Wat betekent de invoering van de DAEB voor jou als medewerker in de kinderopvang?
De overheid wil de kinderopvang bijna gratis maken en voert daarvoor de zogenoemde DAEB in. Klinkt goed, maar in de praktijk pakt dit heel anders uit. De regeling lost geen enkel probleem op, zorgt juist voor meer regels en administratie en kan kleine houders de das omdoen. De DAEB is vooral bedoeld om de financiering vanuit de overheid juridisch af te dekken richting Europa, niet om de kinderopvang beter of toegankelijker te maken. In dit artikel geven we een uitgebreide uitleg wat de gevolgen kunnen zijn.
DAEB
De afgelopen weken hoor je het misschien steeds vaker: de invoering van de DAEB in de kinderopvang. In de politiek klinkt het als een mooie belofte: “bijna gratis kinderopvang voor iedereen” en “meer kwaliteit, minder winstbejag”. Maar wat betekent dit eigenlijk in de praktijk? En vooral: wat betekent het voor jou, als pedagogisch professional, assistent of leidinggevende?
Klinkt goed… maar is het dat ook?
Veel mensen hebben een mening over het plan, zonder precies te weten wat het inhoudt en zonder de financiële kennis die erbij hoort. Het is een beetje alsof een loodgieter jou uitlegt hoe je een peutergroep moet begeleiden. Goed bedoeld, maar niet echt realistisch.
De DAEB is een technisch en financieel verhaal. Het gaat over geldstromen, regels en afspraken tussen overheid en organisaties. En eerlijk is eerlijk: het heeft niets met kinderen of pedagogiek te maken: nul, niks, nada, noppes.
Toch is het belangrijk om te weten wat dit plan betekent voor jouw werk en jouw organisatie. Want ook al klinkt het sympathiek, de DAEB zorgt er niet voor dat er één kind extra naar de opvang kan komen. Het lost het personeelstekort niet op, vermindert de werkdruk niet en verlaagt de administratie al helemaal niet. Sterker nog: de verwachting is dat er juist méér regels, controles en formulieren bijkomen. En dat maakt de opvang duurder in plaats van goedkoper.
Gevolgen voor houders en dus voor medewerkers
De DAEB maakt het voor houders lastiger om financieel gezond te blijven. De regels over hoeveel winst men mag maken over het eigen vermogen, zal kunnen betekenen dat veel kleinere houders (of ze nu een stichting, BV of eenmanszaak zijn) zullen stoppen of worden overgenomen.
In Nederland zijn er op dit moment ongeveer 2.937 verschillende houders actief in de kinderopvang.
Daarvan hebben er ongeveer 922 een rechtsvorm als eenmanszaak, VOF of CV. dus geen BV of stichting. Juist deze groep (maar ook kleinere BV’s / Stichtingen) zal het in de meeste gevallen moeilijk krijgen en in sommige gevallen zelfs verdwijnen. De DAEB is simpelweg niet ingericht voor kleine, zelfstandige houders die met passie hun eigen opvang runnen.
Dat betekent minder variatie in de kinderopvang: minder kleinschalige locaties, minder persoonlijke initiatieven en minder keuze voor ouders én medewerkers.
Besloten zonder de sector te horen
Opvallend is dat deze plannen zijn gepresenteerd zonder goed overleg met de branche. De organisaties die dagelijks in de praktijk staan, zijn nauwelijks betrokken. Belangrijke vragen zijn nog niet beantwoord: hoe werkt de financiering precies, wat betekent dit voor kleine organisaties, en wat doet het met de kwaliteit en toegankelijkheid?
Kortom: er ligt een half uitgewerkt plan dat zonder goed doordachte onderbouwing gepresenteerd is. Dat is niet bepaald een teken van goed bestuur. Sterker nog, dit soort haastige besluiten kunnen opnieuw grote problemen veroorzaken, misschien wel een nieuw toeslagenschandaal.
