Maximum uurtarieven kinderopvangtoeslag 2027: waarom ouders mogelijk meer zelf betalen
De kinderopvangtoeslag gaat in 2027 naar verwachting omhoog. Toch betekent dat niet automatisch dat de rekening van ouders even sterk daalt. Sommige ouders kunnen zelfs meer gaan betalen wanneer het uurtarief van hun kinderopvang sneller stijgt dan de maximum uurprijs waarover zij kinderopvangtoeslag ontvangen.
Dat verschil wordt vaak vooral verklaard door hogere tarieven van kinderopvangorganisaties. Dat is maar een deel van het verhaal. Een kinderopvangorganisatie bepaalt weliswaar haar eigen uurtarief, maar de Rijksoverheid bepaalt tot welk maximumbedrag per uur ouders kinderopvangtoeslag krijgen.
Als de Rijksoverheid die maximum uurprijs minder sterk verhoogt dan de werkelijke tarieven in de kinderopvang, groeit het gedeelte van de rekening waarover ouders helemaal geen toeslag ontvangen.
Dat maakt de nog altijd niet definitief vastgestelde maximum uurtarieven kinderopvangtoeslag 2027 minstens zo belangrijk als de nieuwe toeslagpercentages.
Kort antwoord voor ouders: je eigen bijdrage bestaat uit twee delen: het percentage dat je zelf betaalt over de maximum uurprijs én het volledige bedrag dat jouw kinderopvang boven die maximum uurprijs rekent. Stijgt bijvoorbeeld het opvangtarief met 5%, terwijl de maximum uurprijs maar ongeveer 3,3% stijgt, dan kan het bedrag dat je volledig zelf betaalt groter worden. Dat kan zelfs gebeuren wanneer je toeslagpercentage juist omhooggaat.
Wie bepaalt het uurtarief en wie bepaalt je kinderopvangtoeslag?
Er zijn drie verschillende bedragen die gemakkelijk door elkaar worden gehaald.
| Bedrag | Wie bepaalt dit? | Wat betekent dit voor ouders? |
|---|---|---|
| Uurtarief kinderopvang | Kinderopvangorganisatie of gastouderopvang | Dit bedrag staat op de rekening. |
| Maximum uurprijs kinderopvangtoeslag | Rijksoverheid | Alleen tot dit bedrag wordt toeslag berekend. |
| Vergoedingspercentage | Rijksoverheid | Bepaalt welk percentage van de maximum uurprijs wordt vergoed. |
De Rijksoverheid legt zelf uit dat wanneer het tarief van de kinderopvang hoger is dan de maximum uurprijs, ouders het verschil volledig zelf betalen.
In 2026 bedraagt de maximum uurprijs € 11,23 voor dagopvang, € 9,98 voor buitenschoolse opvang en € 8,49 voor gastouderopvang.
Bekijk ook ons overzicht van de actuele en historische maximum uurtarieven kinderopvangtoeslag.
Een eenvoudig voorbeeld: welk deel betaal je volledig zelf?
Stel dat een kinderdagverblijf in 2027 € 12,50 per uur vraagt en de maximum uurprijs voor de kinderopvangtoeslag € 11,60 bedraagt.
Over maximaal € 11,60 kan een ouder kinderopvangtoeslag ontvangen. De resterende € 0,90 per uur valt volledig buiten de toeslag. Daarbovenop betaalt de ouder nog het eigen percentage over die € 11,60.
Een hoger toeslagpercentage helpt dus wel, maar alleen tot de maximum uurprijs.
Daarom is het voor ouders niet voldoende om straks alleen te kijken naar bijvoorbeeld 90%, 94% of uiteindelijk 96% vergoeding. Minstens zo belangrijk is de vraag: 96% van welk bedrag?
Kinderopvangtoeslag 2027: kabinet wil € 350 miljoen minder uitgeven
RTL Nieuws meldde op basis van uitgelekte Prinsjesdagstukken dat het kabinet in 2027 ongeveer € 350 miljoen minder wil uitgeven aan de verdere verhoging van de kinderopvangtoeslag dan eerder was gepland.
