Deel dit bericht op:

Wordt de beschikbare capaciteit in de BSO-sector optimaal benut, of laten organisaties structureel ruimte liggen?

De gemiddelde capaciteit van een BSO-locatie is gestegen van 42,5 kindplaatsen in 2020 naar 44,7 kindplaatsen begin 2026. Een stijging van circa 5,4 %.

Toch is deze stijging minder groot dan theoretisch mogelijk zou zijn. Wanneer een locatie bijvoorbeeld 20 kindplaatsen had en deze verhoogt naar 22, betekent dat een groei van 10 procent. Bij 40 naar 44 kindplaatsen geldt hetzelfde.

Opvallend is dat deze groei geleidelijk verloopt. Er is geen sprake van een plotselinge sprong, maar van een structurele toename in de loop der jaren. Daarbij worden de locaties vaak met beperkte grootte ingeschreven en groeit het gemiddelde in de loop der jaren.

De vraag is of organisaties wel echt bewust bezig zijn met de maximale capaciteit.

Mogelijke oorzaken:

  • Onvoldoende kennis van BKR-mogelijkheden
  • Administratieve voorzichtigheid
  • Risicomijdend gedrag
  • Focus op bezetting i.p.v. maximale inschrijving
  • Beperkte strategische planning bij kleinere aanbieders

Welke factoren bepalen de grootte van een BSO-locatie?

Bij het vaststellen van het aantal kindplaatsen spelen meerdere factoren een rol:

1. Beschikbare vierkante meters

De fysieke ruimte is vaak een harde grens. Zeker bij locaties in een eigen pand is uitbreiding beperkt en kostbaar.

Bij BSO’s in schoolgebouwen is uitbreiding soms eenvoudiger, door gebruik te maken van gezamenlijke ruimtes.

2. Beschikbaarheid van personeel

De arbeidsmarkt is krap. Extra capaciteit betekent extra pedagogisch professionals. Dat is momenteel een beperkende factor. Maar een locatie inschrijven voor maximale capaciteit in LRK wil ook niet betekenen dat je gelijk alle benodigde medewerkers hebt of moet hebben. Later uitbreiden in het LRK is toch weer een administratieve handeling.

3. BKR-wetgeving

Per 1 juli 2024 werd de BKR bij  BSO gewijzigd. Deze wordt voortaan op locatieniveau ipv groepsniveau berekend. Werd daarvoor vaak gerekend met 1 pedagogisch medewerker op 10 (jongere) kinderen. Door de berekening op locatieniveau kan de feitelijke ratio in veel situaties uitkomen rond 1 medewerker op circa 11 kinderen, afhankelijk van leeftijdsopbouw.

Voorheen waren locatiegroottes vaak veelvouden van 10 (vroegere BKR bij jongere kinderen). Na de wetswijziging zou je theoretisch eerder veelvouden van 11 verwachten.

Wanneer een locatie bijvoorbeeld 4 medewerkers inzet voor 40 kinderen, zou een uitbreiding naar 44 kindplaatsen logisch kunnen zijn. In de praktijk zien we dat dit niet overal direct gebeurt.

Daarbij een maximale groepsgrootte van 30 kinderen, dit is echter vooral administratief.

4. Bezettingspercentage en aanwezigheidspercentage

Niet elke kindplaats wordt structureel volledig benut en bezet, zowel op contract als bij de daadwerkelijke aanwezigheid. Zo heb je bij 40 en 44 kindplaatsen 4 pedagogisch professionals nodig, maar ook grote kans dat dit bij 46 kindplaatsen ook het geval is. Het verschil tussen 44 en 46 kindplaatsen is in de praktijk mogelijk nihil qua personeelsinzet, terwijl het administratief 2 extra kindplaatsen oplevert.

Strategische keuzes rondom bezetting beïnvloeden het aantal ingeschreven kindplaatsen. En niet te vergeten: is men wel bewust van de (on)mogelijkheden.

Nieuwe inschrijvingen: hoe groot starten BSO-locaties?

