Als een noodmaatregel al averechts werkt, hoe moet bijna gratis kinderopvang dan goed gaan?
Serie: De Wet Financiering Kinderopvang onder de loep
De kinderopvangsector krijgt opnieuw een waarschuwing vanaf de werkvloer. CNV, FNV, BOinK en PPINK stellen in een gezamenlijk persbericht dat de verruimde inzet van leerlingen in de kinderopvang averechts werkt. De maatregel was bedoeld om het personeelstekort te verlichten, maar volgens pedagogisch professionals leidt zij juist tot meer werkdruk, minder kwaliteit, meer veiligheidsrisico’s en extra uitstroom.
Dat is op zichzelf al ernstig. Maar in de discussie over de Wet Financiering Kinderopvang is dit persbericht nog belangrijker.
Want als een tijdelijke maatregel om het personeelstekort te verlichten volgens medewerkers al leidt tot méér werkdruk en méér uitstroom, wat gebeurt er dan straks als de WFK de vraag naar kinderopvang fors vergroot?
Bijna gratis kinderopvang klinkt aantrekkelijk voor ouders. Minder kosten. Minder toeslaggedoe. Meer zekerheid. Maar de vraag is niet alleen wat ouders straks betalen. De vraag is vooral wie het allemaal moet uitvoeren.
En daar wringt het.
De noodklok vanaf de werkvloer
Volgens het onderzoek waar CNV, FNV, BOinK en PPINK naar verwijzen, overweegt 40 procent van de werknemers in de kinderopvang momenteel om de sector te verlaten. 27 procent maakt daar al concrete plannen voor. Dat zijn geen kleine signalen. Dat is een arbeidsmarkt die onder spanning staat.
De organisaties wijzen specifiek op de verruimde inzet van beroepskrachten in opleiding. Sinds 2022 mogen kinderopvangorganisaties meer leerlingen inzetten op de locatie. Voorheen mocht één op de drie krachten op een locatie uit leerlingen bestaan. De verruimde maatregel maakt het mogelijk dat de helft van de medewerkers op de locatie uit beroepskrachten in opleiding bestaat.
De gedachte achter die maatregel is begrijpelijk: als er te weinig personeel is, probeer je de capaciteit te vergroten. Maar volgens de betrokken organisaties pakt dat verkeerd uit. 93 procent van de pedagogisch professionals geeft aan dat de werkdruk stijgt als de helft van de krachten op de locatie uit leerlingen bestaat. 85 procent verwacht meer veiligheidsrisico’s en 88 procent verwacht dat de kwaliteit van de opvang daalt.
Dat zijn harde cijfers.
En ze laten iets zien wat Den Haag te vaak vergeet: personeelstekort los je niet op door de druk op bestaande medewerkers verder te vergroten.
Leerlingen zijn nodig, maar geen lapmiddel
Laat er geen misverstand over bestaan: leerlingen zijn hard nodig. De kinderopvang heeft nieuwe pedagogisch professionals nodig. Zonder instroom van studenten, BBL’ers en beroepskrachten in opleiding heeft de sector geen toekomst.
Maar leren kost tijd. Begeleiden kost tijd. Een leerling is niet hetzelfde als een volledig ingewerkte, ervaren pedagogisch professional. Wie leerlingen inzet als oplossing voor gaten in de bezetting, legt extra druk op de ervaren medewerkers die hen moeten begeleiden.
Precies daar zit het probleem.
Een leerling op de groep kan waardevol zijn, maar vraagt begeleiding, uitleg, toezicht en ruimte om te leren. Als die ruimte er niet is, wordt de leerling geen oplossing maar een extra belasting. Dan moet de ervaren medewerker niet alleen kinderen begeleiden, ouders spreken en de groep draaiende houden, maar ook een collega in opleiding ondersteunen.
Dat kan goed gaan als de randvoorwaarden kloppen. Maar in een sector met hoge werkdruk, ziekteverzuim, krappe roosters en personeelstekorten is dat een groot risico.
De WFK vergroot dezelfde druk
En dan komt de Wet Financiering Kinderopvang.
De WFK moet kinderopvang vanaf 2029 bijna gratis maken voor werkende ouders. De overheid gaat dan 96 procent van de maximum uurprijs rechtstreeks vergoeden aan kinderopvangorganisaties en gastouderbureaus. Voor ouders klinkt dat aantrekkelijk. Voor hogere inkomens kan het zelfs duizenden euro’s per jaar voordeel opleveren.
Maar goedkoper maken van kinderopvang vergroot de vraag. Ouders die nu minder opvang gebruiken, willen straks misschien meer dagen. Ouders die nu opa, oma of andere informele opvang inzetten, stappen mogelijk over naar formele opvang. Ouders die nu twijfelen vanwege de kosten, melden zich alsnog aan.
Meer vraag betekent meer kinderen. Meer kinderen betekenen meer groepen, meer roosters, meer locaties en vooral meer pedagogisch professionals.
Maar die zijn er nu al niet genoeg.
Arbeidsmarktprognoses laten zien dat het personeelstekort in de kinderopvang de komende jaren fors kan oplopen. In 2025 gaat het om ongeveer 7.000 medewerkers tekort. Richting 2031 kan dat tekort oplopen naar 24.400 medewerkers. Dat is de werkelijkheid waarin de politiek bijna gratis kinderopvang wil invoeren.
Dan moet je de vraag durven stellen: is dit verantwoord?
Als de sector het nu al niet aankan, waarom dan de vraag aanjagen?
Het persbericht van CNV, FNV, BOinK en PPINK maakt de kern van het probleem zichtbaar. De werkvloer staat nu al onder druk. Medewerkers ervaren nu al te weinig ruimte. De inzet van meer leerlingen wordt door een grote meerderheid gezien als risico voor werkdruk, kwaliteit en veiligheid.
Als dat zo is, hoe kan dezelfde sector dan straks een forse extra vraag naar kinderopvang opvangen?
De WFK lijkt op papier vooral een financieringswet. Geldstromen worden verlegd. Ouders betalen minder. De overheid betaalt rechtstreeks aan organisaties. De kinderopvangtoeslag verdwijnt. Maar in de praktijk is het veel meer dan een financieringswet.
De WFK is ook een vraagvergroter.
En een vraagvergroter in een sector met personeelstekort is gevaarlijk.
Want als de vraag stijgt en het aanbod niet meegroeit, ontstaat schaarste. Dan worden wachtlijsten langer. Dan wordt het moeilijker voor ouders om een plek te vinden. Dan krijgen organisaties meer druk om extra capaciteit te creëren. En dan komen de gevolgen uiteindelijk terecht bij de mensen op de groep.
Meer regels, meer druk, geen extra collega’s
Daar komt nog iets bij. De WFK regelt niet alleen dat ouders minder gaan betalen. De wet zorgt ook voor een nieuw financieringssysteem met directe betalingen, gegevensuitwisseling, verantwoording, toezicht, DAEB-verplichtingen en extra regels voor organisaties.
Voor ouders wordt het aan de voorkant misschien eenvoudiger. Maar eenvoud voor ouders betekent niet automatisch eenvoud voor de sector.
Kinderopvangorganisaties krijgen juist te maken met extra administratieve lasten, nieuwe verplichtingen en meer controle. En ook al gebeurt veel daarvan op kantoor, de effecten blijven niet beperkt tot kantoor. Nieuwe regels sijpelen altijd door naar de werkvloer. Nieuwe procedures, nieuwe vragen, nieuwe controles, nieuwe systemen, nieuwe fouten die moeten worden opgelost.
En wat krijgt de pedagogisch professional daar concreet voor terug?
Geen gegarandeerde extra collega’s. Geen gegarandeerde verlaging van de werkdruk. Geen gegarandeerde betere arbeidsvoorwaarden. Geen garantie dat er meer tijd komt voor begeleiding van leerlingen. Geen garantie dat er meer ruimte komt voor pedagogische kwaliteit.
Dat maakt de WFK zo wrang. De sector krijgt extra druk, maar de wet regelt niet eerst de mensen die nodig zijn om die druk op te vangen.
Deze organisaties kunnen niet om hun eigen waarschuwing heen
CNV, FNV, BOinK en PPINK waarschuwen terecht dat maatregelen tegen personeelstekort averechts kunnen werken als zij de druk op de groep vergroten. Zij zeggen terecht dat leerlingen belangrijk zijn, maar niet gebruikt moeten worden als oplossing voor gaten in de bezetting. Zij waarschuwen terecht voor meer uitstroom, minder kwaliteit en veiligheidsrisico’s.
Maar precies daarom is de vraag onvermijdelijk: hoe verhoudt deze waarschuwing zich tot de Wet Financiering Kinderopvang?
Want de WFK vergroot de vraag naar kinderopvang. De WFK komt bovenop bestaande personeelstekorten. De WFK komt bovenop hoge werkdruk. De WFK komt bovenop een sector waarin een groot deel van de medewerkers al nadenkt over vertrek. De WFK komt bovenop een praktijk waarin zelfs noodmaatregelen om tekorten te verlichten volgens medewerkers averechts werken.
Wie dit persbericht serieus neemt, kan niet zonder meer achter de WFK in de huidige vorm staan.
Niet als het belang van pedagogisch professionals centraal staat. Niet als kwaliteit centraal staat. Niet als veiligheid centraal staat. En ook niet als het belang van ouders centraal staat.
Want ouders hebben niets aan bijna gratis kinderopvang als er geen plek is. Ouders hebben niets aan lagere kosten als de kwaliteit onder druk komt. Ouders hebben niets aan politieke beloftes als groepen niet open kunnen door personeelstekort.
Voorstanders van de WFK moeten kiezen
Dit maakt de positie van sommige organisaties ingewikkeld. Vakbonden en ouderorganisaties kunnen terecht kritiek hebben op de verruimde inzet van leerlingen. Maar als zij tegelijkertijd de WFK blijven steunen, moeten zij uitleggen hoe de sector die extra vraag dan wél moet opvangen.
Met welke mensen?
Met welke tijd?
Met welke begeleiding?
Met welke kwaliteit?
Met welke garantie voor ouders?
Met welke bescherming voor pedagogisch professionals?
Alleen zeggen dat er “geïnvesteerd moet worden in personeel” is niet genoeg. Dat wordt al jaren gezegd. De vraag is wat er concreet is geregeld.
En daar zit het probleem: de WFK regelt vooral de betaling van kinderopvang, niet de beschikbaarheid van pedagogisch professionals.
De politiek koopt betaalbaarheid op papier, maar geen mensen op de groep.
Eerst personeel, dan bijna gratis kinderopvang
Een verstandige volgorde zou zijn: eerst het personeelstekort aanpakken, dan pas de vraag vergroten. Eerst zorgen dat medewerkers blijven. Eerst de werkdruk omlaag. Eerst ziekteverzuim terugdringen. Eerst de begeleiding van leerlingen verbeteren. Eerst de instroom versterken. Eerst zorgen dat organisaties voldoende capaciteit hebben.
Pas daarna kun je praten over het bijna gratis maken van kinderopvang.
Nu lijkt de politiek het andersom te doen. Eerst wordt de vraag aangejaagd met een hoge vergoeding voor ouders. Daarna moet de sector maar zien hoe zij het oplost.
Dat is geen kinderopvangvisie. Dat is politiek wensdenken.
De rekening komt op de groep terecht
Het risico is duidelijk. Ouders krijgen een mooie belofte. De politiek krijgt een mooi verhaal. Maar de rekening komt op de groep terecht.
Bij pedagogisch professionals die al onder druk staan. Bij ervaren medewerkers die leerlingen moeten begeleiden. Bij locatiemanagers die roosters niet rond krijgen. Bij organisaties die extra regels moeten uitvoeren. Bij ouders die toch geen plek kunnen vinden. En uiteindelijk bij kinderen, omdat kwaliteit altijd afhankelijk is van de mensen die dagelijks met hen werken.
Dat maakt het persbericht van CNV, FNV, BOinK en PPINK zo relevant voor de WFK-discussie. Het laat zien dat de sector niet eindeloos kan worden opgerekt. Je kunt niet blijven doen alsof meer vraag vanzelf leidt tot meer aanbod. Je kunt niet blijven doen alsof regels veranderen hetzelfde is als personeel toevoegen. En je kunt niet blijven doen alsof pedagogische kwaliteit overeind blijft als de werkdruk stijgt.
Bijna gratis kinderopvang zonder mensen is geen oplossing
De boodschap uit het persbericht is helder: een maatregel die bedoeld was om het personeelstekort te verlichten, werkt volgens pedagogisch professionals juist averechts. Meer werkdruk, meer uitstroom, meer veiligheidsrisico’s en minder kwaliteit.
Dat is niet alleen kritiek op de BIO-maatregel. Het is ook een waarschuwing voor de Wet Financiering Kinderopvang.
Want de WFK vergroot de vraag naar kinderopvang, terwijl het personeelstekort de komende jaren fors kan oplopen. De wet maakt kinderopvang goedkoper, maar regelt niet eerst wie de kinderen opvangt. De wet verplaatst geldstromen, maar creëert geen pedagogisch professionals. De wet belooft ouders zekerheid, maar biedt geen zekerheid dat er straks voldoende plekken zijn.
Wie het belang van kinderen, ouders en pedagogisch professionals serieus neemt, kan de WFK in deze vorm niet blijven verkopen als oplossing. Eerst mensen. Eerst kwaliteit. Eerst werkdruk omlaag. Eerst voldoende professionals op de groep.
Pas daarna kun je praten over bijna gratis kinderopvang.
Want bijna gratis kinderopvang zonder pedagogisch professionals is geen vooruitgang. Het is een belofte die de werkvloer moet betalen.
Dit artikel is onderdeel van een serie artikelen op Kinderopvang-Wijzer.nl over de Wet Financiering Kinderopvang. In deze serie onderzoeken we wie profiteert van het nieuwe stelsel, welke risico’s ouders, medewerkers en kinderopvangorganisaties lopen en waarom de invoering van deze wet veel kritischer bekeken moet worden.
Artikelen in deze serie:
- De #kakkerkorting: belastingbetaler betaalt cadeau voor hogere inkomens
- Gebouwd op twee wankele aannames: waarom bestaat de Wet Financiering Kinderopvang eigenlijk?
- Wie vraagt de pedagogisch professionals wat zij van de Wet Financiering Kinderopvang vinden?
- Als een noodmaatregel al averechts werkt, hoe moet bijna gratis kinderopvang dan goed gaan?
Bronnen en achtergrond
Voor dit artikel is onder meer gebruikgemaakt van de volgende bronnen:
- PPINK – Persbericht: Maatregel tegen personeelstekort kinderopvang werkt averechts
https://www.ppink.nl/nieuws/persbericht-maatregel-tegen-personeelstekort-kinderopvang-werkt-averechts/ - Rijksoverheid – Verruiming regelgeving om personeelstekort kinderopvang tegen te gaan
https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2026/01/27/verruiming-regelgeving-om-personeelstekort-kinderopvang-tegen-te-gaan - Ipsos I&O Publiek / SEO Economisch Onderzoek – Maatregelen personeelstekort kinderopvang bieden vooralsnog tijdelijk verlichting
https://www.ipsos-publiek.nl/actueel/maatregelen-personeelstekort-kinderopvang-bieden-vooralsnog-tijdelijk-verlichting/ - Over Toeslagen – Nieuwe financiering kinderopvang per 2029
https://www.overtoeslagen.nl/onderwerpen/h/hervorming-kinderopvangtoeslag - Adviescollege toetsing regeldruk – Wetsvoorstel alternatieve financiering kinderopvang ondermaats
https://www.adviescollegeregeldruk.nl/actueel/nieuws/2025/12/04/wetsvoorstel-alternatieve-financiering-kinderopvang-ondermaats