Tweede Kamerverkiezingen 2021 en kinderopvang

De verkiezingen voor de Tweede Kamer komen er weer aan. De politieke partijen presenteren hun verkiezingsprogramma’s vol met wensen, eisen, ideeën, suggesties en ongetwijfeld goede bedoelingen.

Vaak ontbreekt het in een verkiezingsprogramma aan verdere onderbouwing hoe sommige veranderingen doorgevoerd zouden moeten worden, of dat realistisch is en niet te vergeten : spreekt men vanuit de theoretische “ivoren toren” of heeft men kennis van zaken over de praktijk.

Kinderopvang-Wijzer.nl geeft een toelichting op de belangrijkste punten die voorkomen in de verkiezingsprogramma’s van de politieke partijen voor de Tweede Kamerverkiezingen 2021:

Gratis kinderopvang

Meerdere partijen willen gratis kinderopvang. Voor de ouder zou dat natuurlijk mooi zijn.

Momenteel worden de kosten kinderopvang betaald door de werkgevers, de ouders en de rijkoverheid. Ieder voor grofweg 1/3e deel. Als er gratis kinderopvang wordt aangeboden vervalt dus het deel wat door de ouders betaald wordt. Dit gedeelte moet dan op andere manier gefinancierd worden, dus of via het verhogen van de werkgeverspremies, aanpassingen van belastingen of bezuinigen op andere onderdelen van de overheidsuitgaven.

Dus uiteindelijk betalen we het met z’n allen op andere manier, een sigaar uit eigen doos.

Publiek domein

Een aantal partijen willen ook dat kinderopvang onder het publiek domein (zoals basisonderwijs) gaat vallen. Dat is net zoals het gezegde “het kind met het badwater weggooien”.

Momenteel zijn er ongeveer 2.975 bedrijven die kinderopvang aanbieden. Deze bedrijven hebben de laatste 20 jaar ervoor gezorgd dat de kinderopvang sterk gegroeid is, qua aanbod, qua veiligheid, qua kwaliteit, qua variatie en veel meer. Deze ontwikkeling zou niet gebeurt zijn als alles onder het publiek domein was gebleven.  Hoe deze bedrijven onder het publiek domein gebracht moet worden vertellen de verkiezingsprogramma’s niet, maar het zal zeker kostbaar zijn.

De kinderopvang als publiek domein zou betekenen dat creativiteit, aanpassingsvermogen en flexibiliteit verdwijnt. Ook komt het de veiligheid en kwaliteit niet ten goede.   

De praktijk – veiligheid

Leslokalen die tijdens schooltijd onder het publieke domein van de basisscholen horen en waarin 25-30 kinderen les krijgen, is vaak niet veilig volgens de veiligheidsvoorschriften waaraan de kinderopvang moet voldoen. In dat zelfde lokaal is het dan na schooltijd nog niet eens mogelijk 10 kinderen door een BSO te laten opvangen.  

Reden : kinderopvang is geen publiek domein, dus kosten veiligheid wordt betaald door de branche. De overheid betaald hier indirect slechts een klein gedeelte aan mee. Basisonderwijs is publiek domein, dus kosten veiligheid worden volledig betaald door de Rijksoverheid zelf. Dat is één van de redenen dat het onderhoud in schoolgebouwen al jaren een grote achterstand heeft.

Quote uit 2016 : De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) erkent dat de gereserveerde bedragen te laag zijn. ,,Ze zijn gebaseerd op normen uit 1985 voor het neerzetten van een sober, doelmatig schoolgebouw,” zegt woordvoerder Liane ter Maat. ,,De bedragen houden geen rekening met hogere kwaliteitseisen.”

De praktijk – ventilatie

In april 2017 gingen strengere eisen in op het gebied van ventilatie / luchtkwaliteit, gebaseerd op het Bouwbesluit 2012. Bij de kinderopvang en scholen moest de ventilatie en luchtkwaliteit verbeterd worden.

De kinderopvang heeft dat gedaan en worden hierop door de GGD gecontroleerd. Bij basisscholen is tijdens de coronacrisis duidelijk gebleken dat veel scholen hier niet aan voldoen. De gebrekkige ventilatie is al vele jaren een probleem bij het publieke domein.

De praktijk – flexibiliteit

De kinderopvangbranche is flexibel, het gaat immers om de klanten en daarmee in het belang van hun bedrijf, de klant is immers koning. Tijdens de coronacrisis is dit ook wel weer gebleken. Kinderopvangorganisaties waren soms gedwongen om binnen 24-48 uur aanpassingen te maken waar de scholen een week de tijd voor namen om een beslissing te nemen. Beslissingen die regelmatig eenzijdig zonder overleg gemaakt werden en ook niet altijd in het belang van de ouders en kinderen. Zo werden in de 1e lockdown allerlei roosters opgesteld met meerdere tijdsblokken per dag. Dit terwijl juist werd opgeroepen door het kabinet dit niet te doen. Deze roosters waren ook niet praktisch uitvoerbaar voor kinderopvang en voor de ouders.   