Want laten we niet vergeten: het vorige toeslagenschandaal kwam niet door fouten van de branche, maar door fouten van de overheid.
Juridische dekking, geen inhoudelijke verbetering
Wat weinig mensen weten, is dat de invoering van de DAEB vooral bedoeld is om juridisch af te dekken dat de overheid met de nieuwe financiering geen verboden staatssteun verleent volgens EU-regels. Het is dus vooral een juridische constructie, niet een plan dat de kwaliteit, betaalbaarheid of toegankelijkheid van de kinderopvang echt verbetert.
Met andere woorden: de DAEB is vooral bedacht om “het vinkje bij Europa te zetten”, niet om het werk in de kinderopvang beter of makkelijker te maken.
Zonder winst geen toekomst
Voor iedere organisatie geldt: zonder winst ga je vroeg of laat failliet. De DAEB wil voorkomen dat er “te veel winst” wordt gemaakt, maar er is nooit aangetoond dat dit probleem überhaupt bestaat.
De wet probeert dus iets te voorkomen wat nu niet speelt en misschien ooit in de toekomst zou kunnen gebeuren. Daarvoor bestaan bovendien veel simpelere manieren om hoge uurtarieven of onredelijke winsten te beperken.
Het huidige voorstel voelt een beetje als een brandweerauto sturen voor een kaarsvlam: goed bedoeld, maar veel te zwaar geschut.
De cijfers van het Waarborgfonds Kinderopvang laten al jaren zien dat de marges in de sector klein zijn. Zonder winst is er geen geld om te investeren in kwaliteit, locaties, opleidingen of vernieuwing. Dan moet elk dubbeltje worden omgedraaid en dat is zelden goed voor de kwaliteit.
Zonder winst is het ook moeilijker om salarissen te verhogen of een goed werkklimaat te bieden.
Een gezonde financiële basis is nodig om in mensen, teams en arbeidsvoorwaarden te kunnen investeren. En zonder winst is er ook geen buffer als het een keer tegenzit.
Minder kindplaatsen = langere wachtlijsten
Er is zelfs een reële kans dat het aantal kindplaatsen afneemt. Als kleine organisaties stoppen, verdwijnen hun plekken mee. Dat betekent meer wachtlijsten, niet minder.
Natuurlijk, elk nadeel heeft soms ook een voordeel: minder kindplaatsen betekent ook iets minder personeelstekort. Maar dat is een schijnvoordeel, want niemand wil dat kinderen thuis moeten blijven omdat er geen plek is.
Wat betekent dit voor jou?
Voor jou als medewerker kan dit betekenen:
- Minder keuze in werkgevers: minder variatie, meer grote ketens.
- Meer regels en administratie op de werkvloer.
- Minder ruimte voor eigen initiatief en ondernemerschap.
- En op termijn meer druk door langere wachtlijsten en hogere verwachtingen van ouders.
Concreet
De discussie over de DAEB lijkt misschien technisch, maar de gevolgen zijn heel concreet voor iedereen die in de kinderopvang werkt. Daarom is het belangrijk dat ook medewerkers zich laten horen.
De DAEB klinkt vriendelijk, maar achter de belofte van “bijna gratis kinderopvang” schuilt een systeem dat de sector kan verzwakken in plaats van versterken. En als de variatie verdwijnt, verdwijnen ook veel van de dingen die het werk in de kinderopvang juist zo mooi maken.
-
Volledig mee eens 81%, 275 stemmen275 stemmen 81%275 stemmen - 81% van alle stemmen
-
Deels mee eens 9%, 31 stem31 stem 9%31 stem - 9% van alle stemmen
-
Volledig mee oneens 6%, 19 stemmen19 stemmen 6%19 stemmen - 6% van alle stemmen
-
Deels mee oneens 3%, 9 stemmen9 stemmen 3%9 stemmen - 3% van alle stemmen
-
Neutraal / Niet mee een/oneens 1%, 4 stemmen4 stemmen 1%4 stemmen - 1% van alle stemmen
Concept reactie internetconsultatie als medewerker
Wil jij als medewerker reageren op de internetconsultatie, hieronder een voorbeeld tekst die ja kan gebruiken als basis.
