Wet Financiering Kinderopvang: goed bestuur vraagt om nieuwe consultatie vóór behandeling door Raad van State
De aanvullende zienswijze van het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) maakt opnieuw duidelijk dat het wetsvoorstel Wet Financiering Kinderopvang nog belangrijke open eindes bevat. Dat is problematisch, omdat het voorstel niet gaat over een beperkte wijziging, maar over een fundamentele verbouwing van het kinderopvangstelsel.
Volgens ATR ontbreken nog steeds essentiële analyses over onder meer capaciteit, uitvoerbaarheid, regeldruk, toezicht en de gevolgen van de DAEB-constructie. Ook wijst ATR erop dat onderdelen van de impactanalyse en uitvoeringstoetsen pas later beschikbaar komen. Daardoor kan het voorstel nog niet integraal worden beoordeeld.
Dat raakt direct aan een fundamenteel beginsel van behoorlijk bestuur: wetgeving moet zorgvuldig worden voorbereid. In de Aanwijzingen voor de regelgeving staat dat keuzes over regelgeving gebaseerd moeten zijn op een gedegen analyse van alle relevante factoren, zodat burgers, bedrijven, adviesorganen en parlement zich een werkelijk oordeel kunnen vormen.
Juist daar wringt het bij dit voorstel.
Consultatie zonder uitgewerkte kernpunten
Tijdens de internetconsultatie waren cruciale onderdelen nog niet uitgewerkt. De consultatiepagina vermeldde zelf al dat belangrijke elementen; waaronder de DAEB-vormgeving en delen van de gastouderopvang; nog verder zouden worden onderzocht en uitgewerkt ná de consultatie. Ook uitvoeringstoetsen en impactanalyses zouden pas later volgen.
Dat betekent dat organisaties, ouders en andere betrokkenen tijdens de consultatie niet volledig konden reageren op de uiteindelijke werking en gevolgen van het stelsel.
Vooral bij de DAEB-constructie is dat juridisch gevoelig. De economische kern van het systeem; waaronder de norm voor “redelijke winst” en de compensatieformule; was tijdens consultatie nog niet concreet uitgewerkt. Terwijl juist die onderdelen bepalen hoe ondernemingen kunnen functioneren, welke investeringen mogelijk blijven en hoe groot het risico op overregulering of onderaanbod wordt.
Waarom een aanvullende internetconsultatie juridisch verdedigbaar én wenselijk is
Een internetconsultatie wordt niet automatisch “ongeldig” als nog niet alles vaststaat. Maar juridisch ontstaat wel een probleem wanneer essentiële onderdelen van een wetsvoorstel nog ontbreken of onvoldoende onderzocht zijn. Dan komt betekenisvolle participatie onder druk te staan. Belanghebbenden konden immers niet reageren op het daadwerkelijke voorstel zoals dat uiteindelijk vorm krijgt.
Precies daarom is een aanvullende internetconsultatie hier juridisch goed verdedigbaar en mogelijk zelfs procedureel noodzakelijk voordat het voorstel naar de Afdeling advisering van de Raad van State gaat.
Daarvoor bestaan meerdere argumenten:
- essentiële economische en uitvoeringsparameters zijn pas ná consultatie uitgewerkt;
- ATR concludeert dat integrale beoordeling nog niet mogelijk is;
- uitvoeringstoetsen en impactanalyses waren nog niet afgerond;
- gevolgen voor regeldruk, bedrijfsvoering en capaciteit zijn nog onvoldoende inzichtelijk;
- belanghebbenden konden daardoor niet volledig reageren op de feitelijke inhoud van het toekomstige stelsel.
Binnen de Nederlandse wetgevingspraktijk geldt als belangrijke vuistregel dat aanvullend onderzoek dat leidt tot wezenlijke nieuwe keuzes of parameters, aanleiding kan zijn voor herconsultatie. Zeker wanneer de eerdere consultatie daardoor niet meer representatief is voor het uiteindelijke voorstel.
Dat betekent niet automatisch dat herconsultatie wettelijk verplicht is. Maar procedureel en bestuursrechtelijk wordt zij wel steeds moeilijker te vermijden wanneer de kern van het voorstel tijdens de oorspronkelijke consultatie nog onvoldoende vastlag.
Goed bestuur vraagt om eerst duidelijkheid, daarna pas doorprocederen
Het bredere probleem is dat de overheid hier de volgorde dreigt om te draaien. Niet eerst volledig onderzoeken en daarna consulteren, maar eerst consulteren terwijl fundamentele onderdelen nog openstaan.
Juist bij een stelselwijziging met zulke grote gevolgen voor ouders, kinderen, ondernemers en uitvoeringsorganisaties hoort de overheid terughoudend en zorgvuldig te opereren.