Jaarlijks worden tussen de 530 en 630 nieuwe LRK-nummers aangemaakt voor BSO-locaties. Dit betreft:

  • volledig nieuwe locaties
  • verhuizingen (nieuw adres dus nieuw LRK-nummer)
  • overnames door andere juridische entiteiten

Op basis van de bestanden is niet te achterhalen wat de achtergrond is.

Meest voorkomende startcapaciteit

Uit de cijfers (zie tabel 1 verderop in artikel) blijkt dat 22 kindplaatsen de meest voorkomende startgrootte is bij nieuwe inschrijvingen in de afgelopen jaren.

In 2025 zien we daarnaast een duidelijke stijging van inschrijvingen met 30 kindplaatsen. De vraag is waarom organisaties dan niet kiezen voor 33 kindplaatsen, met 30 kindplaatsen heb je 3 medewerkers nodig, maar ook bij 33 kindplaatsen. Mogelijk dat organisaties hiervoor kiezen i.v.m. de maximale groepsgrootte van 30 kinderen, alhoewel dat meer administratief is dan echt praktisch. Voor 1 juli 2024 zouden dit echter ook 2 groepen zijn geweest, dus kan dat nu ook.

Hieruit blijkt dat:

  • In 2020 en 2021 nog meer dan 10 procent van de nieuwe locaties met 20 kindplaatsen werd ingeschreven. Dat aandeel inmiddels sterk is afgenomen.
  • Er bijna net zoveel locaties met 40 als met 44 kindplaatsen worden ingeschreven.
  • Tussen circa 80 tot 85 procent van de nieuwe inschrijvingen maximaal 66 kindplaatsen had.

Dit suggereert dat nieuwe locaties gemiddeld relatief bescheiden starten.

Groeien locaties na inschrijving?

Hoewel nieuwe locaties vaak kleiner starten, zien we dat de gemiddelde grootte per inschrijvingsjaar in de loop van de tijd stijgt. Zie Tabel 2: ontwikkeling gemiddelde grootte.

Enkele voorbeelden:

  • Locaties met inschrijvingsjaar 2010:
    • 2020: gemiddeld 53,0 kindplaatsen
    • 2025: gemiddeld 55,4 kindplaatsen
  • Locaties met inschrijvingsjaar 2023:
    • 2023: gemiddeld 31,37 kindplaatsen
    • 2025: gemiddeld 36,47 kindplaatsen

Dit wijst op twee mogelijke verklaringen:

  1. Bestaande locaties breiden hun capaciteit uit.
  2. De data suggereert dat kleinere locaties mogelijk relatief vaker uitgeschreven worden, wat het gemiddelde omhoog kan trekken.

Waarschijnlijk spelen beide factoren een rol. Zo wordt binnen 1 jaar al gauw 7-9 % van de locatie weer uitgeschreven, zie tabel 4 tabel afname aantallen per jaar. Aangezien het grootste gedeelte van de inschrijvingen kleiner is dan de gemiddelde locatiegrootte, zou dat mee kunnen spelen.

Recente locaties starten kleiner

Een duidelijke trend is dat hoe recenter het inschrijvingsjaar, hoe lager de gemiddelde startcapaciteit van BSO-locaties.

De gemiddelde locatiegrootte van inschrijvingen in de afgelopen vier jaar ligt tussen circa 33 en 35 kindplaatsen per locatie. Dit terwijl de gemiddelde locatiegrootte over alle bestaande locaties inmiddels boven de 44 kindplaatsen ligt (zie tabel 2).

Nieuwe locaties starten dus aantoonbaar kleiner dan het huidige sectorgemiddelde.

Mogelijke verklaringen hiervoor zijn:

  • gefaseerde groei (bewust eerst kleiner starten en later uitbreiden)
  • personeelstekorten
  • mogelijk het ontbreken van een duidelijk capaciteitsbeleid
  • een te laag verwachtingspatroon bij de start

Het lijkt erop dat bij nieuwe inschrijvingen voorzichtig wordt gestart, waarna uitbreiding pas in latere jaren plaatsvindt.