De kinderopvangtoeslag zou nog steeds stijgen, maar minder sterk. Vanaf 2028 zou volgens betrokkenen een inhaalslag volgen. Lees hierover ook: Kabinet wil mogelijk € 350 miljoen bezuinigen op kinderopvang in 2027: wat blijft er over van het ingroeipad?
Daarbij zijn twee belangrijke kanttekeningen nodig.
Ten eerste gaat het vooralsnog om bekend geworden begrotingsplannen. De definitieve bedragen en toeslagpercentages moeten nog officieel worden gepubliceerd en politiek worden behandeld.
Ten tweede heeft de genoemde € 350 miljoen vooral betrekking op het zogenoemde ingroeipad: de stapsgewijze verhoging van de vergoedingspercentages richting het nieuwe kinderopvangstelsel.
Dat is iets anders dan de jaarlijkse indexering van de maximum uurprijs.
Toch komen beide onderwerpen samen in hetzelfde Wijzigingsbesluit kinderopvangtoeslag 2027. In het eerder gepubliceerde consultatievoorstel waren de definitieve maximum uurprijzen nog niet ingevuld.
Dat maakt het aannemelijk dat de begrotingsdiscussie invloed kan hebben gehad op het moment waarop het volledige besluit wordt afgerond. Officieel is echter niet bevestigd dat de voorgenomen bezuiniging dé reden is waarom de maximum uurtarieven 2027 zo uitzonderlijk laat bekend worden.
Hoe hoog wordt het maximum uurtarief kinderopvangtoeslag 2027?
Volgens de huidige wettelijke systematiek worden de maximum uurprijzen jaarlijks geïndexeerd. Daarbij wordt voor 80% gekeken naar de ontwikkeling van de loonvoet bij bedrijven en voor 20% naar de consumentenprijsindex. De daarvoor gebruikte ramingen komen uit het Centraal Economisch Plan van het Centraal Planbureau.
Op basis van het CEP 2026 kwam Kinderopvang-Wijzer eerder uit op een indicatieve indexatie van ongeveer 3,32% voor 2027.
Daarmee zouden de maximum uurtarieven ongeveer uitkomen op:
- dagopvang: € 11,60;
- buitenschoolse opvang: € 10,31;
- gastouderopvang: € 8,77.
Dit zijn berekende verwachtingen en nog geen officieel vastgestelde tarieven.
Bekijk de uitgebreide berekening in Maximum uurtarieven kinderopvangtoeslag 2027: verwachting, berekening en gevolgen.
3,32% of 4,30% indexatie: wat is het verschil?
Sinds het voorjaar zijn er nieuwere economische cijfers beschikbaar gekomen.
In augustus 2026 publiceerde het CPB de concept-Macro Economische Verkenning 2027. Wanneer dezelfde 80/20-systematiek wordt toegepast op deze actuelere cijfers, ontstaat een heel ander beeld.
Kinderopvang-Wijzer komt op basis daarvan uit op een indicatieve indexatie van ongeveer 4,30%.
| Rekenscenario | Indexatie | Dagopvang | BSO | Gastouderopvang |
|---|---|---|---|---|
| Op basis van CEP 2026 | circa 3,32% | € 11,60 | € 10,31 | € 8,77 |
| Op basis van actuelere cMEV 2027 | circa 4,30% | € 11,71 | € 10,41 | € 8,86 |
| Verschil | 0,98 procentpunt | € 0,11 | € 0,10 | € 0,09 |
Lees hierover uitgebreider: Maximum uurtarieven kinderopvangtoeslag 2027: nieuwe berekening op basis van cMEV 2027.
Een verschil van € 0,09 tot € 0,11 per uur lijkt misschien niet bijzonder groot. Maar bij honderden of duizenden opvanguren per jaar telt dat op. Bovendien gaat het om het bedrag waarover toeslag kan worden berekend. Alles daarboven betaalt een ouder volledig zelf.