Geachte heer/mevrouw,
Als medewerker in de kinderopvang volg ik met groeiende zorg de plannen voor de invoering van de DAEB. Op papier klinkt het allemaal mooi: bijna gratis kinderopvang, minder nadruk op winst en meer focus op kwaliteit. In de praktijk lijkt dit plan echter vooral te leiden tot meer regels, meer administratie en hogere kosten — zonder dat er ook maar één kind extra naar de opvang kan.
De DAEB is een technisch en financieel instrument dat weinig tot niets te maken heeft met het pedagogische werk dat wij elke dag doen. Het is bedoeld om juridisch te kunnen aantonen dat de nieuwe financiering geen verboden staatssteun is volgens Europese regels. Dat is een begrijpelijk doel, maar het zegt niets over de kwaliteit, toegankelijkheid of betaalbaarheid van de opvang. Met andere woorden: dit plan is er vooral om aan Brusselse eisen te voldoen, niet om de kinderopvang beter te maken.
In de dagelijkse praktijk zal de invoering van de DAEB vooral zorgen voor meer bureaucratie, meer verantwoording, en minder ruimte voor houders om hun organisatie gezond te runnen. Voor veel kleinere houders — waaronder zelfstandige ondernemers en familiebedrijven — wordt het bijna onmogelijk om te blijven bestaan. Zij kunnen de toenemende administratieve lasten en beperkingen niet dragen.
Dat heeft directe gevolgen voor ons, de medewerkers. Minder kleine en zelfstandige houders betekent minder keuze, minder variatie en uiteindelijk ook minder banen. De branche dreigt te verschralen en te verschuiven naar een paar grote organisaties, terwijl juist de diversiteit en kleinschaligheid van de kinderopvang zo waardevol zijn.
De DAEB zorgt niet voor groei, maar voor krimp. En waar minder kinderopvangplekken zijn, ontstaan langere wachtlijsten. Ouders kunnen hun kind moeilijker plaatsen, medewerkers verliezen mogelijk hun baan, en de druk op de overblijvende organisaties neemt alleen maar toe.
Daarnaast is het belangrijk om te beseffen dat de sector geen buitensporige winsten maakt, zoals soms wordt gesuggereerd. De cijfers van het Waarborgfonds Kinderopvang laten al jaren zien dat de marges klein zijn. Zonder winst is het simpelweg niet mogelijk om te investeren in kwaliteit, vernieuwing, opleidingen of betere arbeidsvoorwaarden. Zonder winst is het zelfs moeilijk om loonsverhogingen te betalen of een goed werkklimaat te creëren.
Wat ik bovendien zorgwekkend vind, is dat deze plannen nauwelijks in overleg met de branche tot stand zijn gekomen. De organisaties en professionals die dagelijks met kinderen werken, zijn niet echt gehoord. Belangrijke vragen; zoals de gevolgen voor kleine houders, de financiering in de praktijk en de impact op de werkgelegenheid; zijn nog niet goed onderzocht.
Daarom wil ik met deze reactie een dringend beroep doen op de politiek om de invoering van de DAEB niet door te drukken zolang er zoveel onduidelijkheden zijn. Stel de invoering uit en ga eerst in gesprek met de sector. Luister naar de mensen die elke dag met kinderen werken, die weten wat er speelt op de werkvloer en wat er nodig is om kwaliteit te blijven leveren.
Kies voor beleid dat de kinderopvang versterkt in plaats van verzwakt. Voor beleid dat investeert in mensen, kwaliteit en vertrouwen,niet in extra formulieren en beperkingen.
De gegegevens in dit artikel zijn voor het laatst bijgewerkt en gecontroleerd op 1 november 2025