Wie vraagt de pedagogisch professionals wat zij van de Wet Financiering Kinderopvang vinden?
Serie: De Wet Financiering Kinderopvang onder de loep
De Wet Financiering Kinderopvang wordt vooral verkocht aan ouders. Minder gedoe met toeslagen. Meer zekerheid. Een lagere rekening. Bijna gratis kinderopvang.
Maar er is één groep die in dit verhaal opvallend vaak pas laat in beeld komt: de mensen die het allemaal moeten waarmaken. De pedagogisch professionals. De medewerkers op de groep. De mensen die nu al werken onder hoge druk, met personeelstekorten, volle dagen, invalproblemen, zieke collega’s, extra administratie, oudervragen en steeds hogere verwachtingen.
Als kinderopvang bijna gratis wordt, is de verwachting dat de vraag stijgt. Meer ouders willen meer dagen opvang. Meer kinderen moeten worden geplaatst. Meer roosters moeten rond. Maar wie gaat dat doen?
Niet de staatssecretaris. Niet de beleidsambtenaar. Niet de vakbondsbestuurder aan de overlegtafel. Niet de politieke partij die “rust in de portemonnee” belooft.
De pedagogisch professional moet het doen.
Is het de medewerkers eigenlijk gevraagd?
Dat is de eerste vraag die gesteld moet worden: is aan pedagogisch professionals echt gevraagd wat zij van deze plannen vinden?
Niet via een beleidszin. Niet via “we praten met sociale partners”. Niet via een overlegtafel waar vakbonden, branchepartijen en overheid spreken namens de sector. Maar echt gevraagd, breed, rechtstreeks en herkenbaar: wat betekent dit plan voor jullie werkdag? Voor jullie werkdruk? Voor jullie rooster? Voor jullie pauze? Voor jullie begeleiding van kinderen? Voor jullie motivatie om in de sector te blijven?
Die vraag lijkt onvoldoende centraal te staan.
De Wet Financiering Kinderopvang gaat over miljarden, toeslagen, uitvoeringsorganisaties, DAEB, toezicht, tarieven, ouders en belastinggeld. Maar uiteindelijk komt het neer op iets heel praktisch: zijn er genoeg mensen om kinderen veilig, liefdevol en professioneel op te vangen?
Als het antwoord daarop nee is, dan zakt het hele plan door zijn fundament.
Ook via de internetconsultatie zijn medewerkers niet echt gehoord
Je zou nog kunnen zeggen: iedereen kon toch reageren via de internetconsultatie? Formeel klopt dat. Ouders, organisaties, ondernemers, medewerkers en andere betrokkenen konden een reactie insturen.
Maar daarmee is nog niet gezegd dat pedagogisch professionals ook echt serieus zijn gevraagd wat dit wetsvoorstel betekent voor hun werk. Een internetconsultatie is pas waardevol als mensen kunnen reageren op een compleet, goed onderbouwd en doordacht voorstel. Dat was hier niet het geval.
De internetconsultatie voelde eerder als een aanbod van een wetsontwerp als gatenkaas. Er ontbraken nog te veel onderzoeken, toetsen, uitwerkingen en onderbouwingen om als medewerker, ouder of organisatie echt een inhoudelijk oordeel te kunnen vormen. Juist de vragen die voor de werkvloer essentieel zijn, waren onvoldoende beantwoord.
Hoeveel extra vraag verwacht de overheid precies? Hoeveel extra pedagogisch professionals zijn daarvoor nodig? Waar komen die mensen vandaan? Wat betekent het voor werkdruk, roosters, ziektevervanging en kwaliteit? Welke extra administratieve taken komen terecht bij organisaties en uiteindelijk bij teams? Wat gebeurt er als de sector de extra vraag niet aankan?
Als zulke vragen nog openstaan, is een internetconsultatie vooral een formele stap. Dan kunnen mensen wel reageren, maar niet op een volledig beeld. Dan wordt inspraak al snel een ritueel: de praktijk mag iets zeggen, terwijl de belangrijkste gevolgen nog onvoldoende zijn uitgewerkt.
