Deel dit bericht op:

Op 9 december 2025 is een petitie aangeboden aan de vaste Kamercommissie SZW, namens meer dan 500 kinderopvangorganisaties die samen ongeveer 40% van alle kindplaatsen in Nederland vertegenwoordigen. Met deze petitie geven organisaties een krachtig signaal af: de voorgenomen aanwijzing van kinderopvang als Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB) brengt grote risico’s met zich mee voor de branche.

De initiatiefnemers, onder wie meerdere sectorvertegenwoordigers, spraken hun zorgen uit over de impact die DAEB zal hebben op kwaliteit, continuïteit en ondernemerschap binnen de kinderopvang.

“We moeten voorkomen dat we het kind met het badwater weggooien.”

Waarom zoveel weerstand tegen DAEB?

De belangrijkste zorgen zijn:

1. Rem op ondernemerschap, investeringen en uitbreiding

DAEB brengt zware beperkingen met zich mee: gescheiden boekhoudingen, een plafond op rendement en intensieve verantwoordings- en toezichtslasten. Dit alles maakt het voor organisaties moeilijker om te investeren, groeien of innoveren, terwijl de vraag naar kindplaatsen juist stijgt.

2. Risico op krimp van het aanbod en langere wachtlijsten

Veel aanbieders geven aan uitbreidingsplannen stil te zetten of heroverwegen. Met name kleine en zelfstandige ondernemers vrezen dat de administratieve last onhaalbaar wordt en dat hun bedrijfsvoering onder druk komt te staan.

3. Minder diversiteit en keuzevrijheid voor ouders

Als kleine en innovatieve aanbieders verdwijnen, wordt het aanbod uniformer en minder flexibel, met nadelige gevolgen voor ouderkeuze en regionale beschikbaarheid.

Resultaten uit stellingen: wantrouwen in beleid is breed

De uitkomst op de stellingen van Kinderopvang-Wijzer (zie onderop artikel) laat zien dat de weerstand tegen DAEB geen niche-standpunt is:

  • 90% is (deels) eens met de stelling dat “de invoering van DAEB negatieve gevolgen heeft voor de kinderopvangbranche.”
  • 88% is (deels) eens met de stelling dat “de introductie van de Wet Financiering Kinderopvang aantoont dat van goed bestuur in voorbereiding en besluitvorming nauwelijks sprake is.”

Professionals herkennen zich in het beeld van een stelselwijziging die te snel, te onvolledig onderbouwd en te weinig in samenwerking met het veld wordt ontworpen.

VNG waarschuwt: eerst toetsen, dan besluiten

“Een ingrijpende stelselwijziging vereist geen learning by doing, maar een robuuste voorbereiding.”

Ook de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) uit stevige kritiek in haar reactie op de internetconsultatie. Die kritiek sluit nauw aan bij de zorgen uit de sector.

Gebrek aan uitvoeringstoetsing en onvoldoende betrokkenheid van ketenpartners

De VNG stelt dat het wetsvoorstel nieuwe verplichtingen oplegt aan houders, gastouderbureaus én gemeenten, zoals:

  • digitale gegevenslevering,
  • maandelijkse voorschotten,
  • strakke termijnen,
  • complexe uitvoeringsverantwoordelijkheden.

Gezien de lessen uit het verleden (o.a. kinderopvangtoeslagaffaire) is het volgens de VNG onbegrijpelijk dat geen volwaardige, ketenbrede uitvoeringstoets is uitgevoerd voordat het wetsvoorstel werd gepresenteerd.

Citaat VNG uit internetconsultatie

 Uitvoerbaarheid en gegevenshuishouding: eerst toetsen, dan besluiten

Het concept wetsvoorstel introduceert nieuwe verplichtingen voor houders, gastouderbureaus en de uitvoerder (o.a. digitale gegevenslevering, maandelijkse voorschotten, strakke termijnen). Gezien de lessen uit het verleden is een ketenbrede uitvoeringstoets noodzakelijk voordat onomkeerbare keuzes worden gemaakt. De VNG is hierin een belangrijke ketenpartners. In het gelopen proces op de ontwikkelfase waren we graag ambtelijk en bestuurlijk betrokken geweest.

Een nieuw concept wetsvoorstel komt beter beslagen ten ijs met de input vanuit beleid en uitvoering van gemeenten. Dit had de mogelijkheid geboden om vroegtijdig de effecten, verantwoordelijkheden en uitvoeringslasten gezamenlijk in beeld te brengen. Een integrale uitvoerbaarheidstoets in die fase is namelijk belangrijk om te voorkomen dat knelpunten pas in een later stadium aan het licht komen. Wij pleiten er daarom voor dat een dergelijke uitvoeringstoets alsnog wordt uitgevoerd voordat definitieve keuzes worden gemaakt en dat gemeenten hierbij structureel worden betrokken.