Peuterspeelzalen

Sommige politieke partijen gebruiker nog de term “peuterspeelzalen”. Sinds 1 januari 2018 bestaan feitelijk geen peuterspeelzalen meer, die zijn opgegaan in kinderdagverblijven. Dit geeft duidelijk aan hoe “goed” de partij kennis heeft van de materie. Blijkens onderzoek van Werken bij Kinderopvang ontbreekt deze kennis overigens ook van bijna 80 % van de respondenten die werkzaam zijn in de branche.

Er bestaan wel kinderdagverblijven die een VVE (Voor- en vroegschoolse educatie) voorziening uitvoeren. Dit gebeurt vaak door de oude peuterspeelzalen, maar zeker niet altijd.

Wat is VVE

Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) is er om kinderen op jongere leeftijd (vanaf 2-2,5 jaar) spelenderwijs al voor te bereiden op de schooltijd en de kinderen te laten ontwikkelen op het gebied van o.a. taal. Dus om de ontwikkelingsachterstand te voorkomen of in te halen.

Deze VVE methode zijn vaak al geïmplementeerd bij de kinderdagverblijven. Deze wordt dan in de dagelijkse praktijk al uitgevoerd voor alle kinderen.

Doelgroep

Als je kind als doelgroepkind wordt aangemerkt (bijvoorbeeld door consultatiebureau) heb je over het algemeen recht op (gedeeltelijk) gratis gebruik van deelname bij een VVE-groep. Of je tot een doelgroep wordt gerekend kan echter per gemeente verschillen. Ook het aantal uur per week wordt door gemeente vastgesteld.

Betaling

Als ouder (van een doelgroepkind) kan je dus gedeeltelijk gratis hiervan gebruik maken. Over het andere gedeelte betaal je een ouderbijdrage gebaseerd op je inkomen. Voldoe je als ouder aan de eisen van de kinderopvangtoeslag, dan vallen deze hieronder. Voldoe je als ouder niet aan de eisen voor de kinderopvangtoeslag (bijvoorbeeld omdat je werkeloos bent) dan betaald de gemeente meestal het gedeelte wat je anders van de kinderopvangtoeslag zou ontvangen.

Rol gemeente

De gemeentes hebben een grote vinger in de pap bij de VVE. Deze bepaalt wie een doelgroeper is, deze bepaalt bij welke organisaties deze VVE afgenomen kan worden, deze bepaalt de hoeveelheid uren en de inrichting. Of deze uren bijvoorbeeld verdeeld worden over het hele jaar (zoals bij de kinderopvang) of alleen tijdens schoolweken (zoals bij de oude peuterspeelzalen).

Ook bepaalt de gemeente of en hoeveel subsidie wordt verstrekt aan organisaties voor het in stand houden van de VVE – groepen.

Transparantie

Het komt regelmatig voor dat de gemeentes hierbij verre van transparant zijn. Zo kan het zijn dat een kinderopvangorganisatie volledig voldoet aan de VVE-kwalificatie eisen, maar geen VVE doelgroep kinderen mag opvangen. Hierbij wordt dan niet gekeken naar kwaliteit, eisen of andere openbaar meetbare vormen, maar is het gebaseerd op het (oude) netwerk en de achterkamer.

Landelijke regelgeving

De VVE zou onder landelijke regelgeving moeten vallen met duidelijke en transparante regels. Zowel voor de organisaties (wat zijn de grondslagen om VVE te mogen aanbieden als organisatie) als voor de ouders (wat zijn de kosten, hoe kom ik in aanmerking). Dit zorgt ook voor rechtsgelijkheid voor zowel ouders als organisaties. Daarbij bespaart dit ongetwijfeld de nodige uitvoeringskosten.

Kinderopvangtoeslag

Dat er iets moet gebeuren met de kinderopvangtoeslag is duidelijk. Wat er moet gebeuren is dan de grote vraag. Deels hangt dat samen met de gratis kinderopvang die sommige partijen willen invoeren, dan zou de KOT al verdwijnen. Deels met de wet- en regelgeving zoals deze door Ministerie van SoZaWe is bedacht en door de Belastingdienst wordt uitgevoerd.

De uitvoering door een andere instantie (zoals DUO) laten uitvoeren is niet echt een verbetering die snel resultaat oplevert. Hier zullen ongetwijfeld veel andere problemen voor in de plaats komen en zal het jaren duren voordat deze soepeler loopt. Dit proces heeft de Belastingdienst wel achter de rug. De kwaliteit van de uitvoering kan zeker verbeterd worden, o.a. door modernisering van de Belastingdienst (en hun systemen), iets wat hoe dan ook zal moeten gebeuren.

De wet- en regelgeving ligt bij het ministerie van SoZaWe (en de politiek zelf). De kinderopvangtoeslag affaire heeft duidelijk gemaakt dat hier het nodige aangepast moet worden.

Standpunten politieke partijen

Voor de standpunten van de politieke partijen verwijzen wij naar deze pagina.