De opheffing van het handhavingsmoratorium van de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) komt eraan. Overal verschijnen er artikelen, zoals bij de FD  of de NOS, over organisaties die geen zelfstandigen meer in gaan huren in 2025 ( zoals ook de NOS) Voormalig Minister van Gennip heeft iets aangepast ontwerptekst VBAR eind juni naar de Raad van State gezonden. In het Hoofdlijnenakkoord is ook afgesproken de Wet VBAR door te zetten.

Deze opheffing zal aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor zowel opdrachtgevers als de zzp’ers in de kinderopvang, zorg- en welzijnssector. De Belastingdienst richt zich voornamelijk op de controle van opdrachtgevers, maar de consequenties kunnen ook verstrekkend zijn voor de zzp’ers zelf.

Kinderopvangorganisaties horen te weten dat ze de Wet DBA overtreden door het inzetten van schijnzelfstandigen. Dat werd in oktober 2023 al duidelijk bij de presentatie van de Ontwerp tekst Wet VBAR (Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden). In de Memorie van Toelichting van de VBAR werd door wetgever en diverse uitvoeringsinstanties (UWV, Belastingdienst, Nederlandse Arbeidsinspectie) al aangegeven dat kinderopvangorganisaties schijnzelfstandigen inzetten, op basis van de huidige wetgeving (Wet DBA) en jurisprudentie (zoals Hoge Raad Deliveroo).

Controle door de Belastingdienst

Vanaf de opheffing van het moratorium zal de Belastingdienst strenger gaan handhaven op schijnzelfstandigheid. Dit betekent dat kinderopvangorganisaties hun huidige werkrelaties met zzp’ers zorgvuldig moeten herzien. Bij controles zal de Belastingdienst toetsen of de arbeidsrelatie voldoet aan de criteria voor zelfstandigheid. Indien een zzp’er feitelijk als werknemer opereert, loopt de opdrachtgever het risico op boetes en naheffingen.

Gevolgen voor opdrachtgevers

Als blijkt dat een zzp’er schijnzelfstandig is, kan dit leiden tot forse boetes voor de opdrachtgever. De opdrachtgever kan worden aangeslagen voor niet-afgedragen loonbelasting en sociale premies. Bovendien kunnen er juridische en financiële claims volgen, wat aanzienlijke kosten met zich mee kan brengen.

Gevolgen voor zzp’ers

Ook voor de zzp’er zelf heeft de vaststelling van schijnzelfstandigheid bij de opdrachtgever gevolgen. Wordt bij een controle bij de opdrachtgever vastgesteld dat de zzp’ers schijnzelfstandig waren, zullen ook deze worden aangesproken met mogelijk aanpassing van de IB-aanslagen. Deze verliest zijn/haar status als ondernemer voor de inkomstenbelasting, met mogelijk naheffingsaanslagen. Dit betekent het verlies van belangrijke fiscale voordelen, zoals:

  • Zelfstandigenaftrek: Dit is een vaste aftrekpost die ondernemers kunnen toepassen op hun winst, wat leidt tot een lagere belastingaanslag.
  • Startersaftrek: Een extra aftrekpost voor startende ondernemers, die naast de zelfstandigenaftrek komt.
  • Ondernemersvrijstelling: Een percentage van de winst dat belastingvrij is voor ondernemers.

Zonder deze aftrekken en vrijstellingen kan de belastingdruk voor de zzp’er aanzienlijk stijgen, wat kan leiden tot financiële problemen.

Wat kunnen kinderopvangorganisaties doen?

Om de risico’s van schijnzelfstandigheid te vermijden, kunnen kinderopvangorganisaties de volgende stappen ondernemen:

  1. Herzie de arbeidsrelaties: Controleer of de zzp’ers binnen de organisatie daadwerkelijk als zelfstandigen werken volgens de criteria van de Belastingdienst en de aanwezige jurisprudentie  (Hoge Raad Deliveroo).
  2. Gebruik de Webmodule Beoordeling Arbeidsrelatie (WBA): Deze tool helpt opdrachtgevers en opdrachtnemers om te bepalen of een arbeidsrelatie als zelfstandig kan worden aangemerkt. De WBA geeft een indicatie over de status van de arbeidsrelatie.
  3. Overweeg alternatieve contractvormen: Als blijkt dat zzp’ers in feite als werknemers opereren, overweeg dan om hen in loondienst te nemen. Dit kan helpen om de naleving van de wetgeving te waarborgen en boetes te vermijden.

Wat kunnen zzp’ers doen?

Een ondernemer hoort goed en volledig geïnformeerd te zijn en is verantwoordelijk voor het eigen handelen.

  1. Gebruik de Webmodule Beoordeling Arbeidsrelatie (WBA): Deze tool geeft een indicatie over de status van de arbeidsrelatie.
  2. Laat je adviseren en informeren door onafhankelijke specialisten (zoals jurist / fiscalist). Dat is dus niet het platform/bemiddelingsbureau waar jij je diensten vandaan haalt.  
  3. Lees eens hoe de wetgever en uitvoeringsinstanties denkt over de zelfstandigen in de kinderopvang. (Wat is de zienswijze in de MvT over ZZP’ers in de zorg, onderwijs en kinderopvang?)
  4. Vraag jezelf af of jij echt “zonder gezag” kan werken. Kan jij doen en laten wat jij wil bij de dienst? Bepaal jij zelf volledig hoe er gewerkt wordt?  En ben je wel echt zelfstandig ondernemer? Heb jij volledige zeggenschap over de opdrachtovereenkomst? Betaal jij voor diensten van derden, zoals gebruik van urenregistratie en facturatiesoftware of voor de diensten van bemiddeling?

Risico’s

De opheffing van het handhavingsmoratorium van de Wet DBA heeft gevolgen voor de kinderopvang, zorg- en welzijnssector. Zowel opdrachtgevers als zzp’ers moeten zich bewust zijn van de risico’s van schijnzelfstandigheid en de nodige stappen ondernemen om aan de wetgeving te voldoen. Door arbeidsrelaties te herzien en gebruik te maken van hulpmiddelen zoals de Webmodule Beoordeling Arbeidsrelatie, kunnen organisaties en zzp’ers zich voorbereiden op de nieuwe handhaving en de bijbehorende risico’s minimaliseren. Meer informatie: zie Dossier: zzp in kinderopvang