De VNG pleit nadrukkelijk voor een uitvoerbaarheidstoets vóór definitieve besluitvorming, en voor structurele betrokkenheid van gemeenten in het vervolgproces.

Veelvoorkomende kritiek in de consultatie:

Gebrek aan samenwerking én onvoldoende onderzoek

Uit de reacties komt een terugkerende boodschap:

  • De samenwerking tussen ministerie, praktijk, gemeenten en brancheorganisaties is onvoldoende.
  • Essentiële onderzoeken zijn nog níet uitgevoerd (economische impactanalyse, uitvoeringsimpact, effecten op personeelstekorten, regionale analyse, kosten-batenoverzicht).
  • Veel respondenten noemen het onverantwoord om een ingrijpende stelselwijziging te introduceren zonder deze fundamenten.

Deze stelsel is veel te complex en te fundamenteel om als een soort “learning by doing”-experiment in te voeren. Professionals vrezen dat problemen pas aan het licht komen wanneer het te laat is met kinderen, ouders en medewerkers als eerste slachtoffers.

Wat staat er op het spel?

Voor ouders

  • Kans op langere wachtlijsten.
  • Minder keuzevrijheid.
  • Mogelijke instabiliteit in aanbod tijdens transities.

Voor organisaties en medewerkers

  • Grootere administratieve druk.
  • Onzekerheid over inkomsten en investeringsmogelijkheden.
  • Risico op krimp van kleinschalige en zelfstandige opvangvormen.

Voor gemeenten en uitvoerders

  • Nieuwe, complexe verantwoordelijkheden zonder dat helder is of deze uitvoerbaar zijn binnen bestaande systemen en capaciteit.

Tijd voor bezinning, samenwerking en onderbouwing

De petitie van 500+ organisaties, de kritische uitkomsten uit het sectoronderzoek én de stevige waarschuwingen van de VNG vormen samen een helder signaal: deze stelselwijziging is te groot, te complex en te risicovol om zonder grondige voorbereiding en samenwerking door te voeren.

De kinderopvangsector roept de politiek op om:

  1. eerst de noodzakelijke onderzoeken uit te voeren,
  2. ketenpartners écht te betrekken,
  3. de uitvoerbaarheid en betaalbaarheid integraal te toetsen,
  4. pas daarna beleid vast te leggen.

Alle betrokkenen delen hetzelfde doel: een toekomstbestendig, toegankelijk en kwalitatief sterk kinderopvangstelsel, maar dan wel één dat stevig, doordacht en in samenwerking is opgebouwd.

Stelling: De invoering van de DAEB voor de kinderopvang heeft negatieve gevolgen voor de kinderopvangbranche.
  • Volledig mee eens 81%, 275 stemmen
    275 stemmen 81%
    275 stemmen - 81% van alle stemmen
  • Deels mee eens 9%, 31 stem
    31 stem 9%
    31 stem - 9% van alle stemmen
  • Volledig mee oneens 6%, 19 stemmen
    19 stemmen 6%
    19 stemmen - 6% van alle stemmen
  • Deels mee oneens 3%, 9 stemmen
    9 stemmen 3%
    9 stemmen - 3% van alle stemmen
  • Neutraal / Niet mee een/oneens 1%, 4 stemmen
    4 stemmen 1%
    4 stemmen - 1% van alle stemmen
Totaal aantal reacties: 338
17 oktober 2025 - 9 december 2025
De poll is beëindigd
Stelling: De introductie van de Wet Financiering Kinderopvang toont dat van goed bestuur in de voorbereiding en besluitvorming nauwelijks sprake is.
  • Volledig mee eens 78%, 175 stemmen
    175 stemmen 78%
    175 stemmen - 78% van alle stemmen
  • Deels mee eens 10%, 22 stemmen
    22 stemmen 10%
    22 stemmen - 10% van alle stemmen
  • Volledig mee oneens 6%, 14 stemmen
    14 stemmen 6%
    14 stemmen - 6% van alle stemmen
  • Neutraal / Niet mee (on)eens 4%, 10 stemmen
    10 stemmen 4%
    10 stemmen - 4% van alle stemmen
  • Deels mee oneens 1%, 3 stemmen
    3 stemmen 1%
    3 stemmen - 1% van alle stemmen
Totaal aantal reacties: 224
7 november 2025 - 9 december 2025
De poll is beëindigd