Ga naar de inhoud
Kinderopvang - Wijzer

Wegwijs in de kinderopvang

Kinderopvang - Wijzer

Wegwijs in de kinderopvang

  • Start
  • Ouders
    • Welke soorten kinderopvang zijn er?
    • Wanneer beginnen met zoeken naar kinderopvang?
    • Waar let ik op bij het kiezen van kinderopvang?
    • Openingstijden en dagen in de kinderopvang
    • Kinderopvang vergelijken: waar let je op?
    • Wiki-kinderopvang
    • Zwangerschapskalender
  • Opvang zoeken
    • Zoek op gemeente
    • Zoek op plaats
    • Zoek op houders
    • Zoek op opvangvormen
      • Zoeken op KDV
      • Zoeken op KDV-VE
      • Zoeken op BSO
    • Zoek op GGD-regio
    • Zoek locaties basisscholen
  • Kosten en toeslag
    • Kinderopvangtoeslag
    • Tabel kinderopvangtoeslag
    • Maximum uurtarieven
    • Netto kosten kinderopvang
    • Bijna gratis kinderopvang
  • Sector en cijfers
    • Dashboard kinderopvang
    • Stand van zaken KDV
    • Stand van zaken BSO
    • Top 100 kinderopvang
    • Maandoverzichten
  • Nieuws en dossiers
  • Start
  • Ouders
    • Welke soorten kinderopvang zijn er?
    • Wanneer beginnen met zoeken naar kinderopvang?
    • Waar let ik op bij het kiezen van kinderopvang?
    • Openingstijden en dagen in de kinderopvang
    • Kinderopvang vergelijken: waar let je op?
    • Wiki-kinderopvang
    • Zwangerschapskalender
  • Opvang zoeken
    • Zoek op gemeente
    • Zoek op plaats
    • Zoek op houders
    • Zoek op opvangvormen
      • Zoeken op KDV
      • Zoeken op KDV-VE
      • Zoeken op BSO
    • Zoek op GGD-regio
    • Zoek locaties basisscholen
  • Kosten en toeslag
    • Kinderopvangtoeslag
    • Tabel kinderopvangtoeslag
    • Maximum uurtarieven
    • Netto kosten kinderopvang
    • Bijna gratis kinderopvang
  • Sector en cijfers
    • Dashboard kinderopvang
    • Stand van zaken KDV
    • Stand van zaken BSO
    • Top 100 kinderopvang
    • Maandoverzichten
  • Nieuws en dossiers
Sluiten

Zoeken

Kinderopvang - Wijzer

Wegwijs in de kinderopvang

Kinderopvang - Wijzer

Wegwijs in de kinderopvang

  • Start
  • Ouders
    • Welke soorten kinderopvang zijn er?
    • Wanneer beginnen met zoeken naar kinderopvang?
    • Waar let ik op bij het kiezen van kinderopvang?
    • Openingstijden en dagen in de kinderopvang
    • Kinderopvang vergelijken: waar let je op?
    • Wiki-kinderopvang
    • Zwangerschapskalender
  • Opvang zoeken
    • Zoek op gemeente
    • Zoek op plaats
    • Zoek op houders
    • Zoek op opvangvormen
      • Zoeken op KDV
      • Zoeken op KDV-VE
      • Zoeken op BSO
    • Zoek op GGD-regio
    • Zoek locaties basisscholen
  • Kosten en toeslag
    • Kinderopvangtoeslag
    • Tabel kinderopvangtoeslag
    • Maximum uurtarieven
    • Netto kosten kinderopvang
    • Bijna gratis kinderopvang
  • Sector en cijfers
    • Dashboard kinderopvang
    • Stand van zaken KDV
    • Stand van zaken BSO
    • Top 100 kinderopvang
    • Maandoverzichten
  • Nieuws en dossiers
  • Start
  • Ouders
    • Welke soorten kinderopvang zijn er?
    • Wanneer beginnen met zoeken naar kinderopvang?
    • Waar let ik op bij het kiezen van kinderopvang?
    • Openingstijden en dagen in de kinderopvang
    • Kinderopvang vergelijken: waar let je op?
    • Wiki-kinderopvang
    • Zwangerschapskalender
  • Opvang zoeken
    • Zoek op gemeente
    • Zoek op plaats
    • Zoek op houders
    • Zoek op opvangvormen
      • Zoeken op KDV
      • Zoeken op KDV-VE
      • Zoeken op BSO
    • Zoek op GGD-regio
    • Zoek locaties basisscholen
  • Kosten en toeslag
    • Kinderopvangtoeslag
    • Tabel kinderopvangtoeslag
    • Maximum uurtarieven
    • Netto kosten kinderopvang
    • Bijna gratis kinderopvang
  • Sector en cijfers
    • Dashboard kinderopvang
    • Stand van zaken KDV
    • Stand van zaken BSO
    • Top 100 kinderopvang
    • Maandoverzichten
  • Nieuws en dossiers
Sluiten

Zoeken

Home/Actueel en info/Internetconsultatie rookvrije kindomgeving: vrijwillig wordt verplicht
roken
Actueel en info

Internetconsultatie rookvrije kindomgeving: vrijwillig wordt verplicht

22 april 2026 29 Min lezen

Voor houders en kinderopvangorganisaties is een belangrijke wetswijziging in consultatie gebracht. Het voorstel breidt het rookverbod uit naar de terreinen van kindercentra, maar ook van beheerde speeltuinen en kinderboerderijen.

Dat betekent dat een rookvrije kindomgeving op deze locaties niet langer alleen een vrijwillige keuze is. Als dit wetsvoorstel en de verdere uitwerking worden vastgesteld, wordt het een wettelijke verplichting om op deze terreinen een rookverbod in te stellen, aan te duiden en te handhaven. Op deze locaties mag dan ook buiten niet meer worden gerookt.

Voor veel kinderopvangorganisaties verandert er in de praktijk mogelijk weinig, omdat veel locaties nu al vrijwillig rookvrij zijn. Met dit voorstel wil de overheid echter ook de laatste locaties onder een verplicht rookverbod brengen.

Wat betekent dit voor houders en kinderopvangorganisaties?

Het wetsvoorstel heeft directe gevolgen voor beheerders en houders van kindercentra. Van hen wordt verwacht dat zij zorgen voor:

  • het instellen van een rookverbod op het terrein;
  • duidelijke aanduiding van dat verbod;
  • handhaving van het rookverbod op locatie.

Het gaat dus niet alleen om beleid op papier, maar ook om de praktische uitvoering op het terrein.

Reageren kan nog via de internetconsultatie

De internetconsultatie is gestart op 21 april 2026 en loopt tot en met 19 mei 2026. Organisaties en andere belanghebbenden kunnen in deze periode nog reageren op het voorstel.

Bekijk hier de internetconsultatie rookvrije kindomgeving


MEMORIE VAN TOELICHTING

Algemeen

Inleiding

Met de partijen die betrokken zijn bij het Nationaal Preventieakkoord (hierna: NPA) is de doelstelling afgesproken in 2040 een rookvrije generatie te realiseren.1 In de Samenhangende Preventiestrategie is vastgehouden aan de doelstellingen uit het NPA met een focus op jeugd.2 Tijdens het opstellen van de NPA-doelstellingen heeft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (hierna: RIVM) geconcludeerd dat een samenhangend pakket van maatregelen nodig is om de doelstellingen voor een rookvrije generatie te behalen.3 Een dergelijk pakket dient te bestaan uit maatregelen zoals een forse accijnsverhoging, een uitstalverbod, neutrale verpakkingen van tabaksproducten en aanverwante producten, een uitbreiding van het reclameverbod, een uitbreiding van het rookverbod en het verminderen van het aantal verkooppunten in combinatie met intensieve campagnes. Deze combinatie van maatregelen strekt er ook toe te bewerkstelligen dat zo veel mogelijk rokers stoppen met roken, gestopt blijven en meeroken door jong en oud wordt voorkomen.

