |
De berekende indexatie voor 2027 komt daarmee uit op: 80% × 4,3% + 20% × 2,8% = 4,00%.
Dat is duidelijk hoger dan de 3,54% waarmee we in het voorjaar op basis van de CEP-cijfers rekenden.
Vooral de raming voor 2026 verandert sterk
De verandering zit niet alleen in de raming voor 2027. Ook de cijfers over 2026 zijn inmiddels aanzienlijk gewijzigd.
In onze eerdere berekening bedroeg de berekende indexatie voor 2026 3,74%. Met de nieuwe cMEV-cijfers komt deze uit op 4,26%.
Voor 2026 was eerder een indexatie van 3,96% in de berekeningen verwerkt. Op basis van het CEP ontstond daardoor nog een negatieve correctie van: 3,74% – 3,96% = -0,22 procentpunt.
Met de actuele cMEV-cijfers draait dat volledig om: 4,26% – 3,96% = +0,30 procentpunt.
De eerder verwachte negatieve correctie wordt in deze berekening dus een positieve correctie van 0,30 procentpunt.
Dit illustreert meteen waarom de CEP- en MEV-cijfers tot verschillende uitkomsten kunnen leiden. Tussen beide publicatiemomenten heeft het CPB de verwachtingen voor de loon- en prijsontwikkeling aangepast.
Ook nog een correctie over 2025
Daarnaast speelt de ontwikkeling over 2025 nog een rol.
Volgens de nieuwe cMEV-cijfers bedraagt de berekende indexatie voor 2025: 5,62%.
In een eerdere fase was voor 2025 een percentage van 4,80% in de berekening verwerkt.
Het verschil bedraagt daarmee: 5,62% – 4,80% = +0,82 procentpunt.
Dat is iets lager dan de +0,90 procentpunt waarmee we in onze eerdere berekening rekening hielden, maar het blijft een forse positieve correctie.
Wat betekent dit voor de mogelijke indexatie in 2027?
Wanneer we de nieuwe cMEV-cijfers gebruiken en de correcties meenemen, ontstaan twee relevante scenario’s:
| Scenario | Berekening indexatie 2027 |
|---|---|
| Indexatie 2027 + correctie 2026 | 4,30% |
| Indexatie 2027 + correcties 2025 en 2026 | 5,12% |
Met name dat laatste percentage is interessant.
In onze eerdere berekening op basis van het CEP kwamen we voor het scenario met volledige correctie uit op 4,22%. Met de actuele cMEV-cijfers stijgt dat naar 5,12%.
Dat is een verschil van maar liefst 0,90 procentpunt.
Maximum uurtarieven 2027 bij 5,12% indexatie
De maximum uurprijzen voor 2026 bedragen:
- KDV: € 11,23
- BSO: € 9,98
- Gastouderopvang: € 8,49
Wanneer daarop rekenkundig een indexatie van 5,12% wordt toegepast, ontstaat het volgende beeld:
| Opvangsoort | Maximum uurprijs 2026 | Berekening 2027 |
|---|---|---|
| Kinderdagopvang (KDV) | € 11,23 | € 11,80 |
| Buitenschoolse opvang (BSO) | € 9,98 | € 10,49 |
| Gastouderopvang | € 8,49 | € 8,92 |
Ten opzichte van onze eerdere berekening betekent dat ongeveer:
- € 0,10 per uur meer voor KDV;
- € 0,09 per uur meer voor BSO;
- € 0,07 per uur meer voor gastouderopvang.
Scenario zonder correctie over 2025
Een belangrijk vraagpunt blijft of de correctie over 2025 daadwerkelijk wordt meegenomen.
Wanneer alleen de actuele indexatie voor 2027 en de positieve correctie over 2026 worden toegepast, komt de berekende indexatie uit op: 4,00% + 0,30% = 4,30%.
De maximum uurprijzen zouden dan ongeveer worden:
| Opvangsoort | Maximum uurprijs 2026 | Berekening 2027 |
|---|---|---|
| Kinderdagopvang (KDV) | € 11,23 | € 11,71 |
| Buitenschoolse opvang (BSO) | € 9,98 | € 10,41 |
| Gastouderopvang | € 8,49 | € 8,86 |
Het verschil tussen het wel of niet meenemen van de correctie over 2025 is daarmee aanzienlijk.
Nu de tarieven zo laat worden vastgesteld: waarom niet de nieuwste cijfers gebruiken?
Normaal gesproken gebruikt de overheid voor de indexering de CEP-cijfers. Daar is de bestaande systematiek op ingericht.
Maar 2026 is wat dat betreft geen normaal jaar.
De maximum uurtarieven voor 2027 worden uitzonderlijk laat vastgesteld. Medio augustus zijn de definitieve bedragen nog altijd niet bekend, terwijl kinderopvangorganisaties inmiddels bezig zijn met begrotingen en tarieven voor 2027.
En juist doordat de besluitvorming zo laat plaatsvindt, ontstaat een logische vraag: als de minister de maximum uurprijzen pas zo laat vaststelt, waarom zou dan niet ook gebruik worden gemaakt van de nieuwste en meest actuele economische cijfers?
De cMEV 2027 is inmiddels beschikbaar en geeft op belangrijke onderdelen een duidelijk ander beeld dan de eerdere CEP-raming.
Daarbij zou wat ons betreft niet alleen naar de nieuwe raming voor 2027 moeten worden gekeken, maar ook naar de inmiddels zichtbare correcties over eerdere jaren. Met name de correctie over 2025 van +0,82 procentpunt is daarbij relevant.
Ook de ontwikkeling over 2026 is inmiddels positiever dan eerder werd voorzien. Waar op basis van het CEP nog sprake leek van een negatieve correctie van -0,22 procentpunt, komt de actuele berekening uit op een positieve correctie van +0,30 procentpunt.
Of de minister juridisch en beleidsmatig daadwerkelijk voor deze aanpak kiest, is uiteraard nog niet bekend.
Maar nu de vaststelling van de maximum uurtarieven toch al uitzonderlijk laat plaatsvindt, zou het op zijn minst wenselijk zijn dat bij het definitieve besluit ook de meest actuele economische inzichten worden betrokken, inclusief de correctie over 2025.
Een besluit dat uitsluitend wordt gebaseerd op oudere ramingen, terwijl nieuwere CPB-cijfers inmiddels beschikbaar zijn en een duidelijk ander beeld geven, zal voor kinderopvangorganisaties en ouders moeilijker uit te leggen zijn.
Waarom dit verschil voor de branche belangrijk is
Het verschil tussen CEP en MEV is geen puur theoretische discussie.
Kinderopvangorganisaties moeten hun tarieven voor het volgende kalenderjaar vaak al in het najaar bekendmaken. Daarbij moeten zij rekening houden met onder meer stijgende loonkosten, huisvestingskosten, energie, voeding, overige inkoop en algemene prijsstijgingen.
Op het moment dat deze begrotingen worden gemaakt zijn de MEV-cijfers doorgaans actueler dan de CEP-cijfers uit het voorjaar.
Wanneer de loon- en prijsontwikkeling in de tussentijd hoger is geworden, ontstaat het risico dat de maximum uurprijs van de kinderopvangtoeslag achterblijft bij de feitelijke kosten- en tariefontwikkeling in de sector.
Daarmee ontstaat een verschil tussen:
de maximum uurprijs waarover ouders kinderopvangtoeslag kunnen ontvangen
en
het werkelijke uurtarief dat kinderopvangorganisaties in rekening moeten brengen.
Wat betekent dit voor ouders?
Voor ouders is vooral van belang hoeveel het werkelijke uurtarief boven de maximum uurprijs voor de kinderopvangtoeslag ligt.
Over het deel van het uurtarief dat boven de maximum uurprijs ligt, wordt geen kinderopvangtoeslag verstrekt. Dat verschil betalen ouders volledig zelf.
Hoe groter het verschil tussen het daadwerkelijke tarief van een kinderopvangorganisatie en de maximum uurprijs, hoe groter dus de eigen bijdrage.
Een hogere maximum uurprijs betekent daarom dat een groter deel van de kinderopvangkosten voor toeslag in aanmerking komt.
Dat is met name belangrijk voor ouders die recht hebben op een hoog toeslagpercentage. Zij kunnen over het bedrag binnen de maximum uurprijs een groot deel vergoed krijgen, terwijl zij het bedrag boven die grens volledig zelf moeten betalen.
Actuelere cijfers geven een duidelijk ander beeld
De nieuwe cMEV 2027 verandert het beeld voor 2027 behoorlijk.
Samengevat:
- de berekende indexatie voor 2027 stijgt van 3,54% naar 4,00%;
- de correctie over 2026 verandert van -0,22 procentpunt naar +0,30 procentpunt;
- de berekende correctie over 2025 bedraagt +0,82 procentpunt;
- inclusief beide correcties komt de berekende indexatie voor 2027 uit op 5,12%;
- de maximum uurprijs voor KDV zou bij die berekening uitkomen op ongeveer € 11,80;
- voor BSO zou dat ongeveer € 10,49 zijn;
- voor gastouderopvang ongeveer € 8,92.
Daarmee is de vraag inmiddels niet alleen meer wanneer de minister de maximum uurprijzen voor 2027 bekendmaakt.
De minstens zo interessante vraag is welke economische cijfers bij die uitzonderlijk late vaststelling worden gebruikt.
Als de overheid toch pas in een zeer laat stadium tot definitieve tarieven komt, zou het logisch en wat ons betreft wenselijk zijn om ook de meest recente beschikbare CPB-ramingen mee te wegen. Inclusief de nog openstaande correctie over 2025.
Dat zou beter aansluiten bij de actuele kostenontwikkeling waarmee de kinderopvangbranche inmiddels voor 2027 rekening moet houden.
Over de uitzonderlijk late vaststelling van de maximum uurprijzen schreven we eerder: Maximum uurtarieven kinderopvangtoeslag 2027 nog steeds niet bekend: een zeer twijfelachtig record.
De bedragen voor 2027 in dit artikel zijn rekenvoorbeelden op basis van de cMEV 2027. De definitieve maximum uurprijzen worden door de overheid vastgesteld. Aan deze berekeningen kunnen geen rechten worden ontleend.