Waarom een te lage indexatie niet vanzelf wordt gerepareerd
Een belangrijk onderdeel van de huidige indexeringssystematiek is de zogenoemde correctie op een eerdere raming. Dat klinkt alsof de overheid uiteindelijk controleert hoeveel lonen en prijzen werkelijk zijn gestegen en daarna definitief afrekent.
Zo werkt het niet.
De indexering wordt gebaseerd op ramingen vooraf. Een jaar later wordt die eerdere raming één keer aangepast op basis van een nieuwere raming. Daarna is het reguliere correctiemoment voorbij. Een concreet voorbeeld is 2025.
Voor de indexatie van de maximum uurprijs in 2025 werden economische ramingen gebruikt uit het CEP dat in het voorjaar van 2024 verscheen. Dus gebaseerd op gegevens bekend eind 2023 en begin 2024.
De overheid moest dus voor een groot deel voorspellen wat er gedurende 2025 met lonen en prijzen zou gebeuren, terwijl 2025 nog ongeveer tien maanden verwijderd was.
De reguliere indexering voor 2025 bedroeg uiteindelijk 4,83%.
Dat bestond uit:
- 3,92% geraamde loon- en prijsontwikkeling voor 2025;
- 0,91 procentpunt correctie op een eerdere raming voor 2024.
Begin 2025 werd 2025 opnieuw geschat
Een jaar later verscheen het CEP 2025.
Daaruit bleek dat de eerdere verwachting voor 2025 te laag was geweest. Daardoor werd bij de indexatie voor 2026 een aanvullende correctie van 0,85 procentpunt over 2025 meegenomen.
Maar ook dat was nog steeds geen definitieve afrekening over 2025. Begin 2025 moest vrijwel het gehele jaar immers nog plaatsvinden.
De eerste raming werd dus vervangen door een betere raming. Niet door de uiteindelijke werkelijkheid.
Vereenvoudigd werkt het systeem daarmee als: raming → nieuwere raming → klaar
en niet als: raming → werkelijke ontwikkeling → definitieve afrekening
Wanneer 2025 voorbij is, is het correctiemoment al voorbij
Pas begin 2026 is het volledige kalenderjaar 2025 achter de rug.
Dan zijn uiteraard veel meer cijfers bekend over de daadwerkelijke economische ontwikkeling van dat jaar. Maar bij de indexatie voor 2027 kijkt de wettelijke systematiek inmiddels naar 2026.
Er wordt dan niet opnieuw een correctieronde over 2025 uitgevoerd. Ook nog actuelere cijfers die later in 2026 beschikbaar komen, leiden niet automatisch tot een nieuwe correctie.
De overheid heeft deze indexeringssystematiek eerder zelf omschreven als een ‘for better or worse’-benadering.
Valt de uiteindelijke economische ontwikkeling lager uit dan de gebruikte raming, dan kan dat gunstig uitpakken. Valt deze uiteindelijk hoger uit, dan wordt het resterende verschil niet automatisch later alsnog ingehaald.
Een gemist verschil kan jarenlang blijven doorwerken
Dat is belangrijk omdat jaarlijkse kostenstijgingen zich opstapelen.
Stel dat kosten eerst met 5% stijgen en het jaar daarna met 6%. Dan stijgt een kostenniveau van 100 eerst naar 105. Vervolgens komt daar 6% bovenop:
105 × 1,06 = 111,30
De totale stijging over twee jaar is dus 11,3% en niet precies 11%.
Ook de maximum uurprijs wordt ieder jaar over het bedrag van het voorafgaande jaar geïndexeerd. Daar zit dus eveneens een procent-op-procenteffect in.
Het probleem ontstaat wanneer het indexatiepercentage in het eerste jaar te laag blijkt te zijn. Dan begint ook de volgende verhoging vanaf een lagere basis.
Een verschil dat niet definitief wordt gecorrigeerd, kan daardoor in volgende jaren blijven doorwerken.