Capaciteitsgroei per jaar: gemiddeld 2,3 procent

Wanneer we kijken naar de procentuele stijging van capaciteit per inschrijvingsjaar, zien we in tabel 3:

  • Gemiddeld stijgt de capaciteit jaarlijks met circa 2,1 tot 2,3 procent.
  • De grootste stijging vindt vaak plaats in de eerste jaren na inschrijving.
  • Daarna vlakt de groei af.

Met name locaties opgericht in 2018, 2019 en 2020 laten relatief sterke groeipercentages zien in de eerste jaren.

Uitschrijvingen: wat gebeurt er met kleinere locaties?

Jaarlijks wordt gemiddeld ongeveer 4,6 procent van de BSO-locaties uitgeschreven uit het LRK.

Opvallend is dat:

  • Tussen de 7 en 9 procent van de locaties al binnen 1 à 2 jaar wordt uitgeschreven.
  • Dit kan komen door beëindiging, verhuizing of overname.

Hierdoor ontstaat vertekening in gemiddelden. Wanneer kleinere locaties relatief vaker stoppen, stijgt de gemiddelde locatiegrootte automatisch.

Daarnaast kan een locatie met inschrijvingsjaar 2020 in 2025 opnieuw worden ingeschreven (bijvoorbeeld na verhuizing), met een aangepast aantal kindplaatsen. Dat is in deze data niet herleidbaar.

Wat betekent dit voor de sector?

De belangrijkste conclusies:

  1. De gemiddelde BSO-locatie groeit structureel, maar geleidelijk.
  2. Nieuwe locaties starten relatief klein.
  3. Bestaande locaties groeien in de loop der jaren.
  4. Of de volledige capaciteit aan kindplaatsen benut wordt is de vraag.
  5. De BKR-wijziging van 1 juli 2024 kan uitbreiding theoretisch stimuleren, maar dat effect is nog beperkt zichtbaar in de gemiddelden.

De sector groeit, maar benut mogelijk niet altijd de maximale administratieve ruimte. De vraag is of dit bewuste strategische voorzichtigheid is, of dat hier structureel potentieel onbenut blijft.

Vooruitblik

Het wordt interessant om te volgen:

  • Of de BKR-wijziging leidt tot een structurele verschuiving richting veelvouden van 11.
  • Of nieuwe locaties in 2026 en 2027 groter gaan starten.
  • Of schaalvergroting verder doorzet bij bestaande locaties.

Daarbij ook rekening houdend met de mogelijke gevolgen van de voorgenomen invoering Wet Financiering Kinderopvang, daar veel organisaties de uitbreidingen hebben stilgezet.

Wij blijven deze ontwikkelingen monitoren op basis van LRK-data, bijvoorbeeld via de maandelijkse overzichten.

Tabel 1 : inschrijvingen eerste jaar

De verdelingen van inschrijvingen over de verschillende locatiegroottes zoals aan eind van ieder jaar was opgenomen in het LRK. Let op: als locatie X zich 1-2-2020 inschrijft met 10 kindplaatsen en dit hetzelfde jaar op 1-12-2020 naar 20 kindplaatsen, wordt uitgegaan van het laatste gegeven.

Grootte202520242023202220212020
2213,24%19,77%21,22%21,88%16,13%14,66%
3011,16%5,95%3,30%4,70%5,91%6,95%
245,42%3,22%4,52%4,34%5,20%6,02%
443,99%6,11%6,43%5,79%5,20%5,08%
203,35%6,43%8,35%8,32%10,93%11,84%
403,35%3,05%4,17%3,44%4,12%6,20%
163,19%2,25%3,48%3,80%4,12%5,08%
332,87%3,54%4,70%2,53%2,15%2,07%
122,55%1,61%2,78%2,53%0,72%2,44%
322,55%1,29%1,39%1,63%1,97%1,69%
262,23%0,96%0,00%0,54%0,00%0,19%
602,07%2,73%2,09%1,99%1,61%1,32%
662,07%1,93%2,43%1,27%1,97%0,38%
361,91%1,45%1,74%2,17%1,43%1,50%
501,91%2,09%2,61%2,53%1,79%1,13%
101,59%2,25%3,13%3,44%3,58%4,51%
111,59%2,89%2,43%3,44%2,87%2,07%
341,59%0,80%0,52%1,27%0,54%0,94%
81,44%1,29%1,91%1,99%1,79%2,07%
151,44%1,13%1,22%1,63%1,08%1,50%
421,44%1,13%1,57%0,90%0,72%0,94%
461,44%1,29%0,87%0,54%1,08%1,13%
141,28%0,64%1,22%0,36%1,08%1,13%
550,80%0,96%0,70%1,27%0,90%1,13%
190,64%1,45%1,22%0,54%0,72%1,32%
480,64%1,29%0,87%1,63%0,54%0,94%
180,48%1,61%1,22%0,54%1,61%0,75%
60,16%0,16%0,17%0,18%0,36%0,56%
70,16%0,16%0,17%0,36%0,18%0,56%
90,16%0,16%0,00%0,36%0,00%0,00%
50,00%0,32%0,35%0,00%0,36%0,38%
overig23,60%20,74%13,91%14,65%20,25%15,04%
Eindtotaal100,00%100,00%100,00%100,00%100,00%100,00%

Tabel 2: ontwikkeling gemiddelde grootte

Onderstaande tabel geeft de gemiddelde locatiegrootte weer van 2020 tot en met 2025, gebaseerd op het jaar van inschrijven. De inschrijvingen van voor 2000 zijn wel verwerkt in eindtotaal, maar gezien de geringe mutaties niet hier opgenomen. In het LRK staan veel locaties ingeschreven in het jaar 2010 bij de opbouw van het LRK.

Hoe lees je deze tabel? Neem inschrijvingen in het jaar 2010, de gemiddelde locatiegrootte van deze inschrijvingen was in 2020 53,0 kindplaatsen, in 2025 is dat gestegen naar gemiddeld 55,4 kindplaatsen.

Ingeschreven202520242023202220212020
200063,8861,8860,1364,6360,6359,00
200175,7575,7580,0077,5080,0074,00
200262,0062,0062,0061,2961,2958,38
200357,7358,3657,1757,5057,5058,67
200448,2949,6447,7648,8249,0047,98
200555,6655,0756,4155,36.56,1457,50
200652,5753,5753,2354,2351,6651,16
200751,0651,3250,1450,1148,5346,50
200855,2054,2854,4553,3952,2651,57
200957,0553,7452,8150,9049,4648,65
201055,4054,9154,6154,0753,6453,00
201149,5348,8848,1247,5346,4845,13
201253,2351,7650,9350,4349,9148,45
201345,3043,9043,8942,5241,7441,10
201447,1245,7644,7743,4942,4941,14
201544,1343,1142,1441,5640,6839,77
201639,7639,0038,1136,8536,2234,89
201740,1539,1138,4637,3736,7434,59
201840,3738,8137,5435,3234,2832,75
201940,3939,3837,4036,2334,4932,66
202039,0737,5435,8434,0732,4929,69
202142,0940,8037,6335,4932,94
202238,0836,9334,7232,44
202336,4733,7031,37
202436,0334,72
202534,91
Eindtotaal44,6744,2343,7743,4943,2342,67

Tabel 3: Stijging gemiddelde locatiegrootte

Deze tabel geeft de procentuele wijzigingen weer van de gemiddelde locatiegrootte uit tabel 2.

Hoe lees je deze tabel? Neem de inschrijvingen in 2020. In 2021 is de gemiddelde locatiegrootte met 9,44 % gestegen ten opzichte van 2020.  Tot en met 2025 is de gemiddelde locatiegrootte met  31,61 % gestegen ten opzichte van de stand in 2020. De locatiegrootte neemt jaarlijks met iets meer dan 2 % toe.

Ingeschreven2025 tov
2020
2025 tov
2024
2024 tov
2023
2023 tov
2022
2022 tov
2021
2021 tov
2020
20008,26%3,23%2,91%-6,96%6,60%2,75%
20012,36%0,00%-5,31%3,23%-3,13%8,11%
20026,21%0,00%0,00%1,17%0,00%4,99%
2003-1,60%-1,09%2,09%-0,58%0,00%-1,99%
20040,65%-2,73%3,93%-2,17%-0,37%2,13%
2005-3,20%1,07%-2,37%1,90%-1,40%-2,35%
20062,76%-1,87%0,63%-1,83%4,97%0,98%
20079,81%-0,51%2,37%0,06%3,25%4,37%
20087,04%1,70%-0,32%1,98%2,16%1,34%
200917,27%6,14%1,77%3,74%2,92%1,67%
20104,53%0,89%0,55%1,01%0,79%1,21%
20119,73%1,32%1,58%1,24%2,26%2,99%
20129,87%2,85%1,62%1,00%1,03%3,02%
201310,23%3,19%0,02%3,22%1,86%1,56%
201414,54%2,98%2,22%2,93%2,35%3,29%
201510,96%2,36%2,31%1,39%2,16%2,29%
201613,95%1,96%2,35%3,41%1,74%3,80%
201716,08%2,67%1,69%2,91%1,70%6,22%
201823,27%4,02%3,39%6,28%3,03%4,67%
201923,65%2,57%5,28%3,25%5,02%5,60%
202031,61%4,07%4,74%5,22%4,85%9,44%
20213,18%8,43%6,04%7,74%
20223,12%6,37%7,02%
20238,22%7,45%
20243,78%
2025
Gemiddeld2,13%2,24%1,98%2,25%3,15%

Tabel 4: Afname inschrijvingen per jaar

Ieder jaar worden locaties uitgeschreven uit het LRK. Een deel wordt weer ingeschreven als een nieuwe inschrijving, een deel staakt volledig.

Hoe lees je deze tabel? Neem de inschrijvingen in 2020. In 2021 is dat al met 6,77 % gedaald. Tot en met 2025 is bijna 29 % uitgeschreven. Jaarlijks worden er circa 4,6 % van de inschrijvingen uitgeschreven.

Ingeschreven2025 tov
2020
2025 tov
2024
2024 tov
2023
2023 tov
2022
2022 tov
2021
2021 tov
2020
2000-11,11%0,00%0,00%0,00%0,00%-11,11%
2001-20,00%0,00%0,00%0,00%0,00%-20,00%
2002-12,50%0,00%0,00%0,00%0,00%-12,50%
2003-8,33%0,00%-8,33%0,00%0,00%0,00%
2004-16,67%-2,78%-5,26%-2,56%-2,50%-4,76%
2005-12,98%0,00%-3,39%-4,07%-1,60%-4,58%
2006-6,25%0,00%0,00%-3,23%-3,13%0,00%
2007-24,42%-4,41%-6,85%-2,67%-7,41%-5,81%
2008-12,79%-1,32%-5,00%-4,76%0,00%-2,33%
2009-29,03%-10,81%-5,13%-7,14%-3,45%-6,45%
2010-17,83%-3,31%-3,67%-4,59%-3,10%-4,58%
2011-15,43%-1,24%-2,42%-3,79%-2,83%-6,12%
2012-17,32%-3,37%-3,26%-3,44%-2,79%-5,77%
2013-20,05%-4,11%-4,21%-6,07%-3,32%-4,16%
2014-23,59%-4,39%-4,65%-5,08%-5,03%-7,02%
2015-21,65%-5,65%-3,63%-4,22%-5,62%-4,69%
2016-23,89%-3,34%-4,42%-4,91%-5,31%-8,50%
2017-27,22%-4,66%-6,74%-4,96%-5,28%-9,07%
2018-30,09%-4,96%-6,83%-6,20%-6,92%-9,57%
2019-30,00%-3,50%-8,05%-7,45%-6,93%-8,41%
2020-28,76%-5,25%-6,76%-6,94%-7,06%-6,77%
2021-5,39%-7,38%-9,43%-8,78%
2022-6,57%-7,99%-7,23%
2023-9,75%-9,04%
2024-7,88%
2025
-3,71%-4,71%-4,29%-3,68%-6,77%
Deel dit bericht op: