DAEB in de kinderopvang: een bedreiging voor ondernemerschap en groei
De mogelijke invoering van Diensten van Algemeen Economisch Belang (DAEB) in de kinderopvangsector kan grote gevolgen hebben. Hoewel het doel is om kinderopvang betaalbaar te houden en overwinsten te voorkomen, kan het systeem in de praktijk juist averechts uitpakken.
Redelijke winst: berekend op eigen vermogen
Binnen een DAEB-structuur mogen organisaties alleen een ‘redelijke winst’ behalen. In de praktijk wordt dit doorgaans vastgesteld als een percentage van het eigen vermogen, en niet van de omzet. De bandbreedte die vaak genoemd wordt als een redelijk %, ligt tussen de 3% en 7%.
Het probleem: kinderopvang is een kapitaalintensieve sector. Startende ondernemers hebben meestal een klein eigen vermogen en een groot aandeel vreemd vermogen. Hun toegestane winst wordt daardoor extreem laag, ongeacht de omzet die zij realiseren.
Bij de berekening van de compensatie mag een redelijke winst worden meegenomen. Deze winst moet marktconform zijn en mag niet leiden tot overcompensatie.
Onder een ‘redelijke winst’ wordt verstaan een rendement op kapitaal die een gemiddeld goed beheerde onderneming zou vragen bij het verrichten van een DAEB. Daarbij wordt rekening gehouden met de duur van de openbare dienstverplichting en de grootte van het risico voor de onderneming die de DAEB verricht. Het risico dat de onderneming loopt door een DAEB te verrichten kan variëren naar gelang de sector, het soort dienst en de kenmerken van het compensatiemechanisme.
Een rendement op kapitaal wordt door de Commissie uitgelegd als ‘de interne opbrengstvoet’ (internal rate of return; IRR) die de onderneming voor de looptijd van het project op het door haar geïnvesteerde kapitaal behaalt. Hierbij wordt gekeken naar de gehele periode waarvoor de onderneming met het beheer van de betrokken dienst is belast.
Bron : Handreiking Rijksoverheid
Voorbeeld uit de praktijk
Een ondernemer start een nieuwe locatie met 12 kindplaatsen en een investering van € 90.000 (ongeveer een bescheiden € 7.500 per kindplaats) in een bestaand en deels verbouwd pand. (In onderstaand overzicht een aantal scenario’s, waaronder die met 126 kindplaatsen, het gemiddelde per KDV-houder in Nederland).
Balans bij aanvang
| Locatie – aantal kindplaatsen | 12 | 20 | 34 | 48 | 126 | |
| BALANS BEGIN JAAR | begin jaar 1 | begin jaar 1 | begin jaar 1 | begin jaar 1 | begin jaar 1 | |
| Investeringen vaste activa | € 90.000 | € 150.000 | € 255.000 | € 360.000 | € 945.000 | |
| Debiteuren | € – | € – | € – | € – | € – | |
| Liquide middelen | € 22.500 | € 37.500 | € 63.750 | € 90.000 | € 236.250 | |
| Totaal activa | € 112.500 | € 187.500 | € 318.750 | € 450.000 | € 1.181.250 | |
| Eigen vermogen | € 18.000 | € 18.000 | € 18.000 | € 18.000 | € 18.000 | |
| Schuld aandeelhouder | € 94.500 | € 169.500 | € 300.750 | € 432.000 | € 1.163.250 | |
| Crediteuren | € – | € – | € – | € – | € – | |
| Loonbelasting, pensioen etc | € – | € – | € – | € – | € – | |
| Totaal passiva | € 112.500 | € 187.500 | € 318.750 | € 450.000 | € 1.181.250 |
De ondernemer behaalt in het eerste jaar gelijk vanaf de eerste dag een 75 % bezetting met een uurtarief van € 11,17 (gemiddeld tarief KDV Q1 2025) een omzet van ruim € 287.000 met een rendement van ongeveer 4%. Dat levert een netto resultaat van € 11.500 op, vergelijkbaar met het sectorgemiddelde (Sectorrapport Waarborgfonds Kinderopvang).
| RESULTATENREKENING | ||||||
| Locatie – aantal kindplaatsen | 12 | 20 | 34 | 48 | 126 | |
| Gerealiseerde omzet per jaar | € 287.516 | € 479.193 | € 814.628 | € 1.150.063 | € 3.018.916 | |
| Netto resultaat | 4% | € 11.501 | € 19.168 | € 32.585 | € 46.003 | € 120.757 |
| Benodigd eigen vermogen | 7% | € 164.295 | € 273.825 | € 465.502 | € 657.179 | € 1.725.095 |
| Maximaal rendement aanwezig vermogen begin jaar | € 1.260 | € 1.260 | € 1.260 | € 1.260 | € 1.260 | |
| Potentiële terugbetalingsverplichting | € 10.241 | € 17.908 | € 31.325 | € 44.743 | € 119.497 |
Balans einde van het jaar
Onder DAEB bij een % van het eigen vermogen zou de ondernemer dus slechts € 1.260 mogen behouden. De resterende € 10.240 wordt gezien als bovenmatig en zou leiden tot een terugbetalingsverplichting.
| BALANS EINDE JAAR | eind jaar 1 | eind jaar 1 | eind jaar 1 | eind jaar 1 | eind jaar 1 | |
| Investeringen vaste activa | € 78.000 | € 130.000 | € 221.000 | € 312.000 | € 819.000 | |
| Debiteuren (1/2 maand omzet) | € 11.980 | € 19.966 | € 33.943 | € 47.919 | € 125.788 | |
| Liquide middelen | € 39.571 | € 54.751 | € 81.317 | € 107.883 | € 255.893 | |
| Totaal activa | € 129.551 | € 204.718 | € 336.260 | € 467.803 | € 1.200.682 | |
| Eigen vermogen | € 19.260 | € 19.260 | € 19.260 | € 19.260 | € 19.260 | |
| Schuld aandeelhouder | € 85.050 | € 152.550 | € 270.675 | € 388.800 | € 1.046.925 | |
| Terugbetalingsverplichting | € 10.241 | € 17.908 | € 31.325 | € 44.743 | € 119.497 | |
| Crediteuren | € 5.000 | € 5.000 | € 5.000 | € 5.000 | € 5.000 | |
| Loonbelasting, pensioen etc | € 10.000 | € 10.000 | € 10.000 | € 10.000 | € 10.000 | |
| Totaal passiva | € 129.551 | € 204.718 | € 336.260 | € 467.803 | € 1.200.682 |
In de balansen is er gemakshalve vanuit gegaan dat vennootschapsbelasting gelijk betaald is.
Structurele problemen
Dit voorbeeld maakt duidelijk hoe onrealistisch de systematiek is:
- Het eigen vermogen groeit slechts langzaam (van € 18.000 naar € 19.260 in een jaar).
- Pas na ongeveer 10 jaar zou het eigen vermogen verdubbelen.
- Ondernemers die risico nemen en investeren, worden afgestraft met terugbetalingen.
- Organisaties met grote reserves (meestal stichtingen die vermogen hebben opgebouwd met subsidies in het verleden) hebben juist meer ruimte, terwijl commerciële partijen (vaak kleinere reserves) en starters meer buiten spel worden gezet.
Gevolgen voor de sector
De gevolgen kunnen groot zijn:
- Starters worden ontmoedigd, omdat hun lage eigen vermogen slechts minimale winst toestaat.
- Groei en innovatie komen onder druk te staan. Nieuwe concepten of uitbreidingen zijn financieel onaantrekkelijk.
- Ongelijk speelveld tussen verschillende organisaties
- Beperkte investeringsbereidheid, waardoor uitbreiding van het aanbod stagneert terwijl de vraag naar opvang juist toeneemt.
Averechts
Hoewel DAEB bedoeld is om de sector stabiel en betaalbaar te houden, kan het in de praktijk juist averechts uitpakken. Door winst te koppelen aan het eigen vermogen ontstaat een systeem dat ondernemerschap afremt, startups uitsluit en een ongelijk speelveld creëert. De kinderopvangsector heeft juist behoefte aan ruimte voor investeringen, groei en innovatie om te kunnen voldoen aan de toekomstige vraag. Als DAEB te rigide wordt ingevoerd, kan dat de kwaliteit, diversiteit en beschikbaarheid van kinderopvang ernstig schaden.
En dat terwijl juist investeringen in de branche gewenst zijn.
De gegegevens in dit artikel zijn voor het laatst bijgewerkt en gecontroleerd op 1 november 2025