De Rijksoverheid heeft invloed op het groeiende verschil
Dat brengt ons bij een belangrijk punt voor ouders.
Kinderopvangorganisaties verhogen hun tarieven niet in een vacuüm. Hun kosten worden onder andere beïnvloed door cao-lonen, werkgeverslasten, pensioenpremies, huisvesting, energie, voeding, opleidingen en wettelijke kwaliteitseisen.
De organisatie bepaalt uiteindelijk zelf welk tarief zij rekent.
Maar de Rijksoverheid bepaalt een ander cruciaal bedrag: de maximum uurprijs tot waarover ouders kinderopvangtoeslag ontvangen. Daarom is het te eenvoudig om een groeiend verschil tussen kinderopvangtarieven en de maximum uurprijs uitsluitend toe te schrijven aan kinderopvangorganisaties.
Als de Rijksoverheid de maximum uurprijs structureel minder snel laat stijgen dan de werkelijke kosten en tarieven in de kinderopvang, draagt de overheid zelf bij aan het groeiende verschil dat ouders volledig uit eigen zak moeten betalen.
De Rijksbegroting 2026 liet al zien dat de gemiddelde tarieven boven de maximum uurprijzen lagen.
Voor dagopvang werd een gemiddeld tarief van € 11,71 geraamd tegenover een maximum uurprijs van € 11,23.
Bij de BSO ging het om gemiddeld € 10,63 tegenover een maximum van € 9,98.
Dat betekent dat een gemiddeld deel van het uurtarief nu al volledig voor rekening van ouders komt.
Wat betekent dit voor je eigen bijdrage kinderopvang in 2027?
Zolang de definitieve maximum uurtarieven en toeslagpercentages voor 2027 nog niet zijn vastgesteld, is niet precies te berekenen wat ieder gezin volgend jaar betaalt.
Ouders kunnen straks wel op drie cijfers letten:
- het uurtarief dat de eigen kinderopvang in 2027 rekent;
- de officiële maximum uurprijs kinderopvangtoeslag 2027;
- het vergoedingspercentage dat bij het inkomen en de gezinssituatie hoort.
Vergelijk vooral het tarief van de kinderopvang met de maximum uurprijs. Het verschil tussen die twee bedragen betaal je altijd volledig zelf.
Een hoger toeslagpercentage verandert daar niets aan.
Wie wil weten welk vergoedingspercentage waarschijnlijk bij zijn inkomen hoort, kan ook de kinderopvangtoeslagtabel 2027 bekijken.
Scheelt een lagere indexatie de overheid tientallen miljoenen?
Het verschil tussen een indexatie van 3,32% en 4,30% is ook voor de Rijksbegroting relevant. Er bestaat voor zover bekend geen officiële berekening van SZW waarin precies deze twee scenario’s voor 2027 naast elkaar zijn gezet.
Met eerdere officiële ramingen is de orde van grootte echter wel te benaderen.
Bij de eerdere besluitvorming over de maximum uurprijzen werd geraamd dat een indexatie van 4,84% in 2027 ongeveer € 280 miljoen extra aan kinderopvangtoeslag zou kosten.
Wanneer dat zeer grof naar rato wordt omgerekend, vertegenwoordigt een verschil van 0,98 procentpunt ongeveer:
€ 280 miljoen × 0,98 / 4,84 ≈ € 57 miljoen.
Een redelijke indicatie voor het verschil tussen 3,32% en 4,30% ligt daarmee in de orde van ongeveer € 55 tot € 60 miljoen in 2027.
Op langere termijn, wanneer de vergoedingspercentages verder richting 96% stijgen, zou het bedrag mogelijk kunnen oplopen richting ongeveer € 65 tot € 70 miljoen per jaar.
Dit is nadrukkelijk geen officiële begrotingsraming.
Het werkelijke bedrag hangt onder andere af van het aantal opvanguren, het gebruik van kinderopvang, de werkelijke tarieven, het aandeel tarieven boven de maximum uurprijs en de uiteindelijke toeslagpercentages.
Is 3,32% in plaats van 4,30% dan een extra bezuiniging?
Niet automatisch.
Wanneer het kabinet simpelweg de bestaande wettelijke indexeringssystematiek volgt en daardoor rond 3,32% uitkomt, kan dat niet zonder meer als een afzonderlijke nieuwe bezuiniging worden aangeduid.
Maar ten opzichte van een scenario waarin de inmiddels actuelere economische cijfers worden gebruikt en de maximum uurprijs met ongeveer 4,30% stijgt, geeft de Rijksoverheid wel tientallen miljoenen euro’s minder uit.
Een zorgvuldige formulering is daarom:
Een indexatie van circa 3,32% betekent naar schatting ongeveer € 55 tot € 60 miljoen lagere overheidsuitgaven in 2027 dan een indexatie van circa 4,30%.
Dus als de Rijksoverheid uitgaat van 3,32 % wordt er mogelijk dus ook zo’n € 55 tot € 60 miljoen bespaard.
Een hoger toeslagpercentage lost een achterblijvende maximum uurprijs niet op
Veel aandacht gaat begrijpelijk uit naar de aangekondigde verhoging van de kinderopvangtoeslag.
In het oorspronkelijke ingroeipad zouden vooral midden- en hogere inkomens in 2027 opnieuw een hoger percentage vergoed krijgen. Bekijk daarvoor ook onze eerdere analyse: Stijging vergoedingspercentages kinderopvangtoeslag 2027.
Maar een hoger percentage lost het probleem van een achterblijvende maximum uurprijs niet op.
Stel opnieuw:
- werkelijk tarief kinderopvang: € 12,50;
- maximum uurprijs: € 11,60.
Zelfs bij een toekomstige vergoeding van 96% wordt die 96% alleen berekend over maximaal € 11,60.
De € 0,90 daarboven betaalt de ouder volledig zelf.
Wordt de maximum uurprijs € 11,71 in plaats van € 11,60, dan wordt dat verschil kleiner.
Dat is precies waarom ouders niet alleen naar het aangekondigde toeslagpercentage zouden moeten kijken.
Kijk niet alleen naar het toeslagpercentage
De politieke discussie over ongeveer € 350 miljoen minder uitgaven aan het ingroeipad van de kinderopvangtoeslag is belangrijk.
Maar voor ouders vertelt die discussie niet het hele verhaal. Minstens zo belangrijk is hoe hoog de Rijksoverheid de maximum uurtarieven voor 2027 vaststelt en welke economische cijfers daarbij worden gebruikt.
Kinderopvangorganisaties bepalen hun eigen tarieven. De Rijksoverheid bepaalt echter de grens tot waarover ouders kinderopvangtoeslag ontvangen.
Blijft de maximum uurprijs die de Rijksoverheid vaststelt achter bij de werkelijke kinderopvangtarieven, dan groeit het verschil dat ouders volledig zelf betalen. De groei van dat verschil is dus niet alleen het gevolg van tariefverhogingen door kinderopvangorganisaties. Ook de manier waarop de Rijksoverheid de maximum uurprijs indexeert, speelt daarin een belangrijke rol.
Dat kan zelfs gebeuren terwijl het officiële toeslagpercentage voor ouders stijgt.
De belangrijkste vraag bij de definitieve cijfers voor 2027 is daarom niet alleen: Hoeveel procent kinderopvangtoeslag krijg ik?
Maar minstens zo belangrijk: Over welk maximaal uurtarief krijg ik die toeslag?
Bronnen
- Rijksoverheid – bedragen kinderopvangtoeslag 2026
- Internetconsultatie – Wijziging Besluit kinderopvangtoeslag 2027
- Staatsblad 2025, 233 – indexatie en toeslagpercentages 2026
- Kamervragen over de indexeringssystematiek en de ‘for better or worse’-benadering
- Rijksbegroting SZW 2026
- RTL Nieuws – kinderopvangtoeslag stijgt in 2027 minder hard volgens uitgelekte stukken