Met dit wetsvoorstel wordt in het licht van de noodzaak van een samenhangend maatregelenpakket om in 2040 een rookvrije generatie te realiseren voorgesteld de Tabaks- en rookwarenwet (hierna: wet) aan te passen. Doel is het rookverbod uit te breiden naar terreinen waar veel kinderen komen. Voorgesteld wordt een delegatiegrondslag in de wet op te nemen op grond waarvan bij algemene maatregel van bestuur een rookverbod wordt uitgewerkt voor terreinen die in gebruik zijn als of behoren tot een beheerde speeltuin, kinderboerderij of kindercentrum (dagopvang of buitenschoolse opvang). Voor de gebouwen of inrichtingen van deze voorzieningen (‘binnen’) geldt reeds een rookverbod, maar met dit wetsvoorstel wordt dit uitgebreid naar de terreinen (‘buiten’). Dit voornemen is in het NPA, het Actieplan tegen Vapen4 en de Samenhangende Preventiestrategie aangekondigd. In het coalitieakkoord 2026-2030 is afgesproken door te gaan met de initiatieven rondom de rookvrije generatie.5

Aanleiding en noodzaak

Jaarlijks overlijden bijna 20.000 mensen in Nederland aan de gevolgen van roken. Daarnaast sterven jaarlijks enkele honderden mensen aan longkanker en enkele duizenden mensen aan hart-en vaatziekten door blootstelling aan omgevingstabaksrook, ofwel meeroken.6 De blootstelling aan tabaksrook door meeroken is bijzonder schadelijk voor jonge kinderen, omdat hun lichaam zich nog volop ontwikkelt en ze gevoeliger zijn voor schadelijke stoffen. Blootstelling aan tabaksrook vergroot het risico op ernstige ademhalingsproblemen zoals bronchitis, longontsteking en astma.7 Het voorkomen dat mensen, en in het bijzonder kinderen en jongeren, gaan roken levert veel winst op voor zowel de individuele gezondheid als de volksgezondheid en is essentieel voor het realiseren van een rookvrije generatie in 2040.8

Gemiddeld beginnen per dag nog steeds 75 jongeren onder de achttien jaar met dagelijks roken en de gemiddelde leeftijd waarop rokers en ex-rokers zijn begonnen met roken is in Nederland zeventien jaar.9 10 Het is duidelijk dat hoe jonger men begint met roken, des te meer sigaretten men per dag rookt en des te moeilijker het is te stoppen met roken.11 Kinderen worden daarbij door de tabaksindustrie gezien als ‘replacement smokers’12: een nieuwe generatie rokers die de groep rokers die vroegtijdig zijn overleden, moet vervangen. Sinds 2003 is het percentage scholieren tussen de twaalf en zestien jaar dat ooit heeft gerookt weliswaar sterk afgenomen van 44% in 2003 naar 17% in 2017, maar zorgelijk is dat deze dalende trend is gestagneerd en het percentage scholieren dat ooit gerookt heeft ook in 2019 en 2021 bleef steken op 17% en in 2023 ook nog steeds 16% van de scholieren ooit gerookt heeft.13

Het is van belang kinderen en jongeren te beschermen tegen de schadelijke effecten van en blootstelling aan roken. De Wereldgezondheidsorganisatie (hierna: WHO) geeft aan dat kinderen moeten kunnen opgroeien in omgevingen vrij van de gevaren van tabak.14 Het bieden van een dergelijke omgeving is volgens de WHO essentieel voor het behalen van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstelling goede gezondheid en welzijn (SDG3). Dit is één van de zeventien wereldwijde doelen die in 2015 door de Verenigde Naties zijn vastgesteld om vóór 2030 een einde te maken aan onder andere armoede, ongelijkheid en klimaatverandering. Deze doelstelling beoogt voortijdige sterfte veroorzaakt door niet-overdraagbare ziektes en psychische problemen te voorkomen. Roken is een risicofactor voor het ontwikkelen van niet-overdraagbare ziektes.

Daarnaast geeft de Aanbeveling van de Raad van 3 december 2024 betreffende rook- en aerosolenvrije omgevingen (C/2024/7425) een aantal aanbevelingen aan de lidstaten van de Europese Unie om mensen, met name jongeren, beter te beschermen tegen tweedehands rook en aerosolen door middel van het uitbreiden van het aantal rookvrije omgevingen.15 Een specifieke aanbeveling is om bescherming tegen tweedehands rook en aerosolen uit te breiden naar buitenruimten en plekken in de buitenlucht, specifiek recreatieve plekken waar kinderen komen, zoals speeltuinen, attractieparken, zwembaden en dierentuinen. De voorgestelde uitbreiding van het rookverbod naar terreinen van beheerde speeltuinen, kinderboerderijen en kindercentra sluit hierbij aan.

In het NPA is afgesproken dat kinderen moeten kunnen opgroeien in een rook- en tabaksvrije omgeving, ze niet langer blootgesteld worden aan meeroken en voorkomen wordt dat zij verleid worden te beginnen met roken.16 Bekend is dat zien roken, doet roken. Door een rook- en tabaksvrije omgeving worden kinderen niet alleen beschermd tegen tabaksrook, maar hierdoor wordt ook van jongs af aan de norm versterkt dat roken niet normaal is en nicotine- en tabaksproducten geen normale producten zijn. Een rook- en tabaksvrije omgeving betekent ook dat kinderen niet blootgesteld worden aan nieuwsoortige tabaksproducten (zoals verhitte tabak) en e-sigaretten met en zonder nicotine.17

Om een rook- en tabaksvrije omgeving te bereiken is met alle partners van het NPA tot doel gesteld dat alle terreinen bij scholen en onderwijsinstellingen, speeltuinen, kinderboerderijen en kindercentra rookvrij dienen te zijn.18 Voor scholen en onderwijsinstellingen geldt sinds 1 augustus 2020 een wettelijk rookverbod op hun terreinen.19 Uit de Voortgangsrapportage Nationaal Preventieakkoord 2021 (hierna: voortgangsrapportage) van het RIVM blijkt dat, ondanks dat vooruitgang is geboekt op de rook- en tabaksvrije omgeving, een aantal andere doelstellingen binnen het thema niet gehaald is.20 Het aantal rookvrije terreinen bij beheerde speeltuinen, kinderboerderijen en kindercentra is toegenomen, maar nog niet al deze plekken zijn rookvrij.

De Tweede Kamer heeft de regering meermaals opgeroepen meer omgevingen waar veel kinderen komen rookvrij te maken.21 Zo is een motie aangenomen waarmee de regering is verzocht met een plan te komen voor een rookverbod op plekken waar veel kinderen komen, zoals pretparken, speeltuinen en openluchtzwembaden.22 In de brief van de toenmalig Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over deze motie is aangekondigd dat, gezien de beperkte financiële middelen voor het toezicht op de naleving van het rookverbod, het vooralsnog niet mogelijk is al deze omgevingen tegelijkertijd onder het wettelijk rookverbod te laten vallen.23

Omwille van de handhaafbaarheid is ervoor gekozen het rookvrij maken van zogenoemde kindomgevingen in een aantal fases op te delen. In eerste instantie worden de omgevingen rookvrij gemaakt die primair gericht zijn op kinderen, namelijk beheerde speeltuinen, kinderboerderijen en kindercentra. Uit het Draagvlakonderzoek Tabaksontmoedigingsbeleid in opdracht van de Gezondheidsfondsen voor Rookvrij (hierna: GvRV) blijkt dat het draagvlak voor het creëren van rookvrije omgevingen op plaatsen waar veel kinderen komen groot is in Nederland. Voor beheerde speeltuinen, kinderboerderijen en kindercentra is het draagvlak al een aantal jaar stabiel hoog, namelijk rond de 90%.24 In een volgende fase kunnen andere terreinen waar veel kinderen komen rookvrij worden gemaakt door deze omgevingen onder het wettelijk rookverbod te brengen. Hierbij valt te denken aan de sportsector, openluchtzwembaden, dagattracties (zoals pretparken en dierentuinen), onbeheerde speeltuinen en de scouting.

