Meer dossiers bij vertrouwensinspecteurs kinderopvang: wat betekent dit voor ouders?
In 2025 kwamen er meer dossiers binnen bij de vertrouwensinspecteurs kinderopvang. Wat zeggen de cijfers wel en niet? En wat kun je als ouder doen bij zorgen over de veiligheid van je kind?
De Inspectie van het Onderwijs heeft het jaarlijkse rapport over dossiers bij de vertrouwensinspecteurs kinderopvang gepubliceerd. Daaruit blijkt dat het aantal dossiers in 2025 opnieuw is gestegen. In totaal werden er 462 dossiers geregistreerd. Dat zijn er 89 meer dan in 2024 en 191 meer dan in 2023.
Dat is een stevig getal. Tegelijk is het belangrijk om de cijfers goed te lezen. Een dossier bij de vertrouwensinspecteur is niet hetzelfde als een bewezen incident. Het gaat om meldingen, vragen en vermoedens die bij de vertrouwensinspecteurs terechtkomen. Soms bellen meerdere mensen over dezelfde situatie; die meldingen worden dan samengevoegd tot één dossier.
De Inspectie benadrukt zelf dat uit de cijfers niet met zekerheid valt af te leiden waarom het aantal dossiers stijgt. Het kan betekenen dat er meer zorgen of incidenten zijn. Maar het kan ook betekenen dat kinderopvangorganisaties, medewerkers en ouders de vertrouwensinspecteurs beter weten te vinden en sneller advies vragen. Juist omdat het over de veiligheid van jonge kinderen gaat, is het goed dat signalen serieus worden genomen.
Wat zijn vertrouwensinspecteurs?
Vertrouwensinspecteurs zijn verbonden aan de Inspectie van het Onderwijs. In de kinderopvang zijn zij het aanspreekpunt bij vermoedens van seksueel misbruik of mishandeling van een kind door iemand die bij de opvang betrokken is.
Dat kan bijvoorbeeld gaan om een pedagogisch professional, gastouder, vrijwilliger, taxichauffeur of — bij gastouderopvang — een huisgenoot van de gastouder. In de wet wordt dit een “met taken belast persoon” genoemd: iemand die binnen of rond de opvang verantwoordelijkheid heeft richting kinderen.
Voor kinderopvangorganisaties geldt een meld-, overleg- en aangifteplicht. Medewerkers moeten vermoedens melden bij de houder van de kinderopvangorganisatie of het gastouderbureau. De houder moet vervolgens direct overleggen met de vertrouwensinspecteur. Als er een redelijk vermoeden is van een strafbaar feit, moet de houder aangifte doen bij de politie.
Ouders kunnen bij vermoedens of zorgen ook zelf advies vragen aan de vertrouwensinspecteurs. En bij ernstige vermoedens kunnen ouders uiteraard ook rechtstreeks naar de politie.
De belangrijkste cijfers uit het rapport
In 2025 registreerden de vertrouwensinspecteurs 462 dossiers over kinderopvang. Die dossiers gingen over verschillende vormen van onveiligheid of grensoverschrijdend gedrag.
- Fysiek geweld: 246 dossiers, tegenover 200 in 2024.
- Mogelijke mishandeling: 57 dossiers binnen de categorie fysiek geweld.
- Psychisch geweld: 91 dossiers, 32 meer dan in 2024.
- Seksuele intimidatie: 86 dossiers.
- Mogelijk seksueel misbruik: 37 dossiers, tegenover 41 in 2024.
De grootste categorie was fysiek geweld. Tegelijk daalde binnen die categorie het aandeel mogelijke mishandeling. In 2025 ging het in 57 van de 246 dossiers over mogelijke mishandeling. Dat is ruim 23 procent. In 2024 was dat aandeel ongeveer 39 procent.
Ook psychisch geweld valt op. In 2025 waren er 91 dossiers over psychisch geweld. Dat zijn er 32 meer dan in 2024 en meer dan twee keer zoveel als in 2023. Het gaat dan bijvoorbeeld om schreeuwen, kleineren, negeren of ander ongewenst verbaal of non-verbaal gedrag door een beroepskracht of gastouder.
Het aantal dossiers over mogelijk seksueel misbruik was iets lager dan in 2024. In 22 van de 37 dossiers over mogelijk seksueel misbruik werd de houder verwezen naar de zedenpolitie om aangifte te doen.
Bij mogelijke mishandeling is het beeld anders. Het aantal dossiers daalde van 77 in 2024 naar 57 in 2025. Tegelijk steeg het aantal dossiers waarin de houder aangifte moest doen van 22 naar 31.
Vooral kinderdagverblijven laten een stijging zien
De meeste dossiers gingen over kinderdagverblijven. In 2025 waren dat er 284, ruim 60 procent van het totaal. Dat zijn er 85 meer dan in 2024 en 129 meer dan in 2023.
Bij kinderdagverblijven nam vooral het aantal dossiers over fysiek geweld, psychisch geweld en seksuele intimidatie toe. Het aantal dossiers over mogelijk seksueel misbruik was juist lager dan in 2023 en 2024.
Ook bij de buitenschoolse opvang was er een stijging. Daar werden 125 dossiers geregistreerd, 24 meer dan in 2024. Bij de gastouderopvang was het totaal aantal dossiers juist lager dan in 2024: 53 dossiers in 2025 tegenover 69 in 2024.
Wel steeg binnen de gastouderopvang het aantal dossiers over mogelijk seksueel misbruik van 4 naar 8. Omdat het om kleine aantallen gaat, moeten zulke verschillen voorzichtig worden geïnterpreteerd, maar het blijft een belangrijk signaal.
Wat zegt de minister?
De minister schrijft in de begeleidende Kamerbrief dat ieder geval van misbruik of mishandeling er één te veel is. Volgens de minister is de meld-, overleg- en aangifteplicht essentieel om de veiligheid van kinderen in de kinderopvang te waarborgen.
Tegelijk wijst de minister erop dat juist de dossiers waarop de wettelijke meld-, overleg- en aangifteplicht direct ziet — seksueel misbruik en mishandeling — in aantal zijn gedaald. Het aantal dossiers over mogelijk seksueel misbruik daalde van 41 naar 37. Het aantal dossiers over mogelijke mishandeling daalde van 77 naar 57.
De minister geeft ook aan dat niet met zekerheid is vast te stellen of de totale stijging van het aantal dossiers komt door meer grensoverschrijdend gedrag of doordat de sector beter bekend is met de meldplicht en de vertrouwensinspecteurs. In het najaar wil de minister de Tweede Kamer informeren over gesprekken met de sector over mogelijke verbeteringen en aanvullende maatregelen.
Wat betekent dit voor ouders?
Voor ouders zijn dit geen cijfers om naast je neer te leggen, maar ook geen reden om direct in paniek te raken. Het rapport laat vooral zien dat zorgen over sociale en fysieke veiligheid vaker bij de vertrouwensinspecteurs terechtkomen.
Dat kan ongemakkelijk voelen, maar het heeft ook een positieve kant: signalen worden vaker besproken, vastgelegd en beoordeeld. Een goed werkend meldsysteem is juist belangrijk om kinderen te beschermen.
Wat ouders vooral uit dit rapport kunnen meenemen: blijf alert op signalen, maar kijk ook naar hoe een opvangorganisatie met zorgen omgaat. Veiligheid gaat niet alleen over het voorkomen van incidenten, maar ook over openheid, duidelijke procedures en snelle actie als er iets speelt.
Vragen die je als ouder aan de opvang kunt stellen
Ouders mogen best vragen hoe een kinderopvangorganisatie omgaat met veiligheid. Bijvoorbeeld:
Hoe werken jullie met de meldcode en de meld-, overleg- en aangifteplicht?
Een professionele organisatie moet weten wat medewerkers moeten doen bij vermoedens van mishandeling of seksueel misbruik.
Wie is binnen de organisatie aanspreekpunt bij zorgen?
Veel organisaties hebben een aandachtsfunctionaris of vertrouwenspersoon. Het is prettig om te weten bij wie je terechtkunt.
Hoe worden incidenten met ouders besproken?
Vraag hoe de opvang communiceert als er iets gebeurt op de groep, bijvoorbeeld bij fysiek gedrag, grensoverschrijdend gedrag of zorgen over een medewerker.
Hoe zorgen jullie voor een veilige aanspreekcultuur?
Medewerkers moeten zich vrij voelen om zorgen te melden. Een organisatie waar alleen “alles gaat goed” wordt gezegd, is niet per se veiliger dan een organisatie die open vertelt hoe zij met risico’s omgaat.
Wat doen jullie om psychische veiligheid te waarborgen?
Omdat het aantal dossiers over psychisch geweld sterk stijgt, is dit een belangrijke vraag. Denk aan hoe medewerkers omgaan met huilende kinderen, druk gedrag, conflicten tussen kinderen of overprikkeling.
Wat kun je doen als je je zorgen maakt?
Neem zorgen serieus, ook als je nog niet precies weet wat er aan de hand is. Bespreek je zorgen eerst met de mentor van je kind, de locatiemanager of de houder van de kinderopvangorganisatie. Vraag concreet wat er is gebeurd, welke stappen zijn gezet en hoe de veiligheid van je kind wordt gewaarborgd.
Heb je een vermoeden van mishandeling of seksueel misbruik door iemand van de opvang? Dan kun je advies vragen aan de vertrouwensinspecteurs. Het meldpunt vertrouwensinspecteurs is bereikbaar op werkdagen via 0900-1113111. Ouders kunnen daarnaast altijd rechtstreeks contact opnemen met de politie bij ernstige vermoedens of aangifte doen.
Schrijf voor jezelf op wat je kind vertelt, wat je ziet en wanneer dat gebeurt. Probeer vragen aan je kind open te stellen, zonder woorden in de mond te leggen. Bijvoorbeeld: “Je zei dat je niet naar de opvang wilde. Kun je vertellen waarom?” Dat helpt om signalen serieus te nemen zonder te sturen.
Geen paniek, wel aandacht
Het rapport laat zien dat veiligheid in de kinderopvang blijvende aandacht vraagt. De stijging van het totale aantal dossiers is zorgelijk, maar moet zorgvuldig worden geïnterpreteerd. Meer dossiers betekenen niet automatisch dat er meer bewezen misstanden zijn. Het kan ook betekenen dat zorgen beter worden gemeld.
Voor ouders is vooral belangrijk dat kinderopvangorganisaties transparant zijn, weten wat ze moeten doen bij signalen en ouders serieus nemen. Een veilige kinderopvang begint bij goede pedagogische kwaliteit, maar ook bij een cultuur waarin zorgen uitgesproken mogen worden.
Wie twijfelt of zich zorgen maakt, hoeft daar niet alleen mee rond te lopen. Vraag door, leg signalen vast en zoek advies als dat nodig is. Juist bij jonge kinderen is snel en zorgvuldig handelen belangrijk.
Bronnen
- Inspectie van het Onderwijs, Rapport dossiers vertrouwensinspecteurs kinderopvang 2023-2025.
- Kamerbrief Jaarlijks rapport dossiers vertrouwensinspectie kinderopvang, 17 juni 2026.