Het is daarom moeilijk uit te leggen waarom het voorstel al richting Raad van State zou gaan terwijl:
- ATR nog fundamentele bezwaren heeft;
- belangrijke analyses ontbreken;
- de uitvoerbaarheid nog onvoldoende is aangetoond;
- en de consultatie plaatsvond terwijl cruciale onderdelen nog niet waren uitgewerkt.
Een aanvullende internetconsultatie zou in dat licht niet alleen verstandig zijn, maar vooral passen bij behoorlijk bestuur en zorgvuldige wetgeving.
Risico op juridische procedures neemt toe
Wanneer een fundamentele stelselwijziging wordt doorgezet terwijl essentiële onderdelen nog onvoldoende zijn onderzocht of uitgewerkt, neemt ook het risico op juridische procedures toe.
Dat geldt zeker wanneer betrokken partijen kunnen aanvoeren dat de voorbereiding van de wet onvoldoende zorgvuldig is geweest, dat belanghebbenden niet volledig hebben kunnen meepraten over de uiteindelijke vorm van het stelsel, of dat de gevolgen voor bedrijfsvoering, regeldruk en uitvoerbaarheid onvoldoende inzichtelijk zijn gemaakt.
Juist bij de Wet Financiering Kinderopvang spelen die vragen nadrukkelijk. De wet grijpt diep in in de economische en organisatorische structuur van de kinderopvangsector. Tegelijk zijn belangrijke onderdelen; zoals de precieze uitwerking van de DAEB-systematiek, de compensatieparameters, uitvoeringstoetsen en delen van de impactanalyse; tijdens de oorspronkelijke consultatie nog niet volledig uitgewerkt.
Wanneer het kabinet toch zonder aanvullende consultatie doorzet, ligt het voor de hand dat brancheorganisaties, houders en andere betrokken partijen kritisch zullen kijken naar de juridische houdbaarheid van het voorstel. Daarbij kunnen vragen ontstaan over de zorgvuldigheid van de voorbereiding, de kwaliteit van de toelichting, de proportionaliteit van de maatregelen en de naleving van Europese DAEB- en staatssteunregels.
Een aanvullende consultatie is daarom niet alleen verstandig vanuit bestuurlijk oogpunt, maar kan ook bijdragen aan het voorkomen van langdurige juridische procedures, onzekerheid en verdere onrust in de sector.
Democratische legitimiteit vraagt om een eerlijke tweede ronde
De kernvraag is uiteindelijk simpel: hebben betrokkenen werkelijk kunnen reageren op het voorstel zoals het straks gaat gelden?
Als het antwoord daarop “nee” is, dan is een aanvullende consultatie geen vertragingstactiek maar een noodzakelijke correctie in het wetgevingsproces.
Bij een wet die de financiering van de gehele kinderopvangsector fundamenteel verandert, hoort een volledig en transparant debat plaats te vinden op basis van uitgewerkte en onderzochte keuzes,niet op basis van open eindes die later nog moeten worden ingevuld.
Dat is geen politieke luxe. Dat is wat zorgvuldig bestuur hoort te zijn.
Bronnen
- Adviescollege toetsing regeldruk (ATR), Aanvullende zienswijze Wet financiering kinderopvang, 30 april 2026.
https://www.adviescollegeregeldruk.nl/documenten/2026/04/30/aanvullende-zienswijze-wet-financiering-kinderopvang - Internetconsultatie, Wet financiering kinderopvang.
https://www.internetconsultatie.nl/5652 - Ontwerp memorie van toelichting, Wetsvoorstel financiering kinderopvang.
https://www.internetconsultatie.nl/wetfinancieringkinderopvang/document/14760 - Kenniscentrum voor beleid en regelgeving, Aanwijzing 2.3 Voorafgaand onderzoek.
https://www.kcbr.nl/…/aanwijzing-23-voorafgaand-onderzoek - Kenniscentrum voor beleid en regelgeving, Aanwijzing 4.44 Vermelding inbreng externe partijen.
https://www.kcbr.nl/…/aanwijzing-444-vermelding-inbreng-externe-partijen - Kenniscentrum voor beleid en regelgeving, Aanwijzing 4.45 Vermelding financiële gevolgen.
https://www.kcbr.nl/…/aanwijzing-445-vermelding-financiele-gevolgen - Kenniscentrum voor beleid en regelgeving, Bedrijfseffectentoets.
https://www.kcbr.nl/…/bedrijfseffectentoets-inclusief-regeldrukeffecten - Kenniscentrum voor beleid en regelgeving, MKB-toets.
https://www.kcbr.nl/…/mkb-toets - Kenniscentrum voor beleid en regelgeving, Doenvermogen.
https://www.kcbr.nl/…/doenvermogen - Europese Commissie / EUR-Lex, DAEB-Vrijstellingsbesluit 2012/21/EU.
https://eur-lex.europa.eu/eli/dec/2012/21(1)/oj/eng