Voor pedagogisch professionals is dat extra wrang. Zij moeten straks de gevolgen dragen van een wet waarvan de praktische uitvoerbaarheid voor de werkvloer onvoldoende duidelijk was op het moment dat zij mochten reageren.
Dat is geen echte betrokkenheid. Dat is geen zorgvuldig bestuur. En het is zeker geen manier om draagvlak te bouwen onder de mensen die de kinderopvang dagelijks draaiende houden.
De werkdruk is nu al hoog
De kinderopvangsector kampt nu al met personeelstekorten. Dat is geen abstract probleem. Dat betekent dat roosters lastig rondkomen, collega’s extra diensten draaien, groepen soms niet open kunnen en medewerkers minder rust ervaren. Het betekent ook dat er minder ruimte is voor voorbereiding, overleg en echte aandacht.
Werkdruk in de kinderopvang is niet alleen “druk zijn”. Het raakt direct aan kwaliteit. Als er te weinig collega’s zijn, komt er druk op interactie met kinderen, op rust in de groep, op begeleiding, op overdrachten, op aandacht voor kinderen die net wat meer nodig hebben en op het werkplezier van medewerkers.
Pedagogisch professionals kiezen dit vak meestal niet omdat het makkelijk is. Ze kiezen het omdat ze met kinderen willen werken, ontwikkeling willen stimuleren en ouders willen ondersteunen. Maar als het werk steeds meer voelt als overleven, dan haken mensen af.
En precies dat risico wordt met de Wet Financiering Kinderopvang groter.
Bijna gratis kinderopvang betekent waarschijnlijk meer vraag
Als kinderopvang goedkoper wordt, willen waarschijnlijk meer ouders kinderopvang gebruiken of meer dagen afnemen. Dat is logisch. Ouders die nu twijfelen vanwege de kosten, melden zich mogelijk alsnog aan. Ouders die nu opa, oma of andere informele opvang gebruiken, stappen misschien over naar formele opvang. Ouders die nu twee dagen afnemen, willen misschien drie of vier dagen.
Maar meer vraag betekent niet automatisch meer capaciteit. Meer vraag betekent vooral meer druk op de mensen die er al zijn.
Als er niet genoeg pedagogisch professionals bijkomen, wordt de puzzel alleen maar moeilijker. Dan stijgt de druk op roosters. Dan worden medewerkers vaker gevraagd om extra te werken. Dan wordt het lastiger om ziekte op te vangen. Dan wordt de verleiding groter om grenzen op te zoeken met inzet van personeel in opleiding, invalkrachten of creatieve roosteroplossingen.
Dat is geen duurzame basis voor kwaliteit.
Wat krijgt de medewerker terug?
Voor ouders met hogere inkomens kan de Wet Financiering Kinderopvang duizenden euro’s per jaar voordeel opleveren. Voor de politiek levert het een mooi verhaal op: bijna gratis kinderopvang en geen nieuw toeslagenschandaal. De politieke risico’s worden naar de achtergrond geschoven en de verantwoordelijkheid verschuift van ouders naar organisaties en uitvoering.
Maar wat krijgt de medewerker terug?
Meer salaris? Minder werkdruk? Meer collega’s? Meer tijd per kind? Meer rust op de groep? Minder administratie? Meer inspraak? Meer waardering?
Dat is allemaal niet vanzelf geregeld.
Natuurlijk zeggen voorstanders dat er ook geïnvesteerd moet worden in medewerkers. Maar dat is precies het probleem: het staat niet centraal. De kern van de wet is vooral financiering van ouders, niet het versterken van het beroep pedagogisch professional of het versterken van kinderopvangorganisaties.
Als je bijna gratis kinderopvang invoert zonder eerst het personeelsprobleem op te lossen, dan vraag je medewerkers om een politieke belofte waar te maken waarvoor de randvoorwaarden ontbreken.
Hebben de vakbonden geholpen?
Dan de vakbonden. Je zou verwachten dat vakbonden bij zo’n grote stelselwijziging vooral één vraag stellen: wat betekent dit concreet voor de werkvloer?
FNV en CNV wijzen terecht op werkdruk, personeelstekort en het belang van investeren in medewerkers. FNV schrijft dat extra geld terecht moet komen bij de 127.000 mensen die er dagelijks voor zorgen dat kinderen groeien, zich ontwikkelen en ouders kunnen werken. Dat klinkt logisch. Sterker nog: dat zou precies de kern moeten zijn van goed kinderopvangbeleid.
Maar daar wringt het juist.
Want als je goed naar de plannen kijkt, regelt de Wet Financiering Kinderopvang helemaal niet dat er extra geld naar werknemers gaat. De miljarden extra worden vooral gebruikt om de ouderbijdrage te verlagen en dan vooral voor ouders met hogere inkomens, de #kakkerkorting. De overheid betaalt straks 96 procent van de maximum uurprijs rechtstreeks aan kinderopvangorganisaties en gastouderbureaus, maar dat is geen extra personeelsbudget. Het is ouderfinanciering via een andere route.
Met andere woorden: het geld komt misschien administratief langs organisaties, maar het is bedoeld om kinderopvang voor ouders goedkoper te maken. Niet om pedagogisch professionals structureel meer salaris te geven. Niet om formaties te verruimen. Niet om werkdruk te verlagen. Niet om meer voorbereidingstijd, coaching, pauzeruimte of begeleiding te organiseren.
De vakbonden kunnen wel zeggen dat het geld bij medewerkers terecht moet komen, maar de wet borgt dat onvoldoende. En als de wet dat niet regelt, blijft het vooral een wens.
Daar komt bij dat kinderopvangorganisaties juist worden geconfronteerd met extra lasten, extra regels, extra verantwoording, extra gegevensuitwisseling, extra toezicht en nieuwe verplichtingen. Directe financiering klinkt misschien eenvoudiger voor ouders, maar voor organisaties wordt het stelsel niet automatisch eenvoudiger.
En wie krijgen in de praktijk met die regels te maken?
Jawel: de medewerkers.
Niet alleen op kantoor, maar ook op de werkvloer. Nieuwe regels betekenen vaak nieuwe registraties, nieuwe controles, nieuwe vragen van ouders, nieuwe procedures, nieuwe systemen en meer druk op leidinggevenden en teams. Als organisaties meer administratieve druk krijgen, sijpelt dat uiteindelijk door naar de groep.
Daarom is de steun van vakbonden voor de richting van het nieuwe stelsel moeilijk te begrijpen. Als FNV en CNV erkennen dat werkdruk en personeelstekorten nu al groot zijn, waarom steunen zij dan een stelsel dat de vraag naar kinderopvang waarschijnlijk verder vergroot, terwijl het geen harde garantie biedt op meer collega’s, betere arbeidsvoorwaarden of minder werkdruk?
Voor medewerkers kan dat voelen alsof er opnieuw over hen wordt gesproken, maar niet echt met hen. Vakbonden hadden scherper kunnen eisen: eerst medewerkers, eerst arbeidsvoorwaarden, eerst werkdruk, eerst voldoende mensen op de groep. Pas daarna kun je praten over het vergroten van de vraag naar kinderopvang.
Meer vraag kan het personeelstekort vergroten
De Wet Financiering Kinderopvang kan het personeelstekort op twee manieren vergroten. Ten eerste doordat de vraag naar opvang stijgt: meer kinderen, meer dagen, meer uren en meer groepen vragen om meer medewerkers. Ten tweede doordat de werkdruk stijgt als die extra medewerkers er niet zijn. Hogere werkdruk kan leiden tot meer ziekteverzuim, minder werkplezier en meer uitstroom. Daarmee wordt het tekort juist groter.
Dat is een gevaarlijke cirkel. Een sector met personeelstekort krijgt meer vraag. Die extra vraag verhoogt de druk. Die druk zorgt ervoor dat mensen afhaken. Daardoor wordt het tekort groter. En daardoor komt de toegankelijkheid van kinderopvang nog verder onder druk.
Dan is bijna gratis kinderopvang geen oplossing, maar een versneller van bestaande problemen.
Medewerkers zijn geen uitvoeringsdetail
In veel discussies over de Wet Financiering Kinderopvang lijkt personeel een randvoorwaarde. Iets dat “ook geregeld moet worden”. Maar dat is verkeerd gedacht.
Pedagogisch professionals zijn geen uitvoeringsdetail. Zij zijn de kern van kinderopvang. Zonder medewerkers geen opvang. Zonder medewerkers geen ontwikkeling. Zonder medewerkers geen veiligheid. Zonder medewerkers geen kansengelijkheid. Zonder medewerkers geen arbeidsparticipatie van ouders.
Daarom is het vreemd dat de wet vooral wordt besproken vanuit ouders, tarieven, toeslagen, financiering en politiek, terwijl de vraag naar personeel vaak pas later komt.
Een kinderopvangstelsel begint niet bij een betalingsstroom. Een kinderopvangstelsel begint bij mensen op de groep.
De politiek belooft, de medewerker moet leveren
De politiek belooft ouders bijna gratis kinderopvang. Maar die belofte wordt niet waargemaakt in Den Haag. Die belofte wordt waargemaakt in de groep, op maandagmorgen, met kinderen die binnenkomen, ouders die vragen hebben, collega’s die ziek kunnen zijn en roosters die moeten kloppen.
Daarom is het te makkelijk om te zeggen dat het nieuwe stelsel goed is voor ouders, zolang niet duidelijk is of medewerkers het kunnen dragen. Want als medewerkers het niet kunnen dragen, dan krijgen ouders uiteindelijk ook geen zekerheid. Dan krijgen ouders wachtlijsten, gesloten groepen, minder keuze, meer stress, minder kwaliteit of kinderopvang die op papier betaalbaar is, maar in de praktijk niet beschikbaar.
Wat zouden medewerkers moeten vragen?
Pedagogisch professionals zouden in deze discussie veel nadrukkelijker hun eigen vragen moeten stellen.
Hoeveel extra kinderen verwacht de overheid dat erbij komen? Hoeveel extra medewerkers zijn daarvoor nodig? Waar komen die collega’s vandaan? Hoe worden bestaande medewerkers behouden? Wordt werkdruk eerst verlaagd voordat de vraag stijgt? Komt er structureel meer geld voor arbeidsvoorwaarden? Worden medewerkers rechtstreeks betrokken bij de uitvoering? Wordt kwaliteit beschermd als de vraag stijgt? En wat gebeurt er als organisaties geen personeel kunnen vinden?
Dat zijn geen detailvragen. Dat zijn hoofdvragen.
Als de overheid daar geen overtuigend antwoord op heeft, dan is de Wet Financiering Kinderopvang niet uitvoerbaar.
Eerst personeel, dan politieke beloftes
Het zou logisch zijn om de volgorde om te draaien. Niet eerst bijna gratis kinderopvang beloven en daarna hopen dat het personeelstekort wordt opgelost. Maar eerst zorgen voor voldoende medewerkers, betere arbeidsvoorwaarden, lagere werkdruk, meer instroom, minder uitstroom en voldoende locaties.
Pas daarna kun je praten over het vergroten van de vraag.
Nu lijkt de politiek het andersom te doen. Eerst de vraag aanjagen met een hoge vergoeding. Daarna kijken of de sector het aankan. Dat is riskant beleid.
Voor medewerkers voelt het bovendien als een bekend patroon: de politiek bedenkt iets, organisaties moeten het uitvoeren en de werkvloer vangt de gevolgen op.
Wie luistert er naar de mensen op de groep?
De Wet Financiering Kinderopvang wordt verkocht als goed nieuws voor ouders. Maar voor pedagogisch professionals is de vraag vooral: wat betekent dit voor ons?
Als kinderopvang bijna gratis wordt, stijgt de vraag waarschijnlijk. Maar de sector heeft nu al personeelstekorten en hoge werkdruk. Zonder voldoende extra medewerkers leidt dit niet tot betere kinderopvang, maar tot meer druk op de mensen die het werk al doen.
Vakbonden erkennen die werkdruk en personeelstekorten, maar steunen tegelijk de richting van het nieuwe stelsel. Dat maakt hun positie kwetsbaar. Want medewerkers hebben niets aan de belofte dat er “ook geïnvesteerd moet worden” in personeel als de wet zelf niet regelt dat dit geld daadwerkelijk bij hen terechtkomt.
Een wet die kinderopvang bijna gratis maakt, maar niet eerst regelt wie de kinderen opvangt, is gebouwd op drijfzand.
Daarom moet de vraag niet alleen zijn wat ouders straks betalen. De vraag moet zijn: wie staat er straks op de groep?
Zonder pedagogisch professionals is bijna gratis kinderopvang niets waard.
Dit artikel is onderdeel van een serie artikelen op Kinderopvang-Wijzer.nl over de Wet Financiering Kinderopvang. In deze serie onderzoeken we wie profiteert van het nieuwe stelsel, welke risico’s ouders, medewerkers en kinderopvangorganisaties lopen en waarom de invoering van deze wet veel kritischer bekeken moet worden.
Artikelen in deze serie:
- De #kakkerkorting: belastingbetaler betaalt cadeau voor hogere inkomens
- Gebouwd op twee wankele aannames: waarom bestaat de Wet Financiering Kinderopvang eigenlijk?
- Wie vraagt de pedagogisch professionals wat zij van de Wet Financiering Kinderopvang vinden?
- Als een noodmaatregel al averechts werkt, hoe moet bijna gratis kinderopvang dan goed gaan?
Bronnen en achtergrond
Voor dit artikel is onder meer gebruikgemaakt van de volgende bronnen:
- FNV – Kinderopvang voor alle kinderen
https://www.fnv.nl/nieuwsbericht/algemeen-nieuws/2025/09/kinderopvang-voor-alle-kinderen - CNV – Het nieuwe financieringsstelsel in de kinderopvang: hoe zit het ook alweer?
https://www.cnv.nl/zorg-en-welzijn/welzijn/cao-kinderopvang/nieuws/het-nieuwe-financieringsstelsel-in-de-kinderopvang/ - PO-Raad – Oproep maatschappelijke organisaties: zet nieuw kinderopvangstelsel door
https://www.poraad.nl/onderwijskansen/kinderopvang-en-vve/oproep-maatschappelijke-organisaties-zet-nieuw - FNV – Kinderopvang bezwijkt onder werkdruk en personeelstekort
https://www.fnv.nl/nieuwsbericht/sectornieuws/zorg-welzijn/2025/12/kinderopvang-bezwijkt-onder-werkdruk - Kinderopvang werkt! – Nieuwste cijfers kinderopvang: tekorten stabiliseren, druk op kinderopvang blijft
https://www.kinderopvang-werkt.nl/de-sector-in-beeld/nieuwste-cijfers-kinderopvang-tekorten-stabiliseren-druk-op-kinderopvang-blijft - Over Toeslagen – Nieuwe financiering kinderopvang per 2029
https://www.overtoeslagen.nl/onderwerpen/h/hervorming-kinderopvangtoeslag - Rijksoverheid – Wetsvoorstel voor bijna gratis kinderopvang openbaar
https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2025/10/17/wetsvoorstel-voor-bijna-gratis-kinderopvang-openbaar - Internetconsultatie – Wet financiering kinderopvang
https://www.internetconsultatie.nl/wetfinancieringkinderopvang/b1
De gegegevens in dit artikel zijn voor het laatst bijgewerkt en gecontroleerd op 22 juni 2026