Hoofdlijnen

Dit wetsvoorstel beoogt kinderen te beschermen tegen blootstelling aan rook en roken door de terreinen van beheerde speeltuinen, kinderboerderijen en kindercentra rookvrij te maken.

Met de term terreinen wordt, in lijn met de regels die gelden voor terreinen bij scholen en onderwijsinstellingen, bedoeld de buitenruimtes die in gebruik zijn als of behoren tot deze voorzieningen. Ook qua systematiek is ervoor gekozen aan te sluiten bij de wijze waarop het rookverbod voor terreinen van scholen en onderwijsinstellingen is geregeld. Daar is in de wet een delegatiegrondslag opgenomen (artikel 10, lid 2a, van de wet) en is in het besluit nader invulling gegeven aan de verplichting tot het instellen, aanduiden en handhaven van een rookverbod op de betreffende terreinen (artikel 6.4 van het besluit). In lijn hiermee wordt met dit wetsvoorstel voorgesteld een delegatiegrondslag in de wet op te nemen om bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels te stellen over het instellen, aanduiden en handhaven van een rookverbod op terreinen die in gebruik zijn als of behoren tot beheerde speeltuinen, kinderboerderijen en kindercentra.

Het rookverbod

Het rookverbod houdt een verbod in op het gebruik van tabaksproducten en aanverwante producten, zoals e-sigaretten en nicotinezakjes zonder tabak. De verplichting houdt in dat het rookverbod actief ingesteld, aangeduid en gehandhaafd dient te worden door de beheerder van het terrein en dat degene die zich niet aan het rookverbod houdt, moet worden aangesproken. Beoogd uitgangspunt is dat het rookverbod op de voornoemde terreinen zoveel mogelijk zonder uitzonderingen voor bepaalde personen of plekken gaat gelden. Dit betekent dat er geen rookzones op de terreinen aanwezig mogen zijn. Zien roken, doet namelijk roken. Een rookzone zou het effect van het rookvrije terrein tenietdoen.

Er wordt met dit wetsvoorstel geen nadere invulling gegeven aan de wijze waarop het rookverbod op de terreinen moet worden ingesteld, aangeduid en gehandhaafd. Het is belangrijk dat bezoekers van de voorzieningen actief worden geïnformeerd over het rookverbod. De beheerder die het rookverbod moet instellen, aanduiden en handhaven kan zelf de invulling hiervan bepalen, passend bij de situatie.

Type omgevingen

In het wetsvoorstel zijn verschillende type voorzieningen aangewezen waar veel kinderen komen, waarvan ook de (buiten)terreinen rookvrij moeten worden. Kort gezegd gaat het om de terreinen van beheerde speeltuinen, kinderboerderijen en kindercentra. Dit voorstel komt voort uit de NPA-doelstelling om alle speeltuinen, kinderboerderijen en kindercentra rookvrij te maken. Het aantal rookvrije beheerde speeltuinen, kinderboerderijen en kindercentra is sinds de start van het NPA sterk toegenomen, maar nog niet alle terreinen zijn volledig rookvrij. Het voorstel kan dan ook gezien worden als een stimulans om ook de achterblijvers te verplichten tot het rookvrij maken van hun terreinen.

Beheerde speeltuinen

In het NPA is afgesproken dat in 2020 75% van de speeltuinen rookvrij is en dat in 2025 alle beheerde en onbeheerde speeltuinen geheel rookvrij zijn. In Nederland zijn er naar schatting 800 beheerde speeltuinen, waarvan 540 aangesloten bij een brancheorganisatie. Bij de leden van die brancheorganisatie is zicht op het aantal rookvrije speeltuinen.25 De voortgangsrapportage van het NPA over het jaar 2021 laat zien dat 81% van die beheerde speeltuinen rookvrij is. In de afgelopen jaren zijn veel speeltuinen rookvrij geworden. Een goed voorbeeld is de gemeente Rotterdam, waar alle speeltuinverenigingen die subsidie ontvangen rookvrij moeten zijn. Een ander goed voorbeeld is de gemeente Den Haag, waar naast de speeltuinen die worden beheerd door een private organisatie ook de speeltuinen in de openbare ruimte die vallen onder het beheer van de gemeente rookvrij zijn. Hoewel goede stappen worden gezet ten aanzien van de doelstelling is dit wetsvoorstel noodzakelijk om te zorgen dat álle beheerde speeltuinen rookvrij worden.

In Nederland zijn verschillende (typen) beheerde speeltuinen, variërend van kleinere wijk- of buurtspeeltuinen tot grotere vaak commerciële speeltuinen. In dit wetsvoorstel is een beheerde speeltuin gedefinieerd als een voor publiek toegankelijke voorziening met speeltoestellen die in hoofdzaak dient als separate speelgelegenheid voor kinderen en waarvan het beheer en toezicht berust bij een private organisatie. Het gaat om zowel binnen- als buitenspeeltuinen die voor publiek toegankelijk zijn en voorzien zijn van speeltoestellen, zoals schommels, glijbanen, klimrekken, zandbakken en andere constructies die kinderen uitnodigen tot spelen. De voorziening moet als hoofdfunctie hebben als separate speelgelegenheid voor kinderen te dienen. In de regel zullen ook trampolineparken onder de definitie van beheerde speeltuin vallen, omdat trampolines speeltoestellen zijn en trampolineparken veelal in hoofdzaak een speelgelegenheid zijn gericht op kinderen. De toegang van een beheerde speeltuin kan gratis of tegen betaling zijn. Vaak is er – zeker bij de grotere (binnen)speeltuinen – de gelegenheid iets te eten of drinken te kopen. Dit is echter niet de hoofdfunctie of primaire activiteit die wordt aangeboden. Het moet voorts nadrukkelijk gaan om speeltuinen die worden beheerd door een private organisatie. In een beheerde speeltuin zorgen de beheerders, al dan niet met de hulp van vrijwilligers, er bijvoorbeeld voor dat de speeltoestellen veilig zijn, het terrein schoon is en dat er toezicht is op de kinderen die spelen.

Met de voornoemde definitie van beheerde speeltuin is geprobeerd zo goed mogelijk te duiden wat als beheerde speeltuin moet worden gekwalificeerd. Hieruit kan ook worden afgeleid wat niet als beheerde speeltuin moet worden aangemerkt en waartoe de verplichting om op de terreinen een rookverbod in te stellen, aan te duiden en te handhaven die bij algemene maatregel van bestuur zal worden vastgelegd zich derhalve niet toe zal uitstrekken.

Zo vallen bijvoorbeeld attractieparken met (grote) attracties die zich richten op zowel kinderen als volwassenen niet onder deze definitie. De bovenstaande definitie van beheerde speeltuinen strekt zich ook nadrukkelijk niet uit tot speeltuinen die onderdeel zijn van een terrein met een andere hoofdfunctie, zoals de speeltuin op het terrein van een attractiepark, dierentuin of vakantiepark. Hetzelfde geldt voor speeltuinen op de terreinen van horeca-inrichtingen, zoals een speeltuin bij een pannenkoekenrestaurant. Bovenstaande voorbeelden dienen immers niet primair als separate speelgelegenheid voor kinderen. Zoals gezegd kan het wel zo zijn dat bij een beheerde speeltuin de mogelijkheid bestaat iets te eten of drinken te kopen. In de regel zal echter, bijvoorbeeld uit de wijze van presenteren naar buiten en de feitelijke inrichting van de gelegenheid, duidelijk zijn wat de hoofdfunctie is en of dat spelen, horeca of anderszins is. Tevens vallen locaties die primair bedoeld zijn voor sportbeoefening, zoals buitenzwembaden en sportterreinen, niet onder de reikwijdte van het onderhavige wetsvoorstel. Deze zijn immers in hoofdzaak gericht op de beoefening van sport en fysieke beweging, en worden dus niet in hoofdzaak gebruikt als separate speelgelegenheid voor kinderen met speeltoestellen.

Tot slot is dit wetsvoorstel niet van toepassing op speeltuinen die worden beheerd door een gemeente. In de regel betreft dit alle openbare speeltuinen in gemeenten die vrij toegankelijk zijn. Een verplichting tot het instellen, aanduiden en handhaven van een rookverbod op deze terreinen legt veel druk op de handhavingscapaciteit bij gemeenten. Het staat gemeenten uiteraard vrij deze terreinen rookvrij te maken. Overigens geldt de verplichting een rookverbod in te stellen wel in het geval een gemeente het beheer over een speeltuin heeft uitbesteed aan een private organisatie en die organisatie derhalve de feitelijke zeggenschap over het terrein heeft. De verplichting tot het instellen, aanduiden en handhaven van het rookverbod geldt dan onverkort voor de private organisatie. De gemeente kan dit volledigheidshalve vastleggen in de afspraken die worden gemaakt met de private organisatie ten behoeve van het beheer.

Voor beheerde binnenspeeltuinen geldt hiermee dat het rookverbod dat reeds op grond van artikel 10 van de wet geldt in de gebouwen en inrichtingen van de beheerde speeltuin (‘binnen’), wordt uitgebreid met de bijbehorende terreinen (‘buiten’). Deze uitbreiding betekent dat de bijbehorende buitenruimtes rookvrij moet worden, waaronder de entree, de buitenruimtes met speeltoestellen en eventuele terrassen en dat er zich op het terrein geen rookzones en -plekken mogen bevinden. Indien het terrein grenst aan of overloopt in de openbare ruimte, is dit bepalend voor tot waar het rookverbod van toepassing is. De beheerder zal in de regel geen zeggenschap hebben over dit openbare deel van het terrein waardoor het rookverbod daar niet meer geldt. Het is aan de gemeente om eventueel regels te stellen over bepaald gedrag in de openbare ruimte.

Volledigheidshalve zij opgemerkt dat voor zover sprake is van een beheerde buitenspeeltuin zonder gebouw of inrichting met een speelfunctie dit wetsvoorstel en de op basis hiervan op te stellen algemene maatregel van bestuur voor het eerst een wettelijk rookverbod aldaar introduceert.

Kinderboerderijen

In het NPA is afgesproken dat in 2020 alle 400 kinderboerderijen rookvrij zijn. De voortgangsrapportage van het NPA over het jaar 2021 laat zien dat 81% van de kinderboerderijen geheel rookvrij is en daarmee is de doelstelling niet gehaald.26 Ondanks dat belangrijke stappen zijn en worden gezet, blijkt uit gesprekken met de brancheorganisatie dat het vooralsnog niet lukt de terreinen van alle kinderboerderijen rookvrij te maken. Redenen hiervoor zijn uiteenlopend.

Enkele kinderboerderijen geven aan dat zij het lastig vinden bezoekers aan te spreken over een rookverbod en om die reden op de bijbehorende terreinen geen rookverbod instellen, terwijl anderen de voorkeur geven aan een wettelijke maatregel.

Om ervoor te zorgen dat alle kinderboerderijen rookvrij worden, beoogt dit wetsvoorstel het rookverbod uit te breiden naar de terreinen die in gebruik zijn als of behoren tot kinderboerderijen. De kinderboerderij is immers bij uitstek een omgeving waar veel kinderen komen. Zij bezoeken de kinderboerderij in schoolverband, om meer te leren over dier, natuur, voedselproductie en agrarische beroepen. Daarnaast gaan Nederlanders ook in hun vrije tijd met hun kinderen naar de kinderboerderij om te ontspannen of iets te leren. Op jaarbasis ontvangen kinderboerderijen tussen de 25 en 30 miljoen bezoekers.27

In dit wetsvoorstel wordt onder kinderboerderij verstaan een voor publiek toegankelijke voorziening met landbouwhuisdieren of gezelschapsdieren waar met een educatief of recreatief doel onder toezicht direct contact van de bezoekers met dieren mogelijk is. Hierbij is in grote mate aangesloten bij de definitie van kinderboerderij in artikel 3.1 van de Regeling dierlijke producten. De beheerdersvorm van kinderboerderijen is divers. Een groot deel van de kinderboerderijen is in beheer van een stichting of vereniging, en een aantal valt onder het beheer van een gemeente of recreatie-, zorg- of onderwijsinstelling.28 De kinderboerderij is een belangrijke lokale voorziening, veelal gekenmerkt door laagdrempeligheid met een gratis toegang of lage entree. Kinderen komen in contact met landbouwhuisdieren, zoals schapen, geiten, kippen, koeien, paarden en varkens en gezelschapsdieren, zoals cavia’s, hamsters en konijnen.

Ondanks diverse beheerdersvormen die de kinderboerderij kent, zijn er overeenkomsten ten aanzien van het terrein. Het gaat in de regel om een zichtbaar afgebakend terrein waar openingstijden gelden, en dat zich in de meeste gevallen kenmerkt door één of een aantal weides en een plein met gebouwen of een boerderijschuur. Soms zit er ook een speeltuin en een tuin waar men kan tuinieren en een buitenschoolse opvang op het terrein.29 Met dit wetsvoorstel wordt het gehele terrein van de kinderboerderij rookvrij. Het rookverbod dat reeds geldt in de gebouwen, wordt met dit wetsvoorstel uitgebreid met het bijbehorende buitenterrein. Indien het terrein grenst aan of overloopt in de openbare ruimte, heeft de beheerder geen zeggenschap over dit openbare deel van het terrein en hoeft het daar dan ook geen rookverbod in te stellen, aan te duiden en te handhaven. Het is aan de gemeente om eventueel regels te stellen over bepaald gedrag in de openbare ruimte.

In de praktijk wordt wel eens onderscheid gemaakt tussen kinderboerderijen en dierenweides. Onder de definitie van kinderboerderij zoals opgenomen in dit wetsvoorstel zullen in de praktijk ook dierenweides vallen. Leidend is immers of sprake is van een voor publieke toegankelijke voorziening waar met een educatief of recreatief doel onder toezicht direct contact van de bezoekers met landbouwhuisdieren of gezelschapsdieren mogelijk is.

Er bestaan ook kinderboerderijen die onderdeel zijn van een groter (agrarisch) bedrijf, waarbij de kinderboerderij slechts één onderdeel is van de bedrijfsvoering. Bij deze grotere boerderijen is vaak ook een café of restaurant of er is een boerderijwinkel waar bezoekers lokale producten kunnen kopen. Enkele grotere geitenboerderijen zijn een goed voorbeeld van boerderijen die naast een educatief en/of recreatief doel gericht op kinderen de functie van agrarisch bedrijf hebben. Net als bij de andere terreinen geldt het rookverbod hier op de terreinen die in gebruik zijn als of behoren tot de kinderboerderij, dit zijn de opengestelde plekken voor publiek. Het rookverbod geldt niet op de buitenterreinen die alleen in gebruik zijn als agrarisch bedrijf, bijvoorbeeld plekken waar alleen werknemers rondlopen.

Vogelparken en dierentuinen vallen niet onder de definitie van kinderboerderij in dit wetsvoorstel. In de regel bevinden zich daar immers geen (of niet primair) landbouwhuisdieren of gezelschapsdieren en er is doorgaans geen direct contact mogelijk tussen de bezoekers en de dieren. Het is niet uitgesloten dat in een dierentuin een klein gedeelte van het terrein is ingericht voor landbouwhuisdieren of gezelschapsdieren. Hiermee valt de dierentuin echter nog niet onder de definitie van kinderboerderij. Een dierentuin betreft een duidelijk van een kinderboerderij te onderscheiden voorziening. Onderscheidend voor de dierentuin is onder andere de aanwezigheid van wilde dieren die aan het publiek worden tentoongesteld en een primaire focus daarop.

Kindercentra

In het NPA is afgesproken dat in 2020 alle kindercentra rookvrij zijn. Dit betekent dat er ook niet wordt gerookt op het terrein en dat er geen overdracht van derdehands rook – rookdeeltjes die achterblijven in de omgeving – plaatsvindt. Uit de voortgangsrapportage van het NPA blijkt dat in 2021 minstens 95% van de buitenschoolse opvanglocaties en kinderopvanglocaties volledig rookvrij waren. Waar in 2020 het rookverbod werd ingesteld voor de terreinen van scholen en onderwijsinstellingen, was dit niet het geval voor de terreinen van kindercentra. In Nederland gaan 841.000 (jonge) kinderen naar een kindercentrum.30 Voor het bieden van verantwoorde kinderopvang en ook vanuit het oogpunt van de individuele gezondheid en volksgezondheid is het van belang dat de opvang in een veilige en gezonde omgeving wordt geboden. Om de norm dat roken niet normaal is verder uit te dragen en kinderen te beschermen, wordt met dit wetsvoorstel voorgesteld het rookverbod uit te breiden naar de terreinen van kindercentra. Dit betekent dat ook de buitenruimtes van alle kindercentra rookvrij worden. De terreinen van gastouderopvang zijn al rookvrij. Dit is geregeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel c, van de Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang.

In dit wetsvoorstel wordt voor de definitie van kindercentrum verwezen naar de definitie daarvan in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang. Hierin is kindercentrum gedefinieerd als een voorziening waar kinderopvang plaatsvindt, anders dan gastouderopvang. Onder kinderopvang wordt in de Wet kinderopvang verstaan het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint. Voor kinderen tot de leeftijd waarop zij het basisonderwijs gaan volgen is dit op de dagopvang. Voor kinderen in de leeftijd dat ze naar het basisonderwijs gaan is dit op de buitenschoolse opvang. In de praktijk betekent het wetsvoorstel voor kindercentra dat de buitenruimte die wordt gebruikt door het kindercentrum rookvrij moet zijn. Voor kindercentra die gebruikmaken van een terrein van een school of onderwijsinstelling is het rookverbod reeds van toepassing.

De GGD voert jaarlijks inspecties uit bij kindcentra in opdracht van de gemeente. Dit toezicht is verplicht en bedoeld om de kwaliteit, veiligheid en gezondheid van de opvang te waarborgen. De GGD kan een signalerende rol hebben richting de NVWA met betrekking tot het toezicht op het rookverbod. Daarnaast kunnen ook ouders, omwonenden of andere belanghebbenden meldingen doen bij de NVWA. Om dubbele toezichtslasten te voorkomen is het wenselijk dat over de specifieke inrichting samenwerkingsafspraken gemaakt worden tussen de GGD en de NVWA. Bijvoorbeeld over waar een melding gedaan kan worden in geval van een vermoeden van een overtreding.

Handhaving

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (hierna: NVWA) houdt toezicht op de Tabaks- en Rookwarenwet en daarop gebaseerde regelgeving en zal ook toezicht houden op de instelling, aanduiding en handhaving van de rookverboden door de beheerders van beheerde speeltuinen, kinderboerderij en kindercentra. Bij overtreding is de NVWA bevoegd een bestuurlijke boete op te leggen. Volledigheidshalve zij opgemerkt dat dit wetsvoorstel als zodanig nog niet het rookverbod introduceert. Dit zal door de uitwerking van de algemene maatregel van bestuur gebeuren. De hoogte van de bestuurlijke boete die kan worden opgelegd bij overtreding van de in de algemene maatregel van bestuur uitgewerkte verplichting om een rookverbod in te stellen, aan te duiden en handhaven zal eveneens bij algemene maatregel van bestuur bepaald worden.31

Caribisch Nederland

De Tabaks- en rookwarenwet is niet van toepassing op Caribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba). Onderhavige wijziging van de wet zal daarom ook alleen in Europees Nederland van toepassing worden. In april 2025 heeft de toenmalig Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangegeven meer prioriteit te geven aan preventie en gezondheid in Caribisch Nederland, onder meer door het maken van afspraken over het terugdringen (of voorkomen) van roken en vapen door regulering.32 In het coalitieakkoord 2026-2030 is de ambitie opgenomen nieuw beleid in de basis ook in te voeren in Caribisch Nederland en staat het streven naar een rookvrije generatie onverminderd centraal.

In Caribisch Nederland gelden op dit moment de Wet beperking tabaksgebruik BES en het Besluit beperking tabaksgebruik BES. Deze wet- en regelgeving bevat slechts een beperkt aantal bepalingen. Momenteel vindt een inventarisatie plaats met het oog op de modernisering van de in Caribisch Nederland geldende wet- en regelgeving rondom tabaks- en rookwaren. Gekeken zal worden welke maatregelen geschikt zijn en kunnen worden uitgevoerd om in Caribisch Nederland roken en vapen terug te dringen en te voorkomen.

De uitbreiding van het rookverbod naar terreinen van beheerde speeltuinen, kinderboerderijen en kindercentra is in Europees Nederland een volgende stap in de in wet- en regelgeving vastgelegde rookverboden. Op grond van artikel 10 van de Tabaks- en rookwarenwet is dit in Europees Nederland reeds verregaand gereguleerd. De opzichzelfstaande introductie van deze maatregel in Caribisch Nederland wordt niet doelmatig en passend geacht. De onderhavige bepaling wordt meegenomen in de hiervoor genoemde inventarisatie van (mogelijke) maatregelen die ook voor Caribisch Nederland geschikt zijn en kunnen worden uitgevoerd. Hiermee wordt voorkomen dat wijzigingen versnipperd worden aangebracht in verschillende trajecten. Bij de modernisering kan op basis van de beschikbare middelen en (handhavings- en uitvoerings)capaciteiten worden bezien welke maatregelen in welke volgorde geïntroduceerd kunnen worden om het doel van het terugdringen en voorkomen van roken en vapen in Caribisch Nederland te bereiken. Daarbij is het goed om op te merken dat, gezien de beperkte uitvoerende capaciteit, is gekozen te starten met de verkenning naar de toepassing van de Alcoholwet, gezien het gebruik van alcohol een urgenter probleem is in Caribisch Nederland.33

Verhouding tot het hoger recht

Het WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging

Het WHO-Kaderverdrag verplicht verdragspartijen maatregelen te treffen om het gebruik van tabaksproducten te ontmoedigen.34 In de preambule van het WHO-kaderverdrag worden zorgen geuit over de wereldwijde toename van roken en andere vormen van tabaksconsumptie door kinderen en jongeren, in het bijzonder het roken op steeds jongere leeftijd. Hierbij wordt verwezen naar het wetenschappelijk bewijs dat er is voor zowel de verwoestende effecten van tabaksconsumptie op onder meer de gezondheid, als de maatregelen die kunnen bijdragen aan het terugdringen van tabaksgebruik. Verdragspartijen worden aangemoedigd strategieën voor tabaksontmoediging te ontwikkelen.35 Centraal staat de aanmoediging om maatregelen te nemen die verder gaan dan worden beschreven in het WHO-Kaderverdrag, waaronder het opleggen van strengere eisen.36

Het WHO-Kaderverdrag bevat een scala aan breed geformuleerde doelstellingen en enkele voorbeelden van concrete maatregelen die genomen moeten of kunnen worden, ondersteund door richtsnoeren waarin de partijen voorbeelden geven over de interpretatie en implementatie van het WHO-Kaderverdrag.37 Het instellen van rookverboden wordt niet met zoveel woorden in het verdrag genoemd. Duidelijk is dat, zoals blijkt uit hoofdstuk 2 van deze memorie van toelichting, het rookverbod op terreinen waar veel kinderen komen ondersteunend is aan de doelstellingen die in het WHO-Kaderverdrag worden genoemd, en aan het overkoepelende doel zoals dat is omschreven in artikel 3: ‘Het doel van dit Verdrag en de protocollen daarbij is de huidige en toekomstige generaties te beschermen tegen de verwoestende gezondheidseffecten en sociale, milieu- en economische gevolgen van tabaksconsumptie en blootstelling aan tabaksrook door een kader te bieden voor maatregelen ten behoeve van tabaksontmoediging die door de Partijen op nationaal, regionaal en internationaal niveau moeten worden uitgevoerd om het wijdverbreide tabaksgebruik en de blootstelling aan tabaksrook permanent en substantieel te verminderen’.

De Tabaksproductenrichtlijn

De Tabaks- en rookwarenwet is grotendeels implementatie van Richtlijn 2014/40/EU (hierna: Tabaksproductenrichtlijn).38 De Tabaksproductenrichtlijn beoogt de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, presentatie en verkoop van tabaksproducten en aanverwante producten. Dit teneinde de interne markt voor tabaksproducten en aanverwante producten beter te doen functioneren. Hierbij wordt uitgegaan van een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid, met name voor jongeren. De richtlijn voorziet niet in totaalharmonisatie, waardoor de lidstaten de mogelijkheid hebben over een aantal onderwerpen zelf regels te stellen.39 Zo moedigt de Tabaksproductenrichtlijn lidstaten aan om binnen hun eigen rechtsbevoegdheid regels te stellen over rookvrije omgevingen.40 Het uitbreiden van het rookverbod naar omgevingen waar veel kinderen komen sluit hierbij aan.

VN Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind

Hoewel het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (hierna: Kinderrechtenverdrag) tabaksontmoediging niet specifiek benoemd, is een aantal rechten uit het Kinderrechtenverdrag van belang om kinderen te beschermen tegen de schadelijke effecten van en blootstelling aan roken. In artikel 3 staat omschreven: ‘bij alle maatregelen betreffende kinderen, ongeacht of deze worden genomen door openbare of particuliere instellingen voor maatschappelijk welzijn of door rechtelijke instanties, bestuurlijke autoriteiten of wetgevende lichamen, vormen de belangen van het kind de eerste overweging’. Het belang van het kind dient dus een rol te spelen bij het vormen van gezondheidsbeleid, inclusief tabaksontmoediging. Door het instellen van een rookverbod op plekken waar veel kinderen komen, wordt aangesloten bij artikel 3 van het Kinderrechtenverdrag.

In artikel 24 van het Kinderrechtenverdrag is het volgende vastgelegd: ‘de Staten die partij zijn, erkennen het recht van het kind op het genot van de grootst mogelijke mate van gezondheid en op voorzieningen voor de behandeling van ziekte en herstel van de gezondheid’. Het creëren van rookvrije omgevingen op plekken waar veel kinderen komen, zoals wordt voorgesteld in dit wetsvoorstel, zorgt voor een betere bescherming van de volksgezondheid, in het bijzonder voor de gezondheid van kinderen en jongeren. Daarnaast wordt hiermee de norm gesteld dat roken niet normaal is en dat er rondom kinderen en jongeren niet gerookt mag worden.

Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM)

Een uitbreiding van een rookverbod zou kunnen worden gezien als een inmenging met de vrije ontplooiing van het privéleven (artikel 8 EVRM). Dat geeft aanleiding tot een afweging tussen de bescherming van de vrije ontplooiing van het privéleven en het bevorderen van de gezondheid van de bevolking anderzijds.

De vigerende verplichting om rookverboden in te stellen, uit artikel 10 van de wet, kan gezien worden als een inmenging in het privéleven, omdat het de zelfbeschikking van degene die wil roken beperkt. De rookverboden worden al decennia gezien als een van de effectiefste maatregelen ter bescherming van anderen tegen gezondheidsschade door tabaksrook. Dit wetsvoorstel beoogt dat aan de bestaande rookverboden de terreinen bij beheerde speeltuinen, kinderboerderijen en kindercentra toegevoegd zullen worden, en draagt daarmee in belangrijke mate bij aan het bevorderen en beschermen van de volksgezondheid, in het bijzonder van kinderen. Niet alleen niet-rokers worden beschermd tegen tabaksrook, ook worden kinderen minder geconfronteerd met roken waardoor op langere termijn de rookprevalentie kan dalen.

Iedere jongere die ervan wordt weerhouden te gaan roken, is potentieel een verslaafde roker in de toekomst minder. Deze maatregel is daarom nodig om de volksgezondheid te beschermen.

Daartegenover staat het belang van ouders, medewerkers of andere bezoekers die roken; zij mogen niet langer op de terreinen roken. In de afweging tussen het recht op keuzevrijheid en de bescherming van de volksgezondheid, prevaleert de volksgezondheid. Het beschermen van de volksgezondheid is een van de rechtvaardigingsgronden genoemd in artikel 8, tweede lid, EVRM, die een inbreuk op het recht op privéleven kan rechtvaardigen. Ook aan de andere criteria van dat artikel is voldaan. De noodzaak tot deze maatregel is besproken in hoofdstuk 2. Een minder verdergaande maatregel, bijvoorbeeld een rookverbod dat uitzonderingen voor bepaalde zones mogelijk maakt, doet afbreuk aan de effectiviteit van de maatregel, zoals beschreven in paragraaf van deze memorie van toelichting. De maatregel wordt daarom proportioneel geacht. Door deze wetswijziging is de maatregel voorzienbaar bij wet. Alles bij elkaar genomen is, voor zover sprake zou zijn van een inbreuk op artikel 8 EVRM, sprake van een gerechtvaardigde inbreuk.

Gevolgen van de regelgeving voor de uitvoering en handhaving

Dit wetsvoorstel creëert een wettelijke grondslag in artikel 10 van de wet waarmee regels gesteld gaan worden over het instellen, aanduiden en handhaven van een rookverbod op de terreinen van en behorende tot beheerde speeltuinen, kinderboerderijen en kindercentra. Het wetsvoorstel als zodanig stelt nog niet direct het rookverbod in. Dit voorstel heeft dan ook geen financiële gevolgen, uitvoeringsgevolgen of gevolgen van andere aard voor de beheerders van de terreinen. Evenmin heeft dit voorstel gevolgen in het kader van toezicht en handhaving. Voorts leidt dit voorstel niet tot administratieve lasten voor burgers en bedrijven. De gevolgen van het rookverbod op de betreffende terreinen zullen in kaart worden gebracht in de nota van toelichting bij de algemene maatregel van bestuur, waarmee regels gesteld zullen worden over het instellen, aanduiden en handhaven van een rookverbod.

Advies en consultatie

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

[PM]

Adviescollege toetsing regeldruk

[PM]

Internetconsultatie

Een ontwerp van dit wetsvoorstel is van [PM] tot [PM] in consultatie gebracht via www.internetconsultatie.nl. [PM]

Artikelsgewijze toelichting

Artikel I

Artikel I wijzigt de Tabaks- en rookwarenwet.

Onderdeel A

Met onderdeel A wordt voorgesteld drie begripsbepalingen toe te voegen aan artikel 1, eerste lid, van de wet. Het gaat om de begripsbepalingen van beheerde speeltuin, kinderboerderij en kindercentrum.

Beheerde speeltuin

Een beheerde speeltuin is een voor publiek toegankelijke voorziening met speeltoestellen die in hoofdzaak dient als separate speelgelegenheid voor kinderen en waarvan het beheer en toezicht berust bij een private organisatie. De begripsbepaling bevat verschillende elementen: de toegankelijkheid van de voorziening (voor publiek toegankelijk), het type toestellen dat aanwezig is (speeltoestellen), de hoofdfunctie (in hoofdzaak een separate speelgelegenheid), de doelgroep (kinderen) en het feit dat sprake is van beheer en toezicht door een private organisatie. Onder de definitie vallen zowel binnenspeeltuinen als buitenspeeltuinen. In paragraaf 3.2.1 is op de verschillende elementen van de begripsbepaling nader ingegaan.

Volledigheidshalve wordt uitgelicht dat in de praktijk onder meer relevant zal zijn te bepalen wat de hoofdfunctie van een voorziening is om te bepalen of al dan niet sprake is van een beheerde speeltuin in de zin van dit wetsvoorstel. Speeltuinen komen in veel varianten en op veel plaatsen voor. Deze definitie ziet nadrukkelijk niet op speeltuinen die voorkomen op of bij terreinen, gebouwen of inrichtingen met een andere hoofdfunctie. Te denken valt aan een speeltuin bij een restaurant, een speeltuin in een dierentuin of een speeltuin op een vakantiepark. Daar kunnen uiteraard speeltoestellen aanwezig zijn, maar dit zijn geen voorzieningen die in hoofdzaak dienen als separate speelgelegenheid voor kinderen. De speelgelegenheid voor kinderen is onderdeel van een groter geheel en betreft niet de primaire activiteit die wordt aangeboden. In het verlengde hiervan vallen bijvoorbeeld ook attractieparken en klimbossen niet onder de definitie, mede gezien de aanwezigheid van andere toestellen dan speeltoestellen, het feit dat dergelijke parken veelal ook zijn gericht op volwassenen en de hoofdfunctie aldus breder is dan spelen door kinderen.

Kinderboerderij

Een kinderboerderij is een voor publiek toegankelijke voorziening met landbouwhuisdieren of gezelschapsdieren waar met een educatief of recreatief doel onder toezicht direct contact van de bezoekers met dieren mogelijk is. Het moet dus allereerst gaan om een locatie met landbouwhuisdieren of gezelschapsdieren. Landbouwhuisdieren zijn bijvoorbeeld varkens, kippen, schapen en geiten. Gezelschapsdieren zijn bijvoorbeeld cavia’s en konijnen. De locatie kent een recreatief of educatief doel. Kinderboerderijen kennen vaak een maatschappelijke functie, waarbij schoolklassen bijvoorbeeld les krijgen. Daarnaast komen ook veel recreatieve bezoekers naar de kinderboerderij. Tot slot is bij een kinderboerderij direct contact van de bezoekers met dieren mogelijk. In paragraaf 3.2.2 is op de verschillende elementen van de begripsbepaling nader ingegaan. Zoals hierbij toegelicht kunnen ook dierenweides onder de definitie van kinderboerderij zoals opgenomen in dit wetsvoorstel vallen.

Kindercentrum

Voor de definitie van kindercentrum wordt aangesloten bij de definitie van kindercentrum in de Wet kinderopvang (artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang). Een kindercentrum is hier gedefinieerd als een voorziening waar kinderopvang plaatsvindt, anders dan gastouderopvang. Kinderopvang is gedefinieerd als het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint. Gedacht moet worden aan locaties voor dagopvang en buitenschoolse opvang.

Onderdeel B

Met onderdeel B wordt voorgesteld een nieuw lid – lid 2b – toe te voegen aan artikel 10 van de wet. Artikel 10 van de wet kent verschillende rookverboden, op grond waarvan personen en organen verplicht zijn een rookverbod in te stellen, aan te duiden en te handhaven. Met dit onderdeel wordt dit artikel uitgebreid zodat ook regels kunnen worden gesteld over het instellen, aanduiden en handhaven van een rookverbod op terreinen die in gebruik zijn als of behoren tot een beheerde speeltuin, kinderboerderij of kindercentrum. Dit is gedaan door in artikel 10 van de wet een delegatiegrondslag op te nemen, op grond waarvan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld over het instellen, aanduiden en handhaven van een rookverbod op deze terreinen.

Met de keuze voor een delegatiegrondslag in de wet en uitwerking in een algemene maatregel van bestuur is aangesloten bij de systematiek van het rookverbod dat sinds 1 augustus 2020 op de terreinen van scholen en onderwijsinstellingen geldt (artikel 10, lid 2a, van de wet in combinatie met artikel 6.4 van het Tabaks- en rookwarenbesluit). Deze systematiek heeft als voordeel dat, terwijl uit de wet reeds duidelijk volgt dat de norm van een rookverbod op de terreinen gesteld zal gaan worden, door de uitwerking bij algemene maatregel van bestuur meer flexibiliteit bestaat als voor een effectieve invulling en handhaving van het rookverbod aanpassing van de regelgeving onverhoopt noodzakelijk is. Nadere uitwerking bij algemene maatregel van bestuur wordt ook passend geacht omdat, gezien de specifieke en diverse voorzieningen waarvoor het rookverbod op terreinen (ook in het licht van voorgenomen toekomstige uitbreidingen) gaat gelden, enige differentiatie in uitwerking en gedetailleerdheid niet altijd zal kunnen worden vermeden.

Terminologisch is gekozen voor een iets andere vormgeving dan artikel 10, lid 2a. Dit houdt verband met het feit dat bij scholen of onderwijsinstellingen het centraal stellen van een gebouw of inrichting logisch is, omdat daar het onderwijs wordt gegeven en de terreinen bij die gebouwen/inrichtingen horen. Bij de voorzieningen waar lid 2b op ziet gaat het echter (ook) om voorzieningen waar niet per definitie een gebouw aanwezig hoeft te zijn of de activiteit die wordt aangeboden niet altijd in overwegende mate in een gebouw of inrichting zal plaatsvinden. Dit geldt bijvoorbeeld voor beheerde buitenspeeltuinen en kan gelden voor kinderboerderijen. Het centraal stellen van een gebouw of inrichting in de delegatiebepaling ligt dan minder voor de hand. De voorgestelde omschrijving sluit beter aan bij de aard van de voorzieningen.

Artikel II

Dit artikel bepaalt de inwerkingtreding van de wet. De wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Hierbij zal worden aangesloten bij de vaste verandermomenten en de minimuminvoeringstermijn.

de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,


Voetnoten bij de memorie van toelichting

  1. Kamerstukken II 2018/19, 32793, nr. 339, bijlage 863921, Nationaal Preventieakkoord, p. 11.
  2. Kamerstukken II 2024/25, 32793, nr. 846, bijlage 1382921, Samenhangende Preventiestrategie.
  3. Kamerstukken II 2018/19, 32793, nr. 339, bijlage 863922, RIVM Quickscan mogelijke impact Nationaal Preventieakkoord, p. 3.
  4. VWS (2025) Actieplan tegen vapen. Zie: Actieplan tegen vapen | Publicatie | Rijksoverheid.nl.
  5. Coalitieakkoord 2026-2030 ‘Aan de slag. Bouwen aan een beter Nederland’.
  6. RIVM, gegevens over het jaar 2020. Data verkregen juli 2023 via www.volksgezondheidenzorg.info.
  7. Van Westen-Lagerweij, N., Van den Eeden, N., & Bommelé, J. (2022). Meeroken door kinderen (INF119). Trimbos-instituut.
  8. Kamerstukken II 2022/23, 32011, nr. 97.
  9. Nationaal Expertisecentrum Tabaksontmoediging (2019), Factsheet stoppen-met-roken interventies voor jongeren, p. 2.
  10. Ter Weijde, W., Croes, E. (2015), Roken: een aantal feiten op een rij, p. 6.
  11. Hopman, P., Croes, C. (2017), Kinderen en roken: een aantal feiten op een rij, p. 19.
  12. Toebes, B., Gispen, M.E., Veen, J.V. & Sheikh, A. (2018). A missing voice: the human rights of children to a tobacco-free environment. Tobacco Control, 27, 1, 3-5.
  13. RIVM, gegevens over het jaar 2020. Data verkregen juli 2023 via www.volksgezondheidenzorg.info.
  14. World Health Organization (2021), Tobacco control to improve child health and development.
  15. Aanbeveling C/2024/7425 van de Raad van 3 december 2024 betreffende rook- en aerosolenvrije omgevingen.
  16. Kamerstukken II 2018/19 32793, nr. 339, bijlage 863921, Nationaal Preventieakkoord, p. 11.
  17. Kamerstukken II 2018/19 32793, nr. 339, bijlage 863921, Nationaal Preventieakkoord, p. 14.
  18. Kamerstukken II 2018/19 32793, nr. 339, bijlage 863921, Nationaal Preventieakkoord, p. 14.
  19. Artikel 10, lid 2a, van de Tabaks- en rookwarenwet en artikel 6.4 van het Tabaks- en rookwarenbesluit.
  20. Kamerstukken II 2021/22, 32793, nr. 616, bijlage 28880, Voortgangsrapportage Nationaal Preventieakkoord 2021, p. 25.
  21. Bijvoorbeeld: plenair debat van het voorstel van wet tot wijziging van de Tabaks- en rookwarenwet in verband met de invoering van een registratieplicht voor verkooppunten van tabaksproducten en aanverwante producten (36541) dat plaatsvond op 5 februari 2025.
  22. Kamerstukken II 2024/25, 36410-XVI, nr. 62.
  23. Kamerstukken II 2024/25, 32011, nr. 118, met bijlage Kamerstukken II 2024/25, 36594, nr. 7.
  24. Draagvlakonderzoek Tabaksontmoedigingsbeleid (2022), uitgevoerd door Kantar Public in opdracht van de Gezondheidsfondsen voor Rookvrij.
  25. Kamerstukken II 2021/22, 32793, nr. 616, bijlage 28880, Voortgangsrapportage Nationaal Preventieakkoord 2021, p. 24-25.
  26. Kamerstukken II 2021/22 32793, nr. 616, bijlage 28880, Voortgangsrapportage Nationaal Preventieakkoord 2021, p. 24.
  27. Vereniging Samenwerkende Kinderboerderijen Nederland (2014), Kinderboerderijen in Nederland 2014, p. 3.
  28. Vereniging Samenwerkende Kinderboerderijen Nederland (2014), Kinderboerderijen in Nederland 2014, p. 6.
  29. VSKBN veelgestelde vragen. Geraadpleegd via vskbn.nl.
  30. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. (2025, 11 februari). Kwartaalrapportages kinderopvang vanaf 2020.
  31. Conform artikel 11c, tweede lid, van de wet.
  32. Kamerstukken II 2024/25, 31089, nr. 312.
  33. Kroneman, M., de Jong, J., Polin, K., & Webb, E. (2024). Caribisch Nederland: Health System Summary 2024. European Observatory on Health Systems and Policies; WHO Regional Office for Europe.
  34. WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging, Geneve, 21 mei 2003 (Trb. 2003, 127). Nederland heeft het verdrag op 27 april 2005 geratificeerd.
  35. Artikel 12, onderdeel e, van het WHO-kaderverdrag.
  36. Artikel 2 van het WHO-Kaderverdrag.
  37. Zie op de website van de WHO over het verdrag via WHO FCTC/Overview/Treaty instruments.
  38. Richtlijn 2014/40/EU van het Europees parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaks- en aanverwante producten en tot intrekking van Richtlijn 2001/37/EG (PbEU 2014, L 127).
  39. Zie artikel 1 van de Tabaksproductenrichtlijn voor het toepassingsbereik van die richtlijn.
  40. Zie bijvoorbeeld overweging 48 van de Tabaksproductenrichtlijn.

Tags:

internetconsultatieroken
Auteur

Kinderopvang-Wijzer

Volg mij
Andere artikelen
Vorige

BSO Villa Max

roken
Volgende

Rookvrije kindomgeving wordt verplicht: goed nieuws voor ouders

Volg ons op:

  • Facebook
  • LinkedIn
  • Instagram
  • X
  • Recensies
  • Meningen
  • Downloads
  • Over ons
  • FAQ
  • Contact
  • Privacybeleid
  • Cookie Policy
  • Childcare in the Netherlands
  • Berne-opfang yn Nederlân
  • Kinderbetreuung Niederlande
  • Garde d’enfants Pays-Bas
  • Îngrijirea copiilor în Olanda
  • Cuidado infantil en los Países Bajos
  • Opieka nad dzieckiem w Holandii
  • Догляд за дітьми в Нідерландах
  • ابحث عن الحضانة ورعاية ما بعد المدرسة
  • Language
Copyright 2026 — Kinderopvang - Wijzer. All rights reserved.
We use cookies on our website to give you the most relevant experience by remembering your preferences and repeat visits. By clicking “Accept All”, you consent to the use of ALL the cookies. However, you may visit "Cookie Settings" to provide a controlled consent.
Cookie SettingsAccepteer alles
Manage consent

Privacy Overview

This website uses cookies to improve your experience while you navigate through the website. Out of these, the cookies that are categorized as necessary are stored on your browser as they are essential for the working of basic functionalities of the website. We also use third-party cookies that help us analyze and understand how you use this website. These cookies will be stored in your browser only with your consent. You also have the option to opt-out of these cookies. But opting out of some of these cookies may affect your browsing experience.
Necessary
Altijd ingeschakeld
Necessary cookies are absolutely essential for the website to function properly. These cookies ensure basic functionalities and security features of the website, anonymously.
CookieDuurBeschrijving
cookielawinfo-checkbox-advertisement1 yearSet by the GDPR Cookie Consent plugin, this cookie is used to record the user consent for the cookies in the "Advertisement" category .
cookielawinfo-checkbox-analytics11 monthsThis cookie is set by GDPR Cookie Consent plugin. The cookie is used to store the user consent for the cookies in the category "Analytics".
cookielawinfo-checkbox-functional11 monthsThe cookie is set by GDPR cookie consent to record the user consent for the cookies in the category "Functional".
cookielawinfo-checkbox-necessary11 monthsThis cookie is set by GDPR Cookie Consent plugin. The cookies is used to store the user consent for the cookies in the category "Necessary".
cookielawinfo-checkbox-others11 monthsThis cookie is set by GDPR Cookie Consent plugin. The cookie is used to store the user consent for the cookies in the category "Other.
cookielawinfo-checkbox-performance11 monthsThis cookie is set by GDPR Cookie Consent plugin. The cookie is used to store the user consent for the cookies in the category "Performance".
CookieLawInfoConsent1 yearRecords the default button state of the corresponding category & the status of CCPA. It works only in coordination with the primary cookie.
PHPSESSIDsessionThis cookie is native to PHP applications. The cookie is used to store and identify a users' unique session ID for the purpose of managing user session on the website. The cookie is a session cookies and is deleted when all the browser windows are closed.
viewed_cookie_policy11 monthsThe cookie is set by the GDPR Cookie Consent plugin and is used to store whether or not user has consented to the use of cookies. It does not store any personal data.
Functional
Functional cookies help to perform certain functionalities like sharing the content of the website on social media platforms, collect feedbacks, and other third-party features.
Performance
Performance cookies are used to understand and analyze the key performance indexes of the website which helps in delivering a better user experience for the visitors.
Analytics
Analytical cookies are used to understand how visitors interact with the website. These cookies help provide information on metrics the number of visitors, bounce rate, traffic source, etc.
CookieDuurBeschrijving
_gasessionThe _ga cookie, installed by Google Analytics, calculates visitor, session and campaign data and also keeps track of site usage for the site's analytics report. The cookie stores information anonymously and assigns a randomly generated number to recognize unique visitors.
_ga_*1 year 1 month 4 daysGoogle Analytics sets this cookie to store and count page views.
_ga_QJ3CEG9M0B2 yearsThis cookie is installed by Google Analytics.
_gat_gtag_UA_*1 minuteGoogle Analytics sets this cookie to store a unique user ID.
_gat_gtag_UA_174313809_1sessionSet by Google to distinguish users.
_gidsessionInstalled by Google Analytics, _gid cookie stores information on how visitors use a website, while also creating an analytics report of the website's performance. Some of the data that are collected include the number of visitors, their source, and the pages they visit anonymously.
Advertisement
Advertisement cookies are used to provide visitors with relevant ads and marketing campaigns. These cookies track visitors across websites and collect information to provide customized ads.
Others
Other uncategorized cookies are those that are being analyzed and have not been classified into a category as yet.
CookieDuurBeschrijving
__wpdm_clientsessionNo description
CaptchasessionNo description available.
OPSLAAN & ACCEPTEREN
Aangedreven door CookieYes Logo
Deel

Facebook

LinkedIn

X

WhatsApp

Mastodon

E-mail

Telegram

Kopieer link
×