Werkgerelateerd verzuim in de kinderopvang vaker door besmetting
In 2024 gaf In 2024 gaf 34 procent van de medewerkers in de kinderopvang die zich ziek meldden aan dat hun verzuim (deels) te maken had met het werk. Dat is vaker dan in andere sectoren binnen zorg en welzijn. Opvallend is dat meer dan de helft van deze medewerkers besmetting noemt als belangrijkste oorzaak van hun ziekteverzuim.
Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn (AZW), gebaseerd op de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) van het CBS en TNO.

Kinderopvang springt eruit binnen zorg en welzijn
Binnen de hele sector zorg en welzijn ligt het aandeel werkgerelateerd verzuim op bijna een kwart (24,9%), tegenover 19,6 procent van alle werknemers in Nederland. In de kinderopvang ligt dat percentage dus duidelijk hoger.
In zorg en welzijn worden hoge werkdruk en lichamelijk zwaar werk vaak genoemd als reden voor verzuim door het werk. Maar waar in veel andere sectoren deze factoren de boventoon voeren, is in de kinderopvang vooral besmetting de boosdoener. 27 procent van de zorg- en welzijnsmedewerkers noemt besmetting als reden voor werkgerelateerd verzuim; in de kinderopvang zelfs meer dan de helft. In ziekenhuizen en de geestelijke gezondheidszorg wordt te hoge werkdruk het vaakst genoemd, terwijl in de verpleging, verzorging en thuiszorg juist fysiek zwaar werk vaak als belangrijkste oorzaak wordt gezien.

Ziekteverzuim in de zorg blijft hoog
Het totale ziekteverzuim in zorg en welzijn (dus ook klachten die niet direct door het werk komen) was in 2024 7,3 procent, het hoogste van alle sectoren. Gemiddeld ligt het ziekteverzuim in Nederland op 5,2 procent.
Dat hoge verzuim hangt samen met factoren als hoge werkdruk, lichamelijk zwaar werk, beperkte invloed op het werk en blootstelling aan besmetting. Binnen de kinderopvang komen meerdere van deze factoren samen, wat de sector extra kwetsbaar maakt